vrijdag 30 november 2007


donderdag 29 november 2007

Tears in heaven...

Would you know my name
If I saw you in heaven
Will it be the same
If I saw you in heaven
I must be strong, and carry on
Cause I know I don't belong
Here in heaven

Would you hold my hand
If I saw you in heaven
Would you help me stand
If I saw you in heaven
I'll find my way, through night and day
Cause I know I just can't stay
Here in heaven

Time can bring you down
Time can bend your knee
Time can break your heart
Have you begging please
Begging please

(instrumental)

Beyond the door
There's peace I'm sure.
And I know there'll be no more...
Tears in heaven

Would you know my name
If I saw you in heaven
Will it be the same
If I saw you in heaven
I must be strong, and carry on
Cause I know I don't belong
Here in heaven

Cause I know I don't belong
Here in heaven

Eric Clapton

woensdag 28 november 2007

Afscheid nemen

Afscheid nemen
duurt maar even
- de lengte van een ordinaire brief
minutieus getimed
zakelijk hard geschreven –
Vertrokken ben je immers
lang
de achterdeur ontsloten
een kiertje

Iedereen te laat
die je nog grijpen wil
behalve één…

Je vriend tot leven



dinsdag 27 november 2007

Ik, Voorbij

Elk uur klokt de tijd haar eigen weg
wist elk spoor op dit moment
Elk uur sterft de tijd haar eigen graf
wist eindig wat oneindig was
Elk uur gaapt de wonde open
wist tijd in weten het verleden

Ik, Voorbij ... tot wat nog rest

maandag 26 november 2007

Aristoteles


...

De reden waarom we zoveel weten van Eudoxus' systeem is, omdat Aristoteles (384 - 322 v.C.), werelds beroemdste wetenschapper, dit systeem aanhing. Aristoteles beschouwde het systeem echter niet als een wiskundige benadering van de banen van de hemellichamen, maar als de werkelijkheid. In Aristotoles' ogen bestonden Eudoxus' cirkels écht.

Aristoteles maakte ook een aantal ‘verbeteringen' aan Calippus' werk. Het oorspronkelijke systeem was voor elk lichaam onafhankelijk. Aristoteles veranderde het zodanig dat het een mechanisch model werd waarbij de draaiing van de sfeer van de vaste sterren de andere hemellichamen aandreef. Aan Calippus' model voegde hij maar liefst 22 cirkels toe. Aristoteles' werk was niet bepaald een verbetering te noemen. Het loste ook geen van de tekortkomingen van het oorspronkelijke model op.

Aristoteles probeerde de "cirkelvormige banen" van de lichamen te verklaren door een nieuw element in te voeren, ether. Dit element zou lichter zijn dan de andere vier (water, vuur, lucht en aarde) en cirkelvormig bewegen. Niet alleen de sterren en planeten waren gemaakt van ether, ook de rest van het heelal vanaf de baan van de maan bestond uit (niet overal even zuiver) ether. De aarde was verdorven, de hemel was goddelijk.

Waarom gebruikten de Grieken cirkelvormige banen? Ze wisten dat de aarde een bol was, logischer wijs moest dan ook het heelal een bol zijn. Aristoteles bedacht dat de planeten op kristallijnen (doorzichtige) bollen vast moesten zitten. Ze beweegden in cirkelbanen; cirkelbanen zijn volgens hem de enige bewegingen die eeuwig en onveranderlijk zijn (hij was niet de eerste met dit idee, Pythagoras betoogde dit ook al).

Aristoteles was een wetenschapper in hart en nieren en pakte de meeste problemen met systematiek aan. Het is jammer dat hij dat met de astronomie niet deed. Zijn beweringen waren op geen enkele waarneming of logica gefundeerd. Dat is vooral jammer, omdat Aristoteles' geschriften een enorme autoriteit bezaten.

Zijn beweringen hielden astronomie als wetenschap voor bijna 2 millenia terug. In de 15e eeuw bracht Copernicus het heliocentrische idee weer terug tot leven. Kepler ontdekte dat de planeetbanen niet cirkel- maar ellipsvormig waren en Newton verklaarde dat de bewegingen van de planeten ook zonder ether mogelijk zijn.

