woensdag 7 november 2007
The long and winding road ...
The long and winding road
That leads to your door
Will never disappear
Ive seen that road before
It always leads me her
Lead me to you door
The wild and windy night
That the rain washed away
Has left a pool of tears
Crying for the day
Why leave me standing here
Let me know the way
Many times Ive been alone
And many times Ive cried
Any way youll never know
The many ways Ive tried
But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door
But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door
...
The Beatles
dinsdag 6 november 2007
Odyssea
Een schip vaart uit
Het ploegt de zee
Veld van eindeloos elysee
en zeemansgraf
- slechts charon haalt zijn gram -
Sirenen in het riet
en zwart basalt staketsel
Waar was de was om te voorkomen?
Alleen een meeuw zeilt
- ontieglijk eindeloos -
Dit schip voorbij
the ferryman of the dead
Charon, in Greek mythology, is the ferryman of the dead. The souls of the deceased are brought to him by Hermes, and Charon ferries them across the river Acheron. He only accepts the dead which are buried or burned with the proper rites, and if they pay him an obolus (coin) for their passage. For that reason a corpse had always an obolus 1 placed under the tongue.Those who cannot afford the passage, or are not admitted by Charon, are doomed to wander on the banks of the Styx for a hundred years. Living persons who wish to go to the underworld need a golden bough obtained from the Cumaean Sibyl. Charon is the son of Erebus and Nyx. He is depicted as an sulky old man, or as a winged demon carrying a double hammer. He is similar to the Etruscan (Charun).
Bron : http://www.pantheon.org/articles/c/charon.html
maandag 5 november 2007
Vertrouwen beyond compare…
Kan ik even met je dromen
samen – zomaar overdag - in bed
van ginds ver weg
- geen kinderen vandaag -
- we praten even bij -
tot diep onder het laken geboren
van leven, liefde heel intiem
spontaan tot heel intens
- we houden van elkaar -
en alles wordt ons nu gestolen –
in liefde alles toegedekt
wat niet meer hoeft gezegd in woorden
Ik ken je huid
de plooi die mij verleidt
jij mijn ziel
getormenteerd
In zachte kussens vers gespreid
De dag doet dromen ...
zondag 4 november 2007
Avond
De witte bloesems in de scheemring, ziet
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele, al te late vogel vliedt.
En ver, daar-ginds, die zacht-gekleurde lucht
Als perlemoer, waar iedre tint vervliet
In teerheid. Rust , o, wonder-vreemd genucht!
Want alles is bij dag zo innig niet.
Alle geluid, dat nog van verre sprak,
Verstierf , de wind, de wolken, alles gaat,
Al zacht en zachter , alles wordt zo stil.
En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zo moe is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.
Uit Verzen (Amsterdam 1884) - Willem Kloos
Anubis

Anubis was een god in de Egyptische mythologie. Hij werd afgebeeld met het hoofd van een jakhals of als een jakhals. Jakhalzen waren aaseters en waarschijnlijk zou de associatie met dit dier eerder geweest zijn om de doden te beschermen van vernietiging.
Voordat Osiris belangrijk werd was Anubis de belangrijkste begraaf-god. Waarschijnlijk heeft hij zich in het begin alleen maar met begrafenissen bemoeid en zich met het volgen van de koning in de onderwereld beziggehouden. De naam Anubis (inepu) zou gelinkt zijn aan het woord koningszoon in dezelfde relatie met Osiris. De Jakhalskop is gekozen naar de Jakhalzen in de woestijn die aan het graven waren in de oude koningsgraven. De andere jakhalsgod was Wepwawet. In het Oude Rijk werden gebeden geschreven op de muren van mastaba's en in de piramideteksten is Anubis heel vaak aangehaald.
Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Anubis_(god)Het hiernamaals ...

