vrijdag 23 november 2007

De ontdekkers ...


"In medieval times there was a return to the concept of a flat Earth and a dogmatism about the crystalline celestial spheres, here epitomized in a woodcut showing the machinery responsible for their motion discovered by an inquirer who has broken through the outer sphere of fixed stars. Sixteenth century." J.D. Bernal, Science in History, vol. 1 of The Emergence of Science (4 vols)

De ontdekkers - Daniel Boorstin

Bron : http://images.google.be/

Les très riches heures de duc de berry

























Bron: http://users.telenet.be/joosdr/berryfeb.jpg

's Levens felheid



Hoofdstuk I, 'S LEVENS FELHEID

Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons; al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, dien de vreugd en het leed nu nog hebben in den kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakken, vasten levensstijl. De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen.

Tegen rampen en gebrek was minder verzachting dan nu; zij kwamen geduchter en kwellender. Ziekte stak sterker af bij gezondheid; de barre koude en het bange duister van den winter waren een wezenlijker kwaad. Eer en rijkdom werden inniger en gretiger genoten, want zij staken nog feller dan nu af bij de jammerende armoede en verworpenheid. Een bonten tabbert, een helder haardvuur, dronk en scherts en een zacht bed hadden nog dat hooge genotsgehalte, dat misschien door de Engelsche novelle in de beschrijving der levensvreugde het langst is beleden en het levendigst ingeboezemd. En al de dingen des levens hadden een pronkende en gruwelijke openbaarheid. De leprozen klepten met hun ratel, en hielden ommetochten, de bedelaars jammerden in de kerken en stalden er hun wanstaltigheid uit. Elke stand, elke orde, elk bedrijf was kenbaar aan zijn kleed. De groote heeren bewogen zich nooit zonder pralend vertoon van wapens en livreien, ontzagwekkend en benijd. Rechtspleging, venten van koopwaar, bruiloft en begrafenis, het kondigde zich alles luide aan met ommegang, kreet, klaagroep en muziek. De verliefde droeg het teeken van zijn dame, de genooten het embleem van hun broederschap, de partij de kleuren en blazoenen van hun heer.

Ook in het uiterlijk aanschijn van stad en land heerschte die tegenstelling en die bontheid. De stad verliep niet zooals onze steden in slordig aangelegde buitenwijken van dorre fabrieken en onnoozele landhuisjes, maar lag in haar muur besloten, een afgerond beeld, stekelig van tallooze torens. Zoo hoog en zwaar de steenen huizen van edelen of koopheeren mochten zijn, de kerken bleven met hun hoogte en ruimte den aanblik der stad beheerschen.

Zooals de tegenstelling van zomer en winter sterker was dan in ons leven, zoo was het die van licht en duister, van stilte en gedruisch. De moderne stad kent nauwelijks meer het zuivere donker en de zuivere stilte, het effekt van een enkel lichtje of een enkelen verren roep.

Door het voortdurend contrast, door de bonte vormen, waarmee alles zich aan den geest opdrong, ging er van het alledaagsche leven een prikkeling, een hartstochtelijke suggestie uit, welke zich openbaart in die wankele stemming van ruwe uitgelatenheid, hevige wreedheid, innige verteedering, waartusschen het middeleeuwsche stadsleven zich beweegt.

Er was één geluid, dat al het gedruisch van het drukke leven steeds weer overstemde, en dat, hoe bont dooreen-klinkend, toch nooit verward, alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken. De klokken waren in het dagelijksch leven als waarschuwende goede geesten, die met bekende stem dan rouw, dan blijdschap, dan rust, dan onrust kondigden, dan opriepen, dan vermaanden. Men kende hen bij gemeenzame namen: de dikke Jacqueline, klokke Roelant; men wist de beteekenis van kleppen of luiden. Men was ondanks het overmatig klokgelui niet verstompt voor den klank. Gedurende het beruchte burgerlijke tweegevecht te Valenciennes, dat in 1455 de stad en het geheele Bourgondische hof in buitengewone spanning heeft gehouden, luidde de groote klok, zoolang de strijd duurde, "laquelle fait hideux à oyr", zegt Chastellain1. "Sonner l'effroy", "faire l'effroy" heet het luiden der alarmklok2. Welk een ontzaglijke bedwelming moet het zijn geweest, als alle kerken en kloosters van Parijs de klokken luidden van den morgen tot den avond, en zelfs den geheelen nacht, omdat er een paus gekozen was, die een einde aan het schisma zou maken, of om een vrede tusschen Bourguignon en Armagnac3.

