dinsdag 12 februari 2008

De mus van Parijs















Édith Giovanna Gassion (Parijs, 19 december 1915Plascassier, 9 oktober 1963/officieel in Parijs op 11 oktober 1963) was een Franse chansonnière. Als Édith Piaf kreeg ze grote bekendheid. Piaf betekent in het Frans 'mus'. Ze werd ook wel het meisje mus ('La môme Piaf') genoemd. Ze zong chansons, waarvan de bekendste zijn: La vie en rose, Non, je ne regrette rien en Milord (geschreven door Georges Moustaki).


Édith Piaf werd in Parijs geboren als dochter van een kroegzangeres en een acrobaat. Zij werd door haar grootmoeder, die in Normandië een bordeel runde, opgevoed. Haar debuut als zangeres maakte ze rond haar 15e jaar, toen zij voor het eerst optrad als straatzangeres. Toen Piaf 16 jaar oud was kreeg zij een dochter (Marcelle), verwekt door Louis Dupont: een Parijse bode op wie zij verliefd was geworden. Het kind stierf reeds op 2-jarige leeftijd door hersenvliesontsteking.

De eigenaar van het Parijse theater Cirque Médrano ontdekte haar toen zij twintig jaar oud was. In 1936 trad zij voor het eerst op in dat theater.

Zij voelde zich bij het optreden voor publiek extreem nerveus. Het was de nachtclubeigenaar Louis Leplée die haar aanmoedigde om desondanks te blijven zingen. Hij gaf haar haar bijnaam La Môme Piaf (Het Meisje Mus), die ze haar verdere leven zou houden. Leplée werd kort daarna vermoord. Piaf werd vrijgesproken van medeplichtigheid, waarvan zij aanvankelijk werd verdacht.

Piaf raakte bevriend met verschillende beroemdheden, zoals de acteur Maurice Chevalier en de dichter Jacques Borgeat. In 1940 werd het toneelspel Le Bel Indifferent voor haar geschreven door Jean Cocteau.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog schreef Piaf haar meest befaamde lied La vie en rose. Zij was toen zowel bij de Duitse bezetters als onder de Franse bevolking een geliefd zangeres. Na de oorlog trad ze overal in Europa op en breidde haar roem zich ook buiten Frankrijk uit. Haar tragische leven wordt weerspiegeld in haar muziek, met als specialiteit de met hartverscheurende stem voorgedragen scherpe ballade.

De bokser Marcel Cerdan was de grote liefde van Piaf. Cerdan was echter reeds gehuwd en hij had drie kinderen. Piaf was zijn maîtresse. In 1949 overleed Cerdan door een vliegtuigongeluk. Piaf had veel moeite om haar verdriet te boven te komen. Toch huwde zij daarna tweemaal. Van 1952 tot 1956 was zij getrouwd met de zanger Jacques Pills. In 1962 trouwde zij met Theophanis Lamboukas, een 20 jaar jongere zanger en acteur. Het laatste huwelijk leidde tot veel kritiek. Lamboukas werd ervan verdacht Édith getrouwd te hebben om haar roem en geld. Édith eiste publiekelijk haar recht op om hem lief te hebben en zong daarom 'Le droit d'aimer' voor haar geliefde.

Parijs Olympia is de plaats waar Édith Piaf bekendheid bereikte en waar zij slechts een paar maanden vóór haar dood nog een van haar meest gedenkwaardige concerten gaf. Begin 1963 nam ze haar laatste lied, L'homme de Berlin, op.

Overlijden

Het graf

Het graf

Piaf stierf aan een inwendige bloeding in Plascassier (gemeente Grasse), een plaatsje in de buurt van Cannes (Zuid-Frankrijk) op 9 oktober 1963. Haar lichaam werd vervolgens per ambulance naar haar huis in Parijs overgebracht waar het voor publiek werd opgebaard. De bekendmaking van haar dood was pas enkele dagen later, namelijk op 11 oktober. Jean Cocteau, haar grote vriend, werd binnen enkele uren na het horen van dit nieuws door een hartaanval getroffen en stierf. Naar verluidt zou hij hebben gezegd : "Ik ben ongeneeslijk ziek, dat is erg; Piaf is dood, dat is erger". Édith werd begraven op de bekende begraafplaats van Père-Lachaise in Parijs. Haar begrafenis trok honderdduizenden mensen naar de straten van Parijs en de ceremonie bij de begraafplaats werd geblokkeerd door meer dan veertigduizend fans. Charles Aznavour, die zijn carrièrestart aan Piaf te danken had - ze ging met hem op reis in Frankrijk en de Verenigde Staten -, herinnerde eraan dat de begrafenis van Piaf het enige moment was na de Tweede Wereldoorlog dat het hele verkeer van Parijs stil lag.

