vrijdag 9 november 2007

La Belle Epoque

La Belle Époque is een benaming voor de periode 1890-1914 uit de Franse geschiedenis. De naam werd geboren na de Eerste Wereldoorlog, toen men getraumatiseerd door de slachtingen met nostalgie terugkeek op een schijnbaar gouden tijdperk vóór het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin onbezorgdheid en grote ontdekkingen Frankrijk in de ban hielden.

In de periode 1890-1914 brak in Frankrijk op alle terreinen een élan vital aan, waarin de industrie opbloeide, de techniek grote schreden zette en de cultuur bloeide. Frankrijk voelde zich het middelpunt van de wereld. In 1889 vond in Parijs de wereldtentoonstelling plaats, met de Eiffeltoren als symbool van de technische vooruitgang. De eerste vliegtuigen, de bicyclette, de eerste auto’s en Tour de France deden de aandacht voor techniek en sport toenemen. Daarnaast breidde het koloniale imperium zich uit, zodat Frankrijk zich weer een herboren natie voelde na de nederlaag in de Frans-Pruisische oorlog. Op cultureel gebied vallen de opkomst van de filmindustrie en fotografie op, evenals nieuwe kunstvormen als het impressionisme ( zie illustratie Claude Monet ) en Art Nouveau.

De Belle Époque markeerde tevens het ontstaan van cabaret en de dans can-can, die zeer populair was in de Parijse nachtclub Moulin Rouge. Met de opkomst van nieuwe ontwikkelingen in techniek en wetenschap, ontstond namelijk ook vertwijfeling. De rol van geloof en morele waarden werden in vraag gesteld. Vrijheid leek onbeperkt, en prostitutie, losbandigheid, en verslaving waren niet langer taboe. Voorbeelden hiervan zijn de fascinatie voor o.a. absint, en de aandacht voor het nachtleven in de werken van o.a. Toulouse-Lautrec

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Belle

Chat Noir


Toulouse Lautrec

L'Albatros

Souvent, pour s'amuser, les hommes d'équipage
Prennent des
albatros, vastes oiseaux des mers,
Qui suivent,
indolents compagnons de voyage,
Le navire glissant sur les gouffres amers.

A peine les ont-ils déposés sur les planches,
Que ces rois de l'
azur, maladroits et honteux,
Laissent piteusement leurs grandes ailes blanches
Comme des
avirons traîner à côté d'eux.

Ce voyageur ailé, comme il est gauche et
veule !
Lui, naguère si
Ses ailes de géant l'empêchent de marcher.beau, qu'il est comique et laid !
L'un agace son bec avec un
brûle-gueule,
L'autre mime, en boitant, l'infirme qui volait !

Le Poète est semblable au prince des nuées
Qui hante la tempête et se rit de l'archer ;
Exilé sur le sol au milieu des
huées,


Spleen et Idéal, II - Les fleurs du mal

Beaudelaire


Les fleurs du mal

Baudelaire is het stralende middelpunt van de negentiende-eeuwse poëzie. In zijn roemruchte 'Les fleurs du mal' paart hij de vormvastheid van het classicisme aan de thema's van de zwarte romantiek en heeft hij de bron geslagen voor latere stromingen als decadentisme, symbolisme en modernisme.

'Les fleurs du mal' markeert tevens de overgang van de romantische naar de moderne dichtkunst, het is het laatste klassieke dichtwerk dat algemeen invloed heeft uitgeoefend op de Europese literatuur en beeldende kunsten. En nog is deze invloed herkenbaar. De moderne sensatie immers die Baudelaire heeft beschreven is het karakteristiek geworden van de twintigste-eeuwse mens: verscheurdheid en verveling, zelfpijniging en melancholie, een overheersend besef van verlies. Het zijn enkel de zintuiglijke indrukken, de vluchtige momenten, geuren, een gebaar of een glimp die het verlangen losmaken of de herinnering opwekken aan de schoonheid of het ideaal.


Bron : http://boeken.vpro.nl/boeken


donderdag 8 november 2007

Gewijde van Dampierre


Gewijde van Dampierre (ca. 1226 - Compiègne 7 maart 1305), graaf van Vlaanderen (1278-1305) en markgraaf van Namen (1263-1298), tweede zoon van Willem van Dampierre en Margaretha van Constantinopel, werd na de dood (1251) van zijn oudere broer Willem van Dampierre de erfopvolger in het graafschap Vlaanderen.
Bij de troonsbestijging van Filips IV de Schone (1285) begonnen de moeilijkheden tussen Vlaanderen en Frankrijk. Gwijde zocht steun bij de Engelse koning Eduard I, zegde zijn leentrouw aan de Franse koning op en sloot een militair verbond met Engeland (1297). De openlijke strijd tussen Gwijde en Filips nam hierdoor een aanvang. Vlaanderen werd door de Franse koning bezet (jan.-mei 1300) en nadien geannexeerd. Gwijde gaf zich met zijn oudste twee zonen, Robrecht van Béthune en Willem van Crèvecoeur, gevangen. Deze gebeurtenissen waren mede oorzaak van de Brugse Metten en de Guldensporenslag in 1302. Gwijde overleed in gevangenschap te Compiègne en werd door zijn kinderen begraven in de abdij van Flines.