Huizinga - Herfsttij der Middeleeuwen

Bron: http://www.dbnl.org/tekst/huiz003herf01_01/huiz003herf01_01_0002.htm

Donkere middeleeuwen

De naam "Donkere Middeleeuwen" heeft al vele evoluties doorgemaakt; de definitie is afhankelijk van wie deze definiëert. Moderne geschiedkundigen gebruiken de term niet meer omdat deze zo'n negatieve ondertoon heeft. In het algemeen refereren de Donkere Middeleeuwen aan de periode die volgde op de val van het West-Romeinse Rijk. Dit gebeurde toen de laatste keizer van het Westelijke Rijk, Romulus Augustulus, in 476 na Christus door Odoaker, een barbaar, werd afgezet.

Dit tijdperk werd pas later door mensen als 'donker' of 'duister' bestempeld; de oorzaak hiervan was dat deze periode werd gekenmerkt door gebruiken en praktijken die een stap achteruit leken te zijn. Latere historici gebruikten de term 'donker' gewoonweg om aan te geven dat er weinig over deze periode bekend was; de geschreven geschiedenis over deze periode was bijzonder onvolledig. Recente ontdekkingen, die vele nieuwe feiten over deze tijd naar boven hebben gebracht, hebben dit idee blijkbaar bijgesteld.

De Italiaanse geleerde Francesco Petrarca was de eerste die de term 'Donkere Middeleeuwen' hanteerde. Hij gebruikte deze om zo de Latijnse literatuur uit die tijd aan de tand te voelen; anderen gebruikten zijn idee juist om frustraties over het gebrek aan Latijnse literatuur of andere culturele mijlpalen in deze periode uit te drukken. De naam "Donkere Middeleeuwen" wordt in het algemeen niet meer gebruikt. Meestal wordt deze periode nu aangeduid met de naam "Vroege Middeleeuwen" -- de periode die volgde op het verval van het Romeinse Rijk in de Westerse wereld. De Middeleeuwen als geheel beslaan de periode van ongeveer 400 tot 1000 na Christus.

Bron : http://www.allabouthistory.org/dutch/de-donkere-middeleeuwen.htm

donderdag 22 november 2007

Slag bij Nancy

...Naast de klassieke wapens waarover soldaten in die tijd beschikken (hellebaard, kruisboog, piek) staan in Nancy ook bombardes opgesteld die projectielen tot 300 pond kunnen afvuren. De verdedigers zijn ook uitgerust met primitieve handvuurwapens (serpentijnen). Het zwakke punt in hun verdediging is echter het gebrek aan levensmiddelen waardoor de stad zich na een beleg van een maand aan Karel overgeeft. Op 30 november 1475 trekt hij plechtig de stad binnen en roept zichzelf uit tot hertog van Lotharingen.

Wanneer Karels prestige een deuk krijgt na zijn nederlagen tegen de Zwitserse troepen te Granson en Morat neemt de weerstand van de Lotharingers, mede veroorzaakt door een hogere belastingdruk en het afschaffen van privileges, toe. René II buit deze situatie uit door een aantal steden te heroveren met steun van de Zwitsers en de stad Straatsburg. En ook Nancy geeft zich, na een beleg van enkele weken, op 6 oktober 1476 over. René kondigt een algemene amnestie af.