Om met de woorden van Lloyd te spreken (Early Greek Science, blz. 99);

Voor meer dan twee duizend jaar, van de 4e eeuw voor Christus tot de 17e eeuw, heeft Aristoteles een niet eerder voorgekomen en onparallele dominantie uitgeoefend op Europese wetenschap en kosmologie.

Dat Aristoteles geen expert was (hij was voornamelijk bioloog) geeft hij zelf toe;

Maar, voor de rest, moeten we deels zelf onderzoeken, deels leren van andere onderzoekers, en als diegene die dit onderwerp heeft bestudeerd, een tegengestelde mening heeft aan wat we nu hebben gesteld, moeten we beide meningen waarderen, maar de meest accurate volgen. (Metaphysics 1073 b 13 ff)

Bron : http://mediatheek.thinkquest.nl/~lla015/Astronomie/Vuurenether2.php
Illustratie : Dantes kosmologie :
www.dbnl.org/.../_die004199301ill15.gif

Geocentrisme


Het wereldbeeld van de middeleeuwen was gebaseerd op het geocentrisch wereldbeeld van de oudheid. Hierbij werd de aarde centraal en onbeweeglijk voorgesteld. Hieromheen bewogen zich respectievelijk de maan, Mercurius, Venus, de zon, Mars, Jupiter, Saturnus en tenslotte de sfeer van de vaste sterren. Daarbuiten en onzichtbaar vanaf de aarde bevond zich de sfeer van de engelen en de andere bewoners van de Christelijke hemel.

De aarde werd als een ronde sfeer beschouwd. De hardnekkige maar onjuiste mythe dat men toen in een platte aarde geloofde is gebaseerd op een 19de-eeuwse misvatting. Dat de aarde rond was was logisch voor een ieder die grote reizen had gemaakt − naar mate men naar het zuiden of naar het noorden reisde, stonden de zon immers hoger of lager aan hemel. Ook vorm van de aardschaduw tijdens een maansverduistering bewees dat de aarde rond was.

De middeleeuwse ‛natuurkunde’ was gebaseerd op die van de Griekse filosoof Aristoteles van Stagira (4de eeuw v.Chr.). Alle verschijnselen in de bovenmaanse wereld waren gebaseerd op cirkelvormige bewegingen en waren onveranderlijk en eeuwigdurend. Alle verschijnselen in de ondermaanse wereld waren gebaseerd op de wisselwerking van materiedeeltjes (samengesteld uit ‛aarde’, ‛water’, ‛lucht’ of ‛vuur’) en waren slechts tijdelijk van duur.

Bron : http://www.phys.uu.nl/~vgent/artes/artesastro.htm

zondag 25 november 2007

The battle for medieval earth

Geocentrisme

Bron:http://www.kennislink.nl

Heliocentrisme

Bron: http://images.google.be

Heliocentrisme


... "Na lang onderzoek ben ik eindelijk tot de overtuiging gekomen: dat de zon een vaste ster is. Dat ze omgeven is door planeten die om haar heen draaien en waarvan zij het middelpunt en de fakkel is; dat er behalve de hoofdplaneten nog planeten van de tweede orde zijn, die eerst als satellieten rond hun hoofdplaneten draaien en samen met hen rond de zon; dat de aarde een hoofdplaneet is, onderworpen aan een drievoudige beweging; dat alle verschijnselen van de dagelijkse en jaarlijkse beweging, de regelmatige terugkeer der seizoenen, alle wisselvalligheden van het licht en van de temperatuur van de atmosfeer die ermee gepaard gaan, het resultaat zijn van de wenteling van de aarde om haar as en van haar periodieke beweging rond de zon; dat de schijnbare loop der sterren slechts een optische illusie is, die teweeggebracht wordt door de werkelijke beweging van de aarde en door de schommelingen van haar as; dat tenslotte de beweging van de planeten aanleiding geeft tot twee soorten verschijnselen, die men zeer goed moet onderscheiden: de ene soort is het gevolg van de beweging van de aarde, de andere soort van de beweging van deze planeten rond de zon. Op die manier heerst de zon, als op een koningstroon gezeten, over heel de sterrenfamilie die haar omringt. "

Nicolas Copernicus



bron: W. Verrelst, De renaissance. Documentatiemappen geschiedenis en maatschappij. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1984, blz. 34.

