maandag 26 november 2007

Aristoteles


...

De reden waarom we zoveel weten van Eudoxus' systeem is, omdat Aristoteles (384 - 322 v.C.), werelds beroemdste wetenschapper, dit systeem aanhing. Aristoteles beschouwde het systeem echter niet als een wiskundige benadering van de banen van de hemellichamen, maar als de werkelijkheid. In Aristotoles' ogen bestonden Eudoxus' cirkels écht.

Aristoteles maakte ook een aantal ‘verbeteringen' aan Calippus' werk. Het oorspronkelijke systeem was voor elk lichaam onafhankelijk. Aristoteles veranderde het zodanig dat het een mechanisch model werd waarbij de draaiing van de sfeer van de vaste sterren de andere hemellichamen aandreef. Aan Calippus' model voegde hij maar liefst 22 cirkels toe. Aristoteles' werk was niet bepaald een verbetering te noemen. Het loste ook geen van de tekortkomingen van het oorspronkelijke model op.

Aristoteles probeerde de "cirkelvormige banen" van de lichamen te verklaren door een nieuw element in te voeren, ether. Dit element zou lichter zijn dan de andere vier (water, vuur, lucht en aarde) en cirkelvormig bewegen. Niet alleen de sterren en planeten waren gemaakt van ether, ook de rest van het heelal vanaf de baan van de maan bestond uit (niet overal even zuiver) ether. De aarde was verdorven, de hemel was goddelijk.

Waarom gebruikten de Grieken cirkelvormige banen? Ze wisten dat de aarde een bol was, logischer wijs moest dan ook het heelal een bol zijn. Aristoteles bedacht dat de planeten op kristallijnen (doorzichtige) bollen vast moesten zitten. Ze beweegden in cirkelbanen; cirkelbanen zijn volgens hem de enige bewegingen die eeuwig en onveranderlijk zijn (hij was niet de eerste met dit idee, Pythagoras betoogde dit ook al).

Aristoteles was een wetenschapper in hart en nieren en pakte de meeste problemen met systematiek aan. Het is jammer dat hij dat met de astronomie niet deed. Zijn beweringen waren op geen enkele waarneming of logica gefundeerd. Dat is vooral jammer, omdat Aristoteles' geschriften een enorme autoriteit bezaten.

Zijn beweringen hielden astronomie als wetenschap voor bijna 2 millenia terug. In de 15e eeuw bracht Copernicus het heliocentrische idee weer terug tot leven. Kepler ontdekte dat de planeetbanen niet cirkel- maar ellipsvormig waren en Newton verklaarde dat de bewegingen van de planeten ook zonder ether mogelijk zijn.

Om met de woorden van Lloyd te spreken (Early Greek Science, blz. 99);

Voor meer dan twee duizend jaar, van de 4e eeuw voor Christus tot de 17e eeuw, heeft Aristoteles een niet eerder voorgekomen en onparallele dominantie uitgeoefend op Europese wetenschap en kosmologie.

Dat Aristoteles geen expert was (hij was voornamelijk bioloog) geeft hij zelf toe;

Maar, voor de rest, moeten we deels zelf onderzoeken, deels leren van andere onderzoekers, en als diegene die dit onderwerp heeft bestudeerd, een tegengestelde mening heeft aan wat we nu hebben gesteld, moeten we beide meningen waarderen, maar de meest accurate volgen. (Metaphysics 1073 b 13 ff)

Bron : http://mediatheek.thinkquest.nl/~lla015/Astronomie/Vuurenether2.php
Illustratie : Dantes kosmologie :
www.dbnl.org/.../_die004199301ill15.gif

Geocentrisme


Het wereldbeeld van de middeleeuwen was gebaseerd op het geocentrisch wereldbeeld van de oudheid. Hierbij werd de aarde centraal en onbeweeglijk voorgesteld. Hieromheen bewogen zich respectievelijk de maan, Mercurius, Venus, de zon, Mars, Jupiter, Saturnus en tenslotte de sfeer van de vaste sterren. Daarbuiten en onzichtbaar vanaf de aarde bevond zich de sfeer van de engelen en de andere bewoners van de Christelijke hemel.

De aarde werd als een ronde sfeer beschouwd. De hardnekkige maar onjuiste mythe dat men toen in een platte aarde geloofde is gebaseerd op een 19de-eeuwse misvatting. Dat de aarde rond was was logisch voor een ieder die grote reizen had gemaakt − naar mate men naar het zuiden of naar het noorden reisde, stonden de zon immers hoger of lager aan hemel. Ook vorm van de aardschaduw tijdens een maansverduistering bewees dat de aarde rond was.

De middeleeuwse ‛natuurkunde’ was gebaseerd op die van de Griekse filosoof Aristoteles van Stagira (4de eeuw v.Chr.). Alle verschijnselen in de bovenmaanse wereld waren gebaseerd op cirkelvormige bewegingen en waren onveranderlijk en eeuwigdurend. Alle verschijnselen in de ondermaanse wereld waren gebaseerd op de wisselwerking van materiedeeltjes (samengesteld uit ‛aarde’, ‛water’, ‛lucht’ of ‛vuur’) en waren slechts tijdelijk van duur.

Bron : http://www.phys.uu.nl/~vgent/artes/artesastro.htm