Karel, die niet ver uit de buurt is, belegert Nancy opnieuw 22 oktober. René II vertrekt naar Zwitserland om steun te zoeken en laat de verdediging van zijn stad over aan 2.000 soldaten uit Lotharingen, Gascogne en de Elzas. Karel staat er ditmaal slechter voor: hij is afgesneden van zijn thuisbasis en 400 van zijn soldaten sterven van de koude. Maar ook de verdedigers hebben het lastig met de winterkoude: door het bevroren water kunnen ze de branden die Karels troepen stichten niet blussen.

Met financiële steun van Lodewijk XI heeft René intussen een troepenmacht van 14.000 man verzameld waarmee hij in januari 1477 Lotharingen binnentrekt. Karel beschikt over 15.000 man waarvan hij de helft verliest door koude en desertie wegens laag moreel. Hij stelt zijn leger op een plaats op die hem weinig bewegingsvrijheid geeft, links van het bos van Saurupt dat hij ten onrechte als ondoordringbaar beschouwt en achter de beek van Jarville.

René laat zijn voorhoede (8.000 Zwitserse landsknechten) door het bos van Saurupt trekken die de cavalerie van Karel uiteen slaan. Ook de rechtervleugel biedt weinig weerstand. Karel probeert de opstelling van zijn troepen te herschikken maar slaagt er niet in. Zijn hoofdmacht in het centrum is nu aan drie zijden ingesloten en valt uiteen. Het garnizoen van Nancy doet een uitval en steekt het Bourgondisch kamp in brand. Karel wordt meerdere malen gekwetst vooraleer hij door de Lotharings edelman Claude de Bauzemont wordt gedood.

René trekt nog dezelfde avond Nancy binnen. Het lichaam van Karel wordt pas op 7 januari, vastgevroren en door de wolven aangevreten in de vijver van St-Jean, teruggevonden. Hij wordt te Nancy begraven in het collegium Saint-Georges. Keizer Karel V zal later zijn lichaam laten overbrengen naar Vlaanderen. Hij ligt sindsdien begraven in een praalgraf in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Nancy

What we do in life ...



What we do in life echoes in eternity


Maximus: Gladiator

woensdag 21 november 2007

Het gulden vlies


Het Gulden Vlies is de gouden schapenvacht van de god Chrysomallos. Ze behoorde eigenlijk toe aan de gouden ram die de kinderen van koning Athamas, Phrixus en Helle verjoeg, in opdracht van Athamas' nieuwe vrouw, Ino. Toen Phrixus en Helle aankwamen, offerde Phrixus de ram, en hing de gouden vacht op. Het gulden vlies was het doel van een queeste ondernomen door Jason en de Argonauten. Het vlies was in het bezit van Aietes die Jason drie opdrachten gaf teneinde het vlies te verkrijgen.

  • toom de vuurspuwende stieren in en ploeg hiermee een veld om
  • plant drakentanden, en versla het leger dat uit deze drakentanden groeide (dat deed Jason door een rotsblok in hun midden te gooien)
  • versla de altijd wakende draak die het vlies bewaakt

Bij het uitvoeren van de opdrachten kreeg Jason hulp van Medea, zijn geliefde, de dochter van Aietes. Nadat Jason en de Argonauten het vlies veroverden zette de koning de achtervolging in langs twee kanten, maar uiteindelijk kwamen de Argonauten toch in Pagasai aan waar ze ook hun reis begonnen, doordat ze koning Aietes met een list op afstand wisten te houden. Ze wierpen hiertoe de lichaamsdelen van Absyrtus, het gedode broertje van Medea overboord, die alle door haar vader werden verzameld, waardoor hij slechts langzaam vooruit kwam.

Jason stierf uiteindelijk toen hij onder het dek van zijn schip sliep dat instortte.


Bron :http://nl.wikipedia.org/wiki/Gulden_vlies_(mythologie)

De Orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede, hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies was de tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband, die uit 1348 dateert. Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn dynastie. De nieuwe Orde was een select gezelschap waarmee de hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kon eren. De Orde werd erkend door de paus en geniet pauselijke privileges. Een van de voorrechten van de Ridders in deze Orde is dat zij van de paus het recht hebben gekregen om in hun slaapkamer een mis te laten opdragen. Dit voorrecht delen zij met hoge geestelijken en katholieke vorsten.