...
" The massive bulk of the earth does indeed shrink to insignificance in comparison with the size of the heavens. "

Nicolas Copernicus

Bron : http://www.brainyquote.com/quotes/authors/n/nicolaus_copernicus.html

zaterdag 24 november 2007

De revolutionibes orbium coelestium


That Nicholas Copernicus delayed until near death to publish De revolutionibus has been taken as a sign that he was well aware of the possible furor his work might incite; certainly his preface to Pope Paul III anticipates many of the objections it raised. But he could hardly have anticipated that he would eventually become one of the most famous people of all time on the basis of a book that comparatively few have actually read (and fewer still understood) in the 450 years since it was first printed.

Copernicus was bom into a well-to-do mercantile family in 1473, at Torun, Poland. After the death of his father, he was sponsored by his uncle, Bishop Watzenrode, who sent him first to the University of Krakow, and then to study in Italy at the universities of Bologna, Padua and Ferrara. His concentrations there were law and medicine, but his lectures on the subject at the University of Rome in 1501 already evidenced his interest in astronomy. Returning to Poland, he spent the rest of his life as a church canon under his uncle, though he also found time to practice medicine and to write on monetary reform, not to mention his work as an astronomer.

In 1514, Copernicus privately circulated an outline of his thesis on planetary motion, but actual publication of De revolutionibus orbium coelestium (On the Revolutions of the Heavenly Spheres) containing his mathematical proofs did not occur until 1543, after a supporter named Rheticus had impatiently taken it upon himself to publish a brief description of the Copernican system (Narratio prima) in 1541. Most of De revolutionibus requires a great deal of the modem reader, since sixteenth century methods of mathematical proofs are quite foreign to us; this is evident in the section of Book VI that is included. However, Book I and Copernicus' preface are more readily accessible. It must be noted that the foreword by Andreas Osiander was not authorized Copernicus, and that Osiander, who oversaw the book's printing, included it without the author's knowledge and without identifying Osiander as its author.


Bron : http://webexhibits.org/calendars/year-text-Copernicus.html


De revolutionibes orbium coelestium

Hence I feel no shame in asserting that this whole region engirdled by the moon, and the center of the earth, traverse this grand circle amid the rest of the planets in an annual revolution around the sun. Near the sun is the center of the universe. Moreover, since the sun remains stationary, whatever appears as a motion of the sun is really due rather to the motion of the earth. In comparison with any other spheres of the planets, the distance from the earth to the sun has a magnitude which is quite appreciable in proportion to those dimensions. But the size of the universe is so great that the distance earth-sun is imperceptible in relation to the sphere of the fixed stars. This should be admitted, I believe, in preference to perplexing the mind with an almost infinite multitude of spheres, as must be done by those who kept the earth in the middle of the universe. On the contrary, we should rather heed the wisdom of nature. Just as it especially avoids producing anything superfluous or useless, so it frequently prefers to endow a single thing with many effects.


Bron: http://webexhibits.org/calendars/year-text-Copernicus.html

Ad Scribendum

De ganzenveer
krast
de gulden snede
- guillotine
tussen
onpaar heden
en paar verleden –
als nood breekt wet
gebonden in één zin;
in fantasie en inkt
tot Palimpsest
minuscuul
marginaal
vandaag
opnieuw gedicht
verweven.

vrijdag 23 november 2007

De ontdekkers ...


"In medieval times there was a return to the concept of a flat Earth and a dogmatism about the crystalline celestial spheres, here epitomized in a woodcut showing the machinery responsible for their motion discovered by an inquirer who has broken through the outer sphere of fixed stars. Sixteenth century." J.D. Bernal, Science in History, vol. 1 of The Emergence of Science (4 vols)

De ontdekkers - Daniel Boorstin

Bron : http://images.google.be/

Les très riches heures de duc de berry

























Bron: http://users.telenet.be/joosdr/berryfeb.jpg

's Levens felheid



Hoofdstuk I, 'S LEVENS FELHEID

Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons; al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, dien de vreugd en het leed nu nog hebben in den kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakken, vasten levensstijl. De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen.