Bron:http://www.worldexplorer.be/gwijde_van_dampierre.htm

Fragment : De Leeuw van Vlaanderen



De leeuw van Vlaanderen

De Leeuw van Vlaanderen (oorspronkelijk: De Leeuw van Vlaenderen) is een historisch boek geschreven door de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience in 1838. Het boek vertelt het verhaal over de Guldensporenslag in 1302. Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van het boek na het zien van het schilderij De Groeningeslag van Nicaise De Keyser.

In De leeuw van Vlaanderen beschrijft Conscience de Guldensporenslag die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Béthune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Conscience werd vaak verweten dat hij in zijn boek een loopje nam met de geschiedenis. Zo verschijnt Robrecht III van Béthune in het boek als redder van het Vlaamse leger op het slagveld terwijl hij in werkelijkheid in Franse gevangenschap verbleef. Conscience had nochtans een twintigtal historische bronnen geraadpleegd, de plaats van de slag zelf verkend en deskundigen in middeleeuwse geschiedenis om advies gevraagd. Hij liet zich echter misleiden door foutieve informatie die hij in middeleeuwse kronieken aantrof.

Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen kreeg Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in 20ste eeuw en daarna.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Leeuw_van_Vlaanderen

woensdag 7 november 2007

Staircase to heaven ...

The long and winding road ...

.
The long and winding road
That leads to your door
Will never disappear
Ive seen that road before
It always leads me her
Lead me to you door

The wild and windy night
That the rain washed away
Has left a pool of tears
Crying for the day
Why leave me standing here
Let me know the way

Many times Ive been alone
And many times Ive cried
Any way youll never know
The many ways Ive tried

But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door

But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door
...

The Beatles

dinsdag 6 november 2007

Odyssea

Een schip vaart uit
Het ploegt de zee
Veld van eindeloos elysee
en zeemansgraf
- slechts charon haalt zijn gram -

Sirenen in het riet
en zwart basalt staketsel
Waar was de was om te voorkomen?

Alleen een meeuw zeilt
- ontieglijk eindeloos -
Dit schip voorbij

Helaas, immer strijkt het zeil


dodenschip

the ferryman of the dead


Charon, in Greek mythology, is the ferryman of the dead. The souls of the deceased are brought to him by Hermes, and Charon ferries them across the river Acheron. He only accepts the dead which are buried or burned with the proper rites, and if they pay him an obolus (coin) for their passage. For that reason a corpse had always an obolus 1 placed under the tongue.Those who cannot afford the passage, or are not admitted by Charon, are doomed to wander on the banks of the Styx for a hundred years. Living persons who wish to go to the underworld need a golden bough obtained from the Cumaean Sibyl. Charon is the son of Erebus and Nyx. He is depicted as an sulky old man, or as a winged demon carrying a double hammer. He is similar to the Etruscan (Charun).

Bron : http://www.pantheon.org/articles/c/charon.html


maandag 5 november 2007

flight of the phoenix ... part 1

Vertrouwen beyond compare…


Kan ik even met je dromen

samen – zomaar overdag - in bed

van ginds ver weg

- geen kinderen vandaag -

- we praten even bij -

tot diep onder het laken geboren

van leven, liefde heel intiem

spontaan tot heel intens

- we houden van elkaar -

en alles wordt ons nu gestolen –

in liefde alles toegedekt

wat niet meer hoeft gezegd in woorden

Ik ken je huid

de plooi die mij verleidt

jij mijn ziel

getormenteerd

In zachte kussens vers gespreid

De dag doet dromen ...


zondag 4 november 2007

Avond

Nauw zichtbaar wiegen, op een lichte zucht,
De witte bloesems in de scheemring, ziet
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele, al te late vogel vliedt.

En ver, daar-ginds, die zacht-gekleurde lucht
Als perlemoer, waar iedre tint vervliet
In teerheid. Rust , o, wonder-vreemd genucht!
Want alles is bij dag zo innig niet.

Alle geluid, dat nog van verre sprak,
Verstierf , de wind, de wolken, alles gaat,
Al zacht en zachter , alles wordt zo stil.

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zo moe is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.

Uit Verzen (Amsterdam 1884) - Willem Kloos



Anubis



Anubis was een god in de Egyptische mythologie. Hij werd afgebeeld met het hoofd van een jakhals of als een jakhals. Jakhalzen waren aaseters en waarschijnlijk zou de associatie met dit dier eerder geweest zijn om de doden te beschermen van vernietiging.