De Orde bestond aanvankelijk uit dertig ridders en vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en een griffier, met aan het hoofd de Hertog van Bourgondië. Het aantal Ridders werd in 1516 uitgebreid naar vijftig. De Heer der Nederlanden was tevens het hoofd van de Orde, dus na Filips de Goede werd deze functie bekleed door achtereenvolgens Karel de Stoute, Filips de Schone, Karel V, Filips II, enzovoort.

De orde verloor zijn grootmeester uit het Huis Valois toen Karel de Stoute sneuvelde in de Slag bij Nancy in 1477. De orde bleef in handen van diens dochter Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk uit het huis Habsburg. Hierdoor namen de Habsburgers, als opvolgers van de titel "duc de Bourgogne", de soevereiniteit over van de Orde.

In 1516 wijzigde Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden, de statuten van de Orde en er werden nu vijftig ridders benoemd in plaats van dertig. Dit werd in hetzelfde jaar bevestigd in de bul van Paus Leo X, waarbij tevens de stichting van de orde werd bevestigd door de paus. De bul bevindt zich sinds 1934 in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv in Wenen.

De pauselijke privileges, toegekend door de bul van Paus Leo X, tonen aan dat deze Orde in feite een religieuze gemeenschap was. De vergaderingen moesten plaats hebben in een kerk, waarbij de leden van de Orde een gereserveerde plaats hadden in het koorgestoelte - plaatsen anders voorbehouden aan de clerus. Hierdoor vindt men in verschillende kerken de wapenschilden van de ridders van de Orde in het koorgestoelte (Gent, Brugge, Mechelen, Barcelona).

Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden heeft de Ridders slechts eenmaal tijdens zijn lange regering bijeengeroepen voor een kapittel.Dat werd in Barcelona gehouden. Karel liet de titel van Grootmeester na aan zijn zoon Filips II. Maar ook Karels broer, Ferdinand, die na de abdicatie van Karel V keizer werd, eigende zich het recht toe om ridders in deze orde te benoemen.

De vliesridders waren niet onderworpen aan de wereldlijke rechtsmacht, maar aan het eigen gerecht van de Orde. Tijdens de regering van Filips II werd deze bepaling genegeerd. De veroordeling in 1568 door de "bloedraad" en de daaropvolgende terechtstelling van de graven van Egmond en Hoorne, beiden Ridder van het Gulden Vlies en dus onschendbaar, was immers in strijd met deze bepalingen. Er werden in de daaropvolgende jaren geen kapittelvergaderingen meer gehouden om koning Filips II de schande te besparen hiervoor ter verantwoording geroepen te worden. De gerechtelijke moord op de twee vliesridders belandde in de doofpot.

In de 16e eeuw ontstond dus, naast de Spaanse tak ook een Oostenrijkse tak van de Orde. De Spaanse en Oostenrijkse kanselarijen correspondeerden vruchteloos over deze kwestie totdat in 1700 met de dood van Karel II de Spaanse Habsburgers uitstierven.

Filips van Anjou, kleinzoon van Lodewijk XIV, uit het huis Bourbon, die in 1700 als Filips V koning van Spanje werd, noemde zich, zonder dat hij daar een overtuigend recht op kon doen gelden, grootmeester van deze orde. Oostenrijk protesteerde tevergeefs.

De laatste Habsburgse keizer stierf in 1766. Zijn dochter, keizerin Maria Theresia, erfde van haar vader niet alleen zijn grondgebied maar ook de zeggenschap over de Orde. Het huis Habsburg-Lotharingen erfde aldus de titel met de Oostenrijkse landen en de Oostenrijkse Nederlanden.