Tegen rampen en gebrek was minder verzachting dan nu; zij kwamen geduchter en kwellender. Ziekte stak sterker af bij gezondheid; de barre koude en het bange duister van den winter waren een wezenlijker kwaad. Eer en rijkdom werden inniger en gretiger genoten, want zij staken nog feller dan nu af bij de jammerende armoede en verworpenheid. Een bonten tabbert, een helder haardvuur, dronk en scherts en een zacht bed hadden nog dat hooge genotsgehalte, dat misschien door de Engelsche novelle in de beschrijving der levensvreugde het langst is beleden en het levendigst ingeboezemd. En al de dingen des levens hadden een pronkende en gruwelijke openbaarheid. De leprozen klepten met hun ratel, en hielden ommetochten, de bedelaars jammerden in de kerken en stalden er hun wanstaltigheid uit. Elke stand, elke orde, elk bedrijf was kenbaar aan zijn kleed. De groote heeren bewogen zich nooit zonder pralend vertoon van wapens en livreien, ontzagwekkend en benijd. Rechtspleging, venten van koopwaar, bruiloft en begrafenis, het kondigde zich alles luide aan met ommegang, kreet, klaagroep en muziek. De verliefde droeg het teeken van zijn dame, de genooten het embleem van hun broederschap, de partij de kleuren en blazoenen van hun heer.

Ook in het uiterlijk aanschijn van stad en land heerschte die tegenstelling en die bontheid. De stad verliep niet zooals onze steden in slordig aangelegde buitenwijken van dorre fabrieken en onnoozele landhuisjes, maar lag in haar muur besloten, een afgerond beeld, stekelig van tallooze torens. Zoo hoog en zwaar de steenen huizen van edelen of koopheeren mochten zijn, de kerken bleven met hun hoogte en ruimte den aanblik der stad beheerschen.

Zooals de tegenstelling van zomer en winter sterker was dan in ons leven, zoo was het die van licht en duister, van stilte en gedruisch. De moderne stad kent nauwelijks meer het zuivere donker en de zuivere stilte, het effekt van een enkel lichtje of een enkelen verren roep.

Door het voortdurend contrast, door de bonte vormen, waarmee alles zich aan den geest opdrong, ging er van het alledaagsche leven een prikkeling, een hartstochtelijke suggestie uit, welke zich openbaart in die wankele stemming van ruwe uitgelatenheid, hevige wreedheid, innige verteedering, waartusschen het middeleeuwsche stadsleven zich beweegt.

Er was één geluid, dat al het gedruisch van het drukke leven steeds weer overstemde, en dat, hoe bont dooreen-klinkend, toch nooit verward, alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken. De klokken waren in het dagelijksch leven als waarschuwende goede geesten, die met bekende stem dan rouw, dan blijdschap, dan rust, dan onrust kondigden, dan opriepen, dan vermaanden. Men kende hen bij gemeenzame namen: de dikke Jacqueline, klokke Roelant; men wist de beteekenis van kleppen of luiden. Men was ondanks het overmatig klokgelui niet verstompt voor den klank. Gedurende het beruchte burgerlijke tweegevecht te Valenciennes, dat in 1455 de stad en het geheele Bourgondische hof in buitengewone spanning heeft gehouden, luidde de groote klok, zoolang de strijd duurde, "laquelle fait hideux à oyr", zegt Chastellain1. "Sonner l'effroy", "faire l'effroy" heet het luiden der alarmklok2. Welk een ontzaglijke bedwelming moet het zijn geweest, als alle kerken en kloosters van Parijs de klokken luidden van den morgen tot den avond, en zelfs den geheelen nacht, omdat er een paus gekozen was, die een einde aan het schisma zou maken, of om een vrede tusschen Bourguignon en Armagnac3.