Voordat Osiris belangrijk werd was Anubis de belangrijkste begraaf-god. Waarschijnlijk heeft hij zich in het begin alleen maar met begrafenissen bemoeid en zich met het volgen van de koning in de onderwereld beziggehouden. De naam Anubis (inepu) zou gelinkt zijn aan het woord koningszoon in dezelfde relatie met Osiris. De Jakhalskop is gekozen naar de Jakhalzen in de woestijn die aan het graven waren in de oude koningsgraven. De andere jakhalsgod was Wepwawet. In het Oude Rijk werden gebeden geschreven op de muren van mastaba's en in de piramideteksten is Anubis heel vaak aangehaald.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Anubis_(god)

Het hiernamaals ...


...
Na het proces van mummificatie werd de mummie in een houten doodskist gelegd. Om beter bescherming te bieden tegen het kwaad op de reis naar het hiernamaals, werd deze kist vaak in een .nest. van grotere kisten geplaatst, die elk waren versierd met de gebeden en bezweringen uit het Dodenboek. De kisten van de allerrijksten, waaronder de farao's, werden tot slot in een sarcofaag gelegd, waarna de sarcofaag werd verzegeld. Na het sluiten van de doodskist werd door priesters de macht van de goden aangeroepen om de mummie te beschermen tegen kwade machten. Vervolgens werd de doodskist op een houten slede geplaatst en met een boot (zie afbeelding) naar de westelijke oever van de Nijl gebracht, waar de zon onderging en de doden leefden. Deze tocht symboliseerde bovendien de tocht naar het rijk van Osiris. Priesters en rouwende familieleden liepen voor de kist uit, die op een slede door ossen en mensen naar de graftombe gesleept werd. De priesters en de familieleden sprenkelden melk en verspreidden wierook. Achter de kist kwam een tweede slede, die de canopen vervoerde, met daarin de gemummificeerde ingewanden en andere grafgiften. Verder liep er nog een aantal bedienden mee om de grafgiften het graf in te dragen.
...

Bron : http://www.digital-isis.nl/eeuwen.html

zaterdag 3 november 2007

Uitvaart van mijn dochterken


De felle Doot, die nu geen wit magh zien,

Verschoont de grijze liên
Zy zit om hoogh, en mickt met haren schicht
Op het onnozel wicht,
En lacht, wanneer in 't scheien,
De droeve moeders schreien.
Zy zagh 'er een, dat, wuft en onbestuurt,
De vreught was van de buurt,
En, vlugh te voet, in 't slingertouwtje sprong;
Of zoet Fiane zong,
En huppelde, in het reitje,
Om 't lieve lodderaitje:
Of dreef, gevolght van eenen wackren troep,
Den rinckelenden hoep
De straten door: of schaterde op een schop:
Of speelde met de pop,
Het voorspel van de dagen,
Die d'eerste vreught verjagen.
Of onderhiel, met bickel en boncket,
De kinderlijcke wet,
En rolde en greep, op 't springend elpenbeen,
De beentjes van den steen;
En had dat zoete leven
Om geldt noch goet gegeven:
Maar wat gebeurt? terwijl het zich vermaackt,
Zoo wort het hart geraackt,
(Dat speelzieck hart) van eenen scharpen flits,
Te dootlick en te bits.
De Doot quam op de lippen,
En 't zieltje zelf ging glippen.
Toen stont helaas! de jammerende schaar
Met tranen om de baar,
En kermde noch op 't lijck van haar gespeel,
En wenschte lot en deel
Te hebben met haar kaartje
En doot te zijn als Saertje.
De speelnoot vlocht (toen 't anders niet moght zijn)
Een krans van roosmarijn,
Ter liefde van heur beste kameraat.
O krancke troost! wat baat
De groene en goude lover?
Die staatsi gaat haast over.


Joost van den Vondel

O Fortuna - Uit Carmina Burana

O Fortuna,
velut Luna
statu variabilis,
semper crescis
aut decrescis;
vita detestabilis

nunc obdurat
et tunc curat
ludo mentis aciem;
egestatem,
potestatem,

dissolvit ut glaciem.

Sors immanis
et inanis,
rota tu volubilis,
status malus,
vana salus
semper dissolubilis;
obumbrata

et velata
mihi quoque niteris;
nunc per ludum

dorsum nudum
fero tui sceleris.



O Fortune, like the moon of ever changing state, you are always waxing or waning; hateful life now is brutal, now pampers our feelings with its game; poverty, power, it melts them like ice.

Fate, savage and empty, you are a turning wheel, your position is uncertain, your favour is idle and always likely to disappear; covered in shadows and veiled you bear upon me too; now my back is naked through the sport of your wickedness.

Bron: http://www.tylatin.org/extras/cb1.html