Na het proces van mummificatie werd de mummie in een houten doodskist gelegd. Om beter bescherming te bieden tegen het kwaad op de reis naar het hiernamaals, werd deze kist vaak in een .nest. van grotere kisten geplaatst, die elk waren versierd met de gebeden en bezweringen uit het Dodenboek. De kisten van de allerrijksten, waaronder de farao's, werden tot slot in een sarcofaag gelegd, waarna de sarcofaag werd verzegeld. Na het sluiten van de doodskist werd door priesters de macht van de goden aangeroepen om de mummie te beschermen tegen kwade machten. Vervolgens werd de doodskist op een houten slede geplaatst en met een boot (zie afbeelding) naar de westelijke oever van de Nijl gebracht, waar de zon onderging en de doden leefden. Deze tocht symboliseerde bovendien de tocht naar het rijk van Osiris. Priesters en rouwende familieleden liepen voor de kist uit, die op een slede door ossen en mensen naar de graftombe gesleept werd. De priesters en de familieleden sprenkelden melk en verspreidden wierook. Achter de kist kwam een tweede slede, die de canopen vervoerde, met daarin de gemummificeerde ingewanden en andere grafgiften. Verder liep er nog een aantal bedienden mee om de grafgiften het graf in te dragen.
...
Bron : http://www.digital-isis.nl/eeuwen.html
zaterdag 3 november 2007
Uitvaart van mijn dochterken
De felle Doot, die nu geen wit magh zien,
Verschoont de grijze liên
Zy zit om hoogh, en mickt met haren schicht
Op het onnozel wicht,
En lacht, wanneer in 't scheien,
De droeve moeders schreien.
Zy zagh 'er een, dat, wuft en onbestuurt,
De vreught was van de buurt,
En, vlugh te voet, in 't slingertouwtje sprong;
Of zoet Fiane zong,
En huppelde, in het reitje,
Om 't lieve lodderaitje:
Of dreef, gevolght van eenen wackren troep,
Den rinckelenden hoep
De straten door: of schaterde op een schop:
Of speelde met de pop,
Het voorspel van de dagen,
Die d'eerste vreught verjagen.
Of onderhiel, met bickel en boncket,
De kinderlijcke wet,
En rolde en greep, op 't springend elpenbeen,
De beentjes van den steen;
En had dat zoete leven
Om geldt noch goet gegeven:
Maar wat gebeurt? terwijl het zich vermaackt,
Zoo wort het hart geraackt,
(Dat speelzieck hart) van eenen scharpen flits,
Te dootlick en te bits.
De Doot quam op de lippen,
En 't zieltje zelf ging glippen.
Toen stont helaas! de jammerende schaar
Met tranen om de baar,
En kermde noch op 't lijck van haar gespeel,
En wenschte lot en deel
Te hebben met haar kaartje
En doot te zijn als Saertje.
De speelnoot vlocht (toen 't anders niet moght zijn)
Een krans van roosmarijn,
Ter liefde van heur beste kameraat.
O krancke troost! wat baat
De groene en goude lover?
Die staatsi gaat haast over.
Joost van den Vondel
O Fortuna - Uit Carmina Burana
O Fortuna,velut Luna
statu variabilis,

semper crescis
aut decrescis;
vita detestabilis
nunc obdurat
et tunc curat
ludo mentis aciem;
egestatem,
potestatem,
dissolvit ut glaciem.
Sors immanis
et inanis,
rota tu volubilis,
status malus,
vana salus
semper dissolubilis;
obumbrata
et velata
mihi quoque niteris;
nunc per ludum
dorsum nudum
fero tui sceleris.
O Fortune, like the moon of ever changing state, you are always waxing or waning; hateful life now is brutal, now pampers our feelings with its game; poverty, power, it melts them like ice.
Fate, savage and empty, you are a turning wheel, your position is uncertain, your favour is idle and always likely to disappear; covered in shadows and veiled you bear upon me too; now my back is naked through the sport of your wickedness.
Bron: http://www.tylatin.org/extras/cb1.htmlCarmina Burana
Carmina Burana (liederen uit Beuren) is de naam van de grootste en beroemdste verzameling middeleeuwse teksten die tot de zogenaamde vagantenliteratuur behoren.
Het manuscript (13e eeuw), dat op verscheidene oudere - niet bewaard gebleven - teksten isgebaseerd, is afkomstig uit de abdij van Benediktbeuren in Beieren en bevindt zich in de Bibliotheek van München. De Carmina Burana zijn vooral bekend geworden doordat de Duitse pedagoog en componist Carf Orff (1895-1982) in 1937 een selectie van vierentwintig teksten op muziek heeft gezet.
Bron: http://www.alexpages.net/carmina
Kil
De herfst wordt nu kil.
De meeste bomen houden hun groen vol,
maar de berken, van vorm en tint toch al ijl,
slinken tot geesten.
Hun schemerende skeletten zijn behangen
met dunne gouden munten waar de zon doorheen schijnt,
versleten dukaten die zullen
vallen op vochtige Hollandse zandgrond.
Hans Andreus,
uit: Groen land
Amsterdam: uitg. Holland.
(De windroos, nr. 60).1961
vrijdag 2 november 2007
Allerzielen