Huizinga - Herfsttij der Middeleeuwen

Bron: http://www.dbnl.org/tekst/huiz003herf01_01/huiz003herf01_01_0002.htm

Donkere middeleeuwen

De naam "Donkere Middeleeuwen" heeft al vele evoluties doorgemaakt; de definitie is afhankelijk van wie deze definiëert. Moderne geschiedkundigen gebruiken de term niet meer omdat deze zo'n negatieve ondertoon heeft. In het algemeen refereren de Donkere Middeleeuwen aan de periode die volgde op de val van het West-Romeinse Rijk. Dit gebeurde toen de laatste keizer van het Westelijke Rijk, Romulus Augustulus, in 476 na Christus door Odoaker, een barbaar, werd afgezet.

Dit tijdperk werd pas later door mensen als 'donker' of 'duister' bestempeld; de oorzaak hiervan was dat deze periode werd gekenmerkt door gebruiken en praktijken die een stap achteruit leken te zijn. Latere historici gebruikten de term 'donker' gewoonweg om aan te geven dat er weinig over deze periode bekend was; de geschreven geschiedenis over deze periode was bijzonder onvolledig. Recente ontdekkingen, die vele nieuwe feiten over deze tijd naar boven hebben gebracht, hebben dit idee blijkbaar bijgesteld.

De Italiaanse geleerde Francesco Petrarca was de eerste die de term 'Donkere Middeleeuwen' hanteerde. Hij gebruikte deze om zo de Latijnse literatuur uit die tijd aan de tand te voelen; anderen gebruikten zijn idee juist om frustraties over het gebrek aan Latijnse literatuur of andere culturele mijlpalen in deze periode uit te drukken. De naam "Donkere Middeleeuwen" wordt in het algemeen niet meer gebruikt. Meestal wordt deze periode nu aangeduid met de naam "Vroege Middeleeuwen" -- de periode die volgde op het verval van het Romeinse Rijk in de Westerse wereld. De Middeleeuwen als geheel beslaan de periode van ongeveer 400 tot 1000 na Christus.

Bron : http://www.allabouthistory.org/dutch/de-donkere-middeleeuwen.htm

donderdag 22 november 2007

Slag bij Nancy

...Naast de klassieke wapens waarover soldaten in die tijd beschikken (hellebaard, kruisboog, piek) staan in Nancy ook bombardes opgesteld die projectielen tot 300 pond kunnen afvuren. De verdedigers zijn ook uitgerust met primitieve handvuurwapens (serpentijnen). Het zwakke punt in hun verdediging is echter het gebrek aan levensmiddelen waardoor de stad zich na een beleg van een maand aan Karel overgeeft. Op 30 november 1475 trekt hij plechtig de stad binnen en roept zichzelf uit tot hertog van Lotharingen.

Wanneer Karels prestige een deuk krijgt na zijn nederlagen tegen de Zwitserse troepen te Granson en Morat neemt de weerstand van de Lotharingers, mede veroorzaakt door een hogere belastingdruk en het afschaffen van privileges, toe. René II buit deze situatie uit door een aantal steden te heroveren met steun van de Zwitsers en de stad Straatsburg. En ook Nancy geeft zich, na een beleg van enkele weken, op 6 oktober 1476 over. René kondigt een algemene amnestie af.

Karel, die niet ver uit de buurt is, belegert Nancy opnieuw 22 oktober. René II vertrekt naar Zwitserland om steun te zoeken en laat de verdediging van zijn stad over aan 2.000 soldaten uit Lotharingen, Gascogne en de Elzas. Karel staat er ditmaal slechter voor: hij is afgesneden van zijn thuisbasis en 400 van zijn soldaten sterven van de koude. Maar ook de verdedigers hebben het lastig met de winterkoude: door het bevroren water kunnen ze de branden die Karels troepen stichten niet blussen.

Met financiële steun van Lodewijk XI heeft René intussen een troepenmacht van 14.000 man verzameld waarmee hij in januari 1477 Lotharingen binnentrekt. Karel beschikt over 15.000 man waarvan hij de helft verliest door koude en desertie wegens laag moreel. Hij stelt zijn leger op een plaats op die hem weinig bewegingsvrijheid geeft, links van het bos van Saurupt dat hij ten onrechte als ondoordringbaar beschouwt en achter de beek van Jarville.