Bron :
http://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_het_Gulden_Vlies


Het gulden vlies

Orde van het Gulden Vlies Orde van het Gulden Vlies

In 143O werd de Orde van het Gulden Vlies ingesteld door Filips De Goede, Graaf van Bourgondië, om zijn talrijke en welvarende domeinen te eren, die onder zijn mandaat werden verenigd en die reikten van Vlaanderen tot Zwitserland.

Net zoals de Deense Orde van de Olifant, is niet geweten waarom Filips dit Gulden Vlies verkoos als het teken en het symbool van zijn Orde. Sommigen menen dat die keuze voortkwam uit de grote welvaart die hij in Vlaanderen verwierf en vooral dankte aan de wol- en lakenhandel, anderen denken aan de verspreiding van het humanisme en de klassieke literatuur, en weer anderen dichten het symbool van Jason toe tegen de aartsengel Gideon.

In zijn jeugd verlangde Filip er steeds naar om ooit op Kruistocht te kunnen gaan naar het Gouden Oosten, en deze wens om in de voetsporen van Jason te treden, die zijn reis met het schip de Argo, naar het Oosten beloond zag in goud, bleef herinneren.

Zoals ook Jason zich omringde van een zeer selecte groep Griekse soldaten (de Argonauten genaamd), waren de gezellen van Filips Orde van het Gulden Vlies, Christelijke half-heiligen.

Bron : http://www.amarcord.be/georgia/gulden.html

dinsdag 20 november 2007

Als ich kan













Het Lam Gods

Jan en Hubert van Eyck

















Bron : http://images.google.com

Filips de Goede


Belgen noemen zichzelf wel eens Bourgondiërs. Daarmee bedoelen we gewoon dat we goed kunnen genieten van het leven, van eten en drinken. Maar van waar komt die verwijzing naar Bourgondiërs? Misschien omdat we ons nog de Bourgondische gloriedagen herinneren, ongeveer vijf eeuwen geleden. Toen bracht hertog Filips de Goede, zoon van Jan Zonder Vrees, de Lage Landen samen in een eenheidsrijk. Qua rijkdom en culturele uitstraling stond zijn hof aan de top en de feesten en banketten waren zonder weerga. Filips de Goede wierp zich ook op als mecenas voor de kunsten. Zijn hof bood onder meer onderdak aan "Lam Gods"-schilder Jan Van Eyck, ook genomineerd voor de Grootste Belg.

In die bloeitijd van de 15e eeuw was politiek nog een strijdtoneel van huwelijken en familiebanden. En Filips de Goede is ambitieus en -ondanks zijn bijnaam- zonder scrupules in het verwerven van grondgebied. Hij krijgt achtereenvolgens Namen, Holland, Zeeland, Henegouwen, Brabant, Limburg en Luxemburg in handen. De hertog verbond de verschillende gewesten door de oprichting van twee centrale raden. De Grote Raad (1445) zorgde voor de centrale rechtspraak, waardoor de macht van de stedelijke rechtbanken werd beperkt. Vanaf 1464 kwamen de Staten-Generaal bijeen voor de uitwerking van een gemeenschappelijk beleid. Dat de steden het niet altijd eens waren met zijn beleid (en zijn belastingen), blijkt uit het protest van Brugge en Gent. Maar hun opstanden haalden niets uit tegen zijn heerschappij. Zijn positie werd algemeen erkend en leverde hem de naam "de Grote Hertog van het Westen" op.

In tegenstelling tot zijn vader maakte Filips de Goede weinig kans om de Franse troon te bestijgen. Wat meteen zijn ambitieuze plannen verklaart: hij wilde zich bewijzen als heerser. Om te tonen dat zijn status gelijk was aan die van een koning richt hij in 1430 de Orde van het Gulden Vlies op. Toetreden tot deze orde was een eer voor zijn beste medewerkers en bondgenoten. Een exclusieve club die hij had gesticht naar het voorbeeld van de Engelse Orde van de Kousenband.