Bron :http://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%89dith_Piaf



Onder de mist: Parijs.

.
.

Gare du Nord

Voorgevel van Gare du Nord


Voorgevel van Gare du Nord

Zicht onder de overkapping


.















Het Parijse Gare du Nord is een van de zes grote kopstations in de Franse hoofdstad. In reizigersaantallen (ongeveer 180 miljoen per jaar) is dit het drukste spoorwegstation van de SNCF en een van de drukste ter wereld.

Geschiedenis

Het eerste station 'Parijs-Noord' werd gebouwd in opdracht van de Chemin de Fer du Nord. Het werd op 14 juni 1846 geopend, tegelijk met de ingebruikname van de spoorlijn Parijs–AmiensRijsel van deze spoorwegmaatschappij. Al snel bleek het station te klein. Het werd in 1860 gesloopt om ruimte te maken voor het huidige station. De originele voorgevel werd verplaatst naar het station Lille-Flandres in Rijsel.

Aan het nieuwe station, een ontwerp van architect Jacques Hittorff, werd gebouwd tussen mei 1861 en december 1865, maar het station werd al geopend in 1864. De rijkelijk geornamenteerde façade werd ontworpen rond een triomfboog met 23 standbeelden voor alle 23 steden die de Chemin de Fer du Nord bediende. De zes grootste standbeelden stellen de internationale bestemmingen voor (Parijs, Londen, Berlijn, Amsterdam, Wenen, en Brussel), de meer bescheiden standbeelden staan voor de nationale bestemmingen.

Ook het nieuwe station bleek te klein. Nadat in 1884 al vijf extra sporen waren toegevoegd, werd in 1889 het interieur geheel vernieuwd en werd aan de oostzijde een deel aangebouwd voor de lijnen naar Parijse voorsteden. Tussen de jaren dertig en zestig werd het station verder uitgebreid.

Vanaf 1906 beschikt het station over metrostation Gare du Nord. Aanvankelijk alleen voor lijn 4 naar het centrum van Parijs. Vanaf 1908 ook voor lijn 5 die een verbinding geeft met Gare de l'Est en Gare de Lyon. Metrostation La Chapelle van lijn 2 is door een ondergrondse tunnel met het station verbonden. Verder is in de toekomst nog een ondergrondse verbinding met het nabijgelegen Gare de l'Est voorzien.

Gebruik

Het Gare du Nord dankt zijn betekenis vooral aan het gebruik van de SNCF, de Franse spoorwegen. Het complex wordt daarnaast gebruikt door de RER, de spoorwegen in de regio van Parijs, de metro en de bus.

Paris Nord is het eindpunt van de Thalys-treinen uit Amsterdam Centraal, Brussel-Zuid, Oostende en Köln Hbf, de Eurostar uit Londen en de meeste treinen uit Noord-Frankrijk.

Het station bestaat uit drie overkappingen over de perrons van de SNCF en een gebouw van de RER. Van deze overkappingen is die van de HSL-lijnen de grootste. Achter de façade is een grote stationshal, waarin alle passagiers hun weg naar de goede verbinding moeten zoeken. Vanuit deze hal gaan trappen naar beneden, naar het metrostation dat onder het Gare du Nord ligt; in het metrostation is de bewegwijzering naar het treinstation zeer gebrekkig. Naast het Gare du Nord ligt ook nog de eindhalte van een aantal buslijnen. De opstaphalte voor taxi's is aan de westelijke zijkant.

Spoorindeling

  • Spoor 3 tot 6: Eurostar naar Londen.
  • Spoor 7 en 8: Thalys naar België, Nederland, en Duitsland.
  • Spoor 9 tot 29: TGV Nord, regionale treinen.
  • Spoor 30 tot 40: Voorstadstreinen.
  • Spoor 41 tot 44 (ondergronds) : RER-station.
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gare_du_Nord