René laat zijn voorhoede (8.000 Zwitserse landsknechten) door het bos van Saurupt trekken die de cavalerie van Karel uiteen slaan. Ook de rechtervleugel biedt weinig weerstand. Karel probeert de opstelling van zijn troepen te herschikken maar slaagt er niet in. Zijn hoofdmacht in het centrum is nu aan drie zijden ingesloten en valt uiteen. Het garnizoen van Nancy doet een uitval en steekt het Bourgondisch kamp in brand. Karel wordt meerdere malen gekwetst vooraleer hij door de Lotharings edelman Claude de Bauzemont wordt gedood.

René trekt nog dezelfde avond Nancy binnen. Het lichaam van Karel wordt pas op 7 januari, vastgevroren en door de wolven aangevreten in de vijver van St-Jean, teruggevonden. Hij wordt te Nancy begraven in het collegium Saint-Georges. Keizer Karel V zal later zijn lichaam laten overbrengen naar Vlaanderen. Hij ligt sindsdien begraven in een praalgraf in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Nancy

What we do in life ...



What we do in life echoes in eternity


Maximus: Gladiator

woensdag 21 november 2007

Het gulden vlies


Het Gulden Vlies is de gouden schapenvacht van de god Chrysomallos. Ze behoorde eigenlijk toe aan de gouden ram die de kinderen van koning Athamas, Phrixus en Helle verjoeg, in opdracht van Athamas' nieuwe vrouw, Ino. Toen Phrixus en Helle aankwamen, offerde Phrixus de ram, en hing de gouden vacht op. Het gulden vlies was het doel van een queeste ondernomen door Jason en de Argonauten. Het vlies was in het bezit van Aietes die Jason drie opdrachten gaf teneinde het vlies te verkrijgen.

  • toom de vuurspuwende stieren in en ploeg hiermee een veld om
  • plant drakentanden, en versla het leger dat uit deze drakentanden groeide (dat deed Jason door een rotsblok in hun midden te gooien)
  • versla de altijd wakende draak die het vlies bewaakt

Bij het uitvoeren van de opdrachten kreeg Jason hulp van Medea, zijn geliefde, de dochter van Aietes. Nadat Jason en de Argonauten het vlies veroverden zette de koning de achtervolging in langs twee kanten, maar uiteindelijk kwamen de Argonauten toch in Pagasai aan waar ze ook hun reis begonnen, doordat ze koning Aietes met een list op afstand wisten te houden. Ze wierpen hiertoe de lichaamsdelen van Absyrtus, het gedode broertje van Medea overboord, die alle door haar vader werden verzameld, waardoor hij slechts langzaam vooruit kwam.

Jason stierf uiteindelijk toen hij onder het dek van zijn schip sliep dat instortte.


Bron :http://nl.wikipedia.org/wiki/Gulden_vlies_(mythologie)

De Orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede, hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies was de tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband, die uit 1348 dateert. Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn dynastie. De nieuwe Orde was een select gezelschap waarmee de hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kon eren. De Orde werd erkend door de paus en geniet pauselijke privileges. Een van de voorrechten van de Ridders in deze Orde is dat zij van de paus het recht hebben gekregen om in hun slaapkamer een mis te laten opdragen. Dit voorrecht delen zij met hoge geestelijken en katholieke vorsten.

De Orde bestond aanvankelijk uit dertig ridders en vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en een griffier, met aan het hoofd de Hertog van Bourgondië. Het aantal Ridders werd in 1516 uitgebreid naar vijftig. De Heer der Nederlanden was tevens het hoofd van de Orde, dus na Filips de Goede werd deze functie bekleed door achtereenvolgens Karel de Stoute, Filips de Schone, Karel V, Filips II, enzovoort.

De orde verloor zijn grootmeester uit het Huis Valois toen Karel de Stoute sneuvelde in de Slag bij Nancy in 1477. De orde bleef in handen van diens dochter Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk uit het huis Habsburg. Hierdoor namen de Habsburgers, als opvolgers van de titel "duc de Bourgogne", de soevereiniteit over van de Orde.