Bron : http://www.degrootstebelg.be/dgb_master/100belgen



Landen van herwaarts over


Honderd jaar voor de onthoofding van Egmond en Horn blies Filips de Goede, hertog van Bourgondië (1396-1467), zijn laatste adem uit. De bijnaam `de Goede', die het nageslacht hem heeft gegeven, wijst al op het voorspoedige van zijn regering. Filips zelf was nog geboren in Dijon, de hoofdstad van het hertogdom Bourgondië. Zijn grootvader had de rijke erfdochter van de graaf van Vlaanderen en Artesië getrouwd. Niet om haar mooie ogen, maar om zelf in het bezit te komen van de rijke graafschappen, die het zwaartepunt van zijn bezittingen naar het Noorden verlegden. Nadat Filips de Goede in 1419 aan het bewind was gekomen, heeft hij zijn bezit vooral in die richting weten te vermeerderen, met het ene vorstendom na het andere: eerst Namen, toen Brabant en Limburg-Overmaas, daarna Holland en Zeeland, en ten slotte nog Luxemburg. En waar opvolging onmogelijk was, in de bisdommen, wist hij zijn bastaardzonen als bisschop te doen kiezen. Zo had Filips de Goede in nog geen halve eeuw het grootste deel van het grondgebied van de huidige Benelux èn delen van het noorden van Frankrijk onder zijn bestuur weten te verenigen. Een gemeenschappelijke naam hadden de verscheidene bezittingen van de Bourgondiër nog niet. Hij heette hertog van Bourgondië en Brabant, graaf van Vlaanderen, Artesië, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Luxemburg enzovoort. De benaming `Lage Landen bij de zee' was alleen geografisch juist, maar gold dan niet voor het oude stamland Bourgondië. Zijn bezittingen werden aangeduid vanuit het oogpunt van de hertog zelf, die meestal in Vlaanderen of Brabant verbleef: les pays de par deça, de landen van herwaarts over. Dat wilde niet veel meer zeggen dan `deze landen hier', direct om ons heen. Dit in tegenstelling tot les pays de par delà, de landen van derwaarts over, de landen daar, namelijk het eigenlijke Bourgondië.

Bron : http://dutchrevolt.leidenuniv.nl/Nederlands/verhaal/verhaal01.htm

maandag 19 november 2007

Der Abschied


Auch auf der zweiten Ausstellung im Jahr 1912 der Künstlervereinigung Der blaue Reiter in der Münchner Galerie Hans Goltz wurden Arbeiten von Macke gezeigt. Eine weitere Freundschaft mit dem Franzosen Robert Delaunay brachte ihn in Kontakt mit der abstrakten Malerei. 1913 zog Macke in die Schweiz. Es war ein produktives Jahr für ihn. Seine Arbeiten zeigten die Einflüsse vieler Künstler. Seine Motive waren der Mensch und die Natur.

Während einer kurzen Reise nach Nordafrika bzw. Tunesien zusammen mit Paul Klee und Louis Molliet entstanden zahlreiche beeindruckende Aquarelle. Er produzierte auch viele Skizzen und Fotografien, die er teilweise später als Vorlage für Ölbilder gebrauchte. Er besuchte immer wieder Kandern im Südschwarzwald, wo er zahlreiche Impressionen erhielt. Sein letztes Bild Der Abschied in düsteren Farben schien prophetisch zu sein. Macke wurde am 8. August 1914 zum Kriegsdienst eingezogen und fiel in einem Gefecht am 26. September. Er wurde nur 27 Jahre alt.

August Macke liegt auf dem Soldatenfriedhof von Souain begraben. Auf dem Bonner Alten Friedhof wurde ihm und seiner Frau 1999 ein Gedenkstein nach Entwürfen seines Enkels, Dr. Til Macke, errichtet. Einige seiner Werke wurden postum auf der documenta 1 (1955) und der documenta III im Jahr 1964 in Kassel gezeigt. Am 26. September 1991 wurde das August-Macke-Haus in Bonn im Beisein des späteren Bundespräsidenten und damaligen Ministerpräsidenten von Nordrhein-Westfalen Johannes Rau eröffnet.

