donderdag 14 februari 2008

Cimetière du Père-Lachaise

Een laan op Père Lachaise


Een laan op Père Lachaise

Ingang van de begraafplaats



Ingang van de begraafplaats

Columbarium


Columbarium

Crematorium



Crematorium

De Cimetière du Père-Lachaise is de grootste begraafplaats van Parijs. Zij is gelegen op en rondom de heuvel Champs-l'-Evêque in het 20e arrondissement.

Geschiedenis

Het terrein behoort vanaf 1626 toe aan de jezuïetenorde. François De La Chaise d'Aix, de biechtvader van Lodewijk XIV, woonde er van 1675 tot 1709. Hij stond onder zijn tijdgenoten bekend als 'Père De La Chaise'.

Het landgoed werd in 1762 verkocht om schulden van de jezuïeten te kunnen afbetalen. Na de Franse Revolutie verviel het bezit aan de stad Parijs die er in 1804 een begraafplaats van maakte met de naam 'Cimetière De l'Est'. Onder de Parijse bevolking staat de begraafplaats van meet af aan bekend als 'Cimetière du Père-Lachaise'.

In 1804 werd de opdracht voor het ontwerpen van een begraafplaats verstrekt aan de toenmalige Parijse stadsarchitect Alexandre-Théodore Brongniart, een leerling van Etienne-Louis Boullée. In die ontwerpopdracht voor de begraafplaats van Père Lachaise staat omschreven dat Brogniart rekening moet houden met de bestaande beplanting en de glooiing van het terrein. Zijn gesprekspartner vanwege het stadsbestuur is de gekende neoclassicistische architect Quatremère de Quincy (1755-1849), bovenal bekend van zijn boek De l'Imitation, een pleidooi voor het behoud van de klassieke ordes.

Bij wijze van 'reclamestunt', worden onder andere Abélard en Heloïse, Molière en La Fontaine op de locatie herbegraven. Père-Lachaise is vanaf dat moment een prestigieuze laatste rustplaats. De gegoede burgerij van Parijs laat in de jaren die volgen, geïnspireerd door de Romantische tijdgeest, menig grotesk grafmonument op het terrein verrijzen.

In de periode tot 1850 wordt de de begraafplaats vijfmaal uitgebreid. De oorspronkelijke 17 hectare van het jezuïetenlandgoed groeien in die tijd uit tot de huidige oppervlakte van 47 hectare. De begraafplaats van Père Lachaise is onmiddellijk het prototype van de extra-muros begraafplaats. In de hele Westerse wereld wordt het voorbeeld gevolgd. In diverse steden in heel Amerika worden de 'rural cemeteries' aangelegd. Mount Auburn (1831) in Boston Massachusetts is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld, het Evergreen Cemetery in Newark, New Jersey dateert van 1853 en in Engeland wordt in 1839 het beroemde Highgate Cemetery aangelegd.

Beeldhouwkunst

Beroemde voorbeelden van Romantische beeldhouwkunst zijn op Père-Lachaise te zien.

Vermeldenswaard zijn onder andere:

Graven van beroemdheden

Het graf van Honoré de Balzac

Het graf van Honoré de Balzac

Het graf van Guillaume Apollinaire

Het graf van Guillaume Apollinaire

Het graf van Gilbert Bécaud

Het graf van Gilbert Bécaud

Het graf van Edith Piaf

Het graf van Edith Piaf

Het graf van Jim Morisson

Het graf van Jim Morisson

Het graf van Jean-François Champollion

Het graf van Jean-François Champollion

Het graf van Alain Kardec

Het graf van Alain Kardec

Het graf van Édouard Branly

Het graf van Édouard Branly

Urne van Maria Callas

Urne van Maria Callas

Het graf van Marcel Proust

Het graf van Marcel Proust

Het graf van Frédéric Chopin

Het graf van Frédéric Chopin


Andere graven alfabetisch:



A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q

R - S - T - U - V - W - X Y Z

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cimeti%C3%A8re_du_P%C3%A8re-Lachaise