De traditie stamt, voorzover bekend uit de abdij Cluny (klooster uit het Frankische Rijk) waar abt Odilo in 998 bepaalde dat alle met Cluny verbonden kloosters op de dag na Allerheiligen de gestorvenen op bijzondere liturgische wijze moesten herdenken. In de 14de eeuw werd deze herdenkingsdag algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk.
Allerzielen is een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn. Daarbij hoort ook een bezoek aan het kerkhof, een traditie die tot op de dag van vandaag op vele plaatsen wordt voortgezet. Tijdens de eredienst (de Kerk heeft een eigen liturgie voor de overledenen) worden de namen van de overledenen van het afgelopen jaar genoemd.
Het bidden voor de overledenen werd reeds in de 2de eeuw voor Christus gedaan (zie 2 Makk.12,43-45). Men geloofde dat de overledenen hierdoor van hun zonde zouden worden vrijgesproken.
Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.
Door de vaststelling van de gedenkdag op 2 november wordt de band van deze herdenking met Allerheiligen beklemtoond. Zo wordt benadrukt dat Gods volk, zowel zij die reeds in Gods aangezicht leven als zij die nog onderweg zijn naar de eeuwige zaligheid, één gemeenschap vormt.
Bron: www.allerzielen.nl
Cluny
Men hechtte er veel belang aan de dodencultus en leken konden er missen laten opdragen voor hun dierbare overledenen. Odo van Cluny, abt van Cluny was een hevige promotor én invoerder van het kerkelijke feest van Allerzielen.

Het succes van Cluny is ook te danken aan de grote figuren die er als abt fungeerden: Petrus Venerabilis (12e eeuw), Odilo (11e eeuw) en Odo (10e eeuw).
Onder het abbatiaat van Odo werden honderden kloosters onder Cluny gesteld. De abt van Cluny was de overste over allen, maar aan het hoofd van elk van de dochterkloosters werd een prior aangesteld.
De abdij verrijkte zich door de eerder genoemde dodencultus en door de reliekverering die Cluny tot een zeer geliefd doel voor pelgrimage maakte.
Cluny bouwde al snel een netwerk uit:
Nieuwe stichtingen ontstonden die meteen voogdijvrijheid genoten. Cluny functioneerde als de moederabdij. Vanaf 1024 werd hun immuniteit bovendien nog uitgebreid.
In de 12e eeuw resideerden er 300 monniken te Cluny.
Men stimuleerde er de reconquista door bedevaarten naar Santiago de Compostella te stimuleren. Zo verspreidde het christendom zich ook in Spanje.
De abdij verwierf ook grote politieke macht.
Niemand leeft voor zichzelf
Niemand leeft voor zichzelf
niemand sterft voor zichzelf
wij leven en sterven voor God onze Heer
aan Hem behoren wij toe.
donderdag 1 november 2007
Allerheiligen
Allerheiligen of feest van alle heiligen, is een christelijke feestdag waarop alle heiligen van de rooms-katholieke kerk gezamenlijk worden vereerd en herdacht. Het feest wordt sinds de negende eeuw gevierd op 1 november.
Allerheiligen en Allerzielen (2 november) zijn de dagen waarop in de rooms-katholieke kerk de onderwerpen dood en leven na de dood aan de orde komen. De voorbereidingen voor beide feesten vinden vaak plaats op allerheiligenavond. Allerheiligenavond wordt in het Engels
Halloween genoemd. In Engeland heeft Halloween zich sinds de reformatie in zestiende eeuw als wereldlijk feest verder ontwikkeld en nadat het door kolonisten naar Amerika was overgebracht, heeft het zich de laatste decennia van daaruit weer over Europa verspreid. Met de kerkelijke feesten heeft het huidige Halloween niets meer te maken.
Geschiedenis
De Byzantijnse kerk kende in de vierde eeuw al een gedenkdag op 13 mei voor alle heilige martelaren. Deze dag werd waarschijnlijk in de zevende eeuw in de rooms-katholieke kerk overgenomen. In de achtste eeuw werd de dag uitgebreid tot feestdag voor alle heiligen. Paus Gregorius IV riep deze dag in 837 uit als algemene en officiële rooms-katholieke gedenkdag voor alle heiligen en stelde de datum vast op 1 november. Omdat de protestantse leer heiligenverering afwijst, wordt Allerheiligen in de protestantse kerk niet gevierd.
In de agrarische wereld was 1 november het begin van het winterseizoen en van de werkzaamheden binnenshuis (november is slachtmaand), de datum waarop de kachel en de winterkleren weer van zolder werden gehaald.
Verder was 1 november de dag waarop lonen werden uitbetaald, nieuwe pachttermijnen ingingen en knechten en meiden in dienst traden.
Ook de najaarsmarkten werden vaak op 1 november gehouden.
Bron: http://www.meertens.knaw.nl/meertensnet