Bron: http://de.wikipedia.org/wiki/August_Macke

August Macke : Der Abschied

zondag 18 november 2007

With two camels and a donkey


Klee bestudeerde het Impressionisme van het eind van de 19e eeuw, maar paste het niet direct toe in zijn werk. In 1911 ontmoette hij August Macke, Wassily Kandinsky en Franz Marc. Hij liet zich beïnvloeden door etnografische (primitieve) kunst, door kindertekeningen (zie ook: Karel Appel) en tekeningen van geestelijk gestoorden. In de tweede en laatste tentoonstelling van Der Blaue Reiter in 1912 was Klee met 17 werken vertegenwoordigd. Hij maakte daar kennis met werk van Braque, Picasso en Malevitsj. Hij bracht een bezoek aan Robert Delaunay in Parijs, die kleur het belangrijkste element in de schilderkunst vond. Tijdens een reis van 14 dagen naar Tunis in 1914 met Macke en Louis Moilliet kwam er een doorbraak in het kleurgebruik van Klee. Hij ging steeds kleurrijker schilderen, en maakte ook een stap in de richting van het abstracte. Klee werd ook beïnvloed door zijn collega bij Bauhaus, Johannes Itten, die een invloedrijk werk over kleurenleer heeft geschreven.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paul_Klee

Paul Klee - With two camels ansd a donkey

August Macke



De Duitse expressionist August Macke werd in 1887 geboren in Meschede in het Sauerland. Hij studeerde van 1904 tot 1906 aan de kunstacademie en de kunstnijverheidsschool in Düsseldorf. In deze stad was Macke enige tijd werkzaam als ontwerper voor diverse theatervoorstellingen.
In 1905 maakte Macke zijn eerste reis naar Italë. Een jaar later verbleef hij onder meer in België, Nederland en Engeland. In Parijs raakte Macke bekend met het impressionisme en het fauvisme.
Na een korte schildersstudie aan de schildersschool van Corinth in Berlijn, bezocht August Macke met Koehler Parijs. In 1909 huwde de kunstenaar met Elisabeth Gerhardt. Het echtpaar vestigde zich aan de Tegernsee.
In 1910 verhuisde August Macke naar Bonn, sloot zich aan bij de Neue Künstlervereinigung München en raakte bevriend met de expressionist Franz Marc.
Samen met Franz Marc bezocht Macke Parijs, waar het tweetal onder meer de kunstenaar Delaunay ontmoette.
De stijl van August Macke onderscheidt zich van het werk van andere fauvisten door een zachtere benadering. Het kleurgebruik vertoont overeenkomst met dat van Delaunay. Macke schilderde vooral landschappen en scènes uit het stadsleven.
Samen met Klee en Moillet maakte Macke in 1914 een reis naar Tunesië. Na terugkomst in Duitsland werd Macke opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen. In september 1914 stierf August Macke op het slagveld.

Bron : http://www.cultuurarchief.nl/kunstenaars/mackeaugust.htm

August Macke - Hutladen

zaterdag 17 november 2007

Der Blaue Reiter

Gelbe Kuh 1911
Gelbe Kuh 1911
Marc, Franz

Kandinsky en Fransz Marc zijn de drijvende krachten achter deze kunstenaarsgroepering uit München. De naam is door hen verzonnen in een café. Beiden hielden van blauw, Marc van paarden en Kandinsky van ruiters. Zo ontstond de naam vanzelf, verklaarde Kandinsky ooit.
Het betreft een los samenwerkingsverband van verscheidene kunstenaars die een individuele stijl en visie handhaven. Der Blaue Reiter was oorspronkelijk een almanak die door Wassily Kandinsky en Franz Marc verzorgd was. Zij vormden de redactie van dit blad en organiseerde tentoonstellingen. Het blad werd in 1912 gepubliceerd, maar niet in de hoedanigheid van een almanak. De redactie had in 1911 al een tentoonstelling georganiseerd. Hun tentoonstellingen hadden een internationaal karakter doordat er veel kunstenaars uit Rusland en Frankrijk kwamen. Ook de leden van Die Brücke en de Neue Sezession werden uitgenodigd. P. Klee, A. Macke, A. von Jawelenski, G. Münter, Campendonck, M von Werefkin, Moilliet en Bloé-Niestlé sloten zich aan.