In 1516 wijzigde Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden, de statuten van de Orde en er werden nu vijftig ridders benoemd in plaats van dertig. Dit werd in hetzelfde jaar bevestigd in de bul van Paus Leo X, waarbij tevens de stichting van de orde werd bevestigd door de paus. De bul bevindt zich sinds 1934 in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv in Wenen.

De pauselijke privileges, toegekend door de bul van Paus Leo X, tonen aan dat deze Orde in feite een religieuze gemeenschap was. De vergaderingen moesten plaats hebben in een kerk, waarbij de leden van de Orde een gereserveerde plaats hadden in het koorgestoelte - plaatsen anders voorbehouden aan de clerus. Hierdoor vindt men in verschillende kerken de wapenschilden van de ridders van de Orde in het koorgestoelte (Gent, Brugge, Mechelen, Barcelona).

Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden heeft de Ridders slechts eenmaal tijdens zijn lange regering bijeengeroepen voor een kapittel.Dat werd in Barcelona gehouden. Karel liet de titel van Grootmeester na aan zijn zoon Filips II. Maar ook Karels broer, Ferdinand, die na de abdicatie van Karel V keizer werd, eigende zich het recht toe om ridders in deze orde te benoemen.

De vliesridders waren niet onderworpen aan de wereldlijke rechtsmacht, maar aan het eigen gerecht van de Orde. Tijdens de regering van Filips II werd deze bepaling genegeerd. De veroordeling in 1568 door de "bloedraad" en de daaropvolgende terechtstelling van de graven van Egmond en Hoorne, beiden Ridder van het Gulden Vlies en dus onschendbaar, was immers in strijd met deze bepalingen. Er werden in de daaropvolgende jaren geen kapittelvergaderingen meer gehouden om koning Filips II de schande te besparen hiervoor ter verantwoording geroepen te worden. De gerechtelijke moord op de twee vliesridders belandde in de doofpot.

In de 16e eeuw ontstond dus, naast de Spaanse tak ook een Oostenrijkse tak van de Orde. De Spaanse en Oostenrijkse kanselarijen correspondeerden vruchteloos over deze kwestie totdat in 1700 met de dood van Karel II de Spaanse Habsburgers uitstierven.

Filips van Anjou, kleinzoon van Lodewijk XIV, uit het huis Bourbon, die in 1700 als Filips V koning van Spanje werd, noemde zich, zonder dat hij daar een overtuigend recht op kon doen gelden, grootmeester van deze orde. Oostenrijk protesteerde tevergeefs.

De laatste Habsburgse keizer stierf in 1766. Zijn dochter, keizerin Maria Theresia, erfde van haar vader niet alleen zijn grondgebied maar ook de zeggenschap over de Orde. Het huis Habsburg-Lotharingen erfde aldus de titel met de Oostenrijkse landen en de Oostenrijkse Nederlanden.

Bron :
http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_het_Gulden_Vlies


Het gulden vlies

Orde van het Gulden Vlies Orde van het Gulden Vlies

In 143O werd de Orde van het Gulden Vlies ingesteld door Filips De Goede, Graaf van Bourgondië, om zijn talrijke en welvarende domeinen te eren, die onder zijn mandaat werden verenigd en die reikten van Vlaanderen tot Zwitserland.

Net zoals de Deense Orde van de Olifant, is niet geweten waarom Filips dit Gulden Vlies verkoos als het teken en het symbool van zijn Orde. Sommigen menen dat die keuze voortkwam uit de grote welvaart die hij in Vlaanderen verwierf en vooral dankte aan de wol- en lakenhandel, anderen denken aan de verspreiding van het humanisme en de klassieke literatuur, en weer anderen dichten het symbool van Jason toe tegen de aartsengel Gideon.

In zijn jeugd verlangde Filip er steeds naar om ooit op Kruistocht te kunnen gaan naar het Gouden Oosten, en deze wens om in de voetsporen van Jason te treden, die zijn reis met het schip de Argo, naar het Oosten beloond zag in goud, bleef herinneren.

Zoals ook Jason zich omringde van een zeer selecte groep Griekse soldaten (de Argonauten genaamd), waren de gezellen van Filips Orde van het Gulden Vlies, Christelijke half-heiligen.

Bron : http://www.amarcord.be/georgia/gulden.html