Study for Improvisation VII
Study for Improvisation VII
Kandinsky, Wassily

Als reactie op de door kunstacademies gepropageerde schone vorm, stelt Der Blaue Reiter dat de vorm alleen moet uitdrukken wat de kunstenaarwil belichamen. De aanvang van de eerste wereldoorlog betekende het einde van deze groepering. Marck en Macke sneuvelden in deze oorlog.

Bron: http://www.kunstkennis.nl/kunstgeschiedenis/1890-1940/



vrijdag 16 november 2007

Kriegsneurose

De discrepantie tussen inspanning en zichtbaar resultaat wordt naast andere verklaringen ook wel als reden aangevoerd voor het enorme verschil in geestelijke problematiek tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

Niet zozeer het geweldspotentieel, niet zozeer het zien sneuvelen van kameraden, maar het al dan niet fictionele idee van absolute zinloosheid en het maar al te non-fictionele idee niet aan het geweld te kunnen ontsnappen, droegen in de Eerste Wereldoorlog bij aan het grote aantal gevallen van shell-shock, Kriegsneurose, chocq du geurre, of, zoals de Vlamingen het noemden, d’n klop. Zij waren met name het gevolg van allerlei vormen van angst, niet te verwarren met lafheid, een angst onder andere gevangen in een tekening van de Duitser Ernst Stadler.

Dat de aard van de oorlog een van de oorzaken van het grote aantal geestelijke problemen was, is ook af te lezen aan de geschiedenis van die oorlog zelf. In 1918 werden de loopgraven verlaten toen eerst de Duitsers wisten op te rukken en daarna de geallieerden het initiatief wisten over te nemen.

Eindelijk was de loopgraafoorlog een ‘war of movement’ geworden. De prijs die daarvoor werd betaald was echter zelfs voor de Eerste Wereldoorlog hoog. Het aantal doden was gigantisch, maar het aantal psychisch gewonden daalde.

Bron: http://www.wereldoorlog1418.nl/somme-2006

Dunkle Fahrt

Die alten Brunnen rauschten wie im Traum
durch fernen Hall vertrauter Abendglocken
und flossen weich ins Dunkel· das den Duft
nachtschwüler Gärten· die ich spät durchwandert·
still atmend trug. Nun tut sich dämmernd auf·
vom schwanken Frühlicht hingetürmt· umwölbt
von Felsenstürzen· purpurtiefen Schluchten·
der letzten Fahrten letzte Ruhestatt:
Mit schwarzem Strom die goldig dunkle Trift.
Die kalten Eisenstufen schreit ich leicht
die leise klirrenden ins Tal· daraus
nicht Rückkehr ist. Nun bette mich
in blauen Schatten blütenloses Land·
traumstarre Flut!
Schon rührt dein schwerer Hauch
mich schauernd an. Schon überweht ein Glanz
mich Trunknen hell wie einer Gottheit Bild
aus blitzendem Gewölk. Schon trübt und wirrt
des Lebens Spiegel fern sich wie ein Traum·
der flatternd zwischen Tag und Dämmer lischt


Ernst Stadler



 

 
Do you think this is a place
abandoned by God?


Have you ever known a place where
God would have felt at home?




Name of the Rose
The Mule track (1918 ) Paul Nash

donderdag 15 november 2007

Genesis


In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.


En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.

En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

„The path of the righteous man is beset on all sides by the iniquities of the selfish and the tyranny of evil men. Blessed is he who, in the name of charity and good will, shepherds the weak through the valley of darkness. For he is truly his brother's keeper and the finder of lost children. And I will strike down upon thee with great vengeance and furious anger those who attempt to poison and destroy my brothers. And you will know my name is the Lord when I lay my vengeance upon thee"

Ezekiel 25:17