vrijdag 3 oktober 2008

Kate Mosse


“Ik heb een spookverhaal willen schrijven dat de mensen zal laten huiveren.”

Kate Mosse (1961) is in Engeland een mediaberoemdheid. Voor de BBC presenteert ze verschillende radioshows, waaronder de Readers and Writers Roadshow. Ze is een van de oprichters van de Orange Prize for Fiction. Samen met haar man en kinderen woont ze in West Sussex. Na twee romans, Eskimo Kissing (1996) en Crucifix Lane (1998) die weinig opzien baarden, brak zij wereldwijd door met Het verloren labyrint (alleen in Nederland al 130.000 verkochte exemplaren). Ook haar nieuwe boek De vergeten tombe is in Engeland een doorslaand succes. Nederland is na Engeland, het tweede land waar het boek verschijnt, en de bestsellerljst is slechts een kwestie van tijd. Tegenwoordig is Kate ook regelmatig te vinden in haar tweede huis in het Franse Carcassonne.

Door Kees de Bree

Lady
Gek wordt ze van de vraag of ze het beroemde fotomodel Kate Moss wel eens heeft ontmoet, zegt ze ongevraagd, met een stralende glimlach op haar gezicht. Hun namen verschillen maar een letter, maar tussen hun karakters, hun achtergrond en interesses bevinden zich gapende kloven, diepe oceanen en hemelhoge bergen. Kate Mosse, de schrijfster, is niet geïnteresseerd in de laatste mode, in drugs en champagneparty’s. Ze is belezen, leergierig, geïnteresseerd in alles wat met kunst, geschiedenis en klassieke muziek te maken heeft. Ze is hyperactief, dol op research en reizen en omarmt de periode waarin ze na de moeilijke bevalling die het voltooien van een boek nu eenmaal is, de wijde wereld in kan om haar boek te promoten. Frêle, parmantig, glimmende ogen, een spraakwaterval. Een klassiek ogende intellectuele lady die, kristalhelder formulerend, het begrip enthousiasme een volstrekt nieuw elan geeft. Bovendien is ze aardig, aardig en nog eens aardig.

Labyrint
Na een roman en een thriller die weinig deden besloot Kate Mosse een boek te schrijven over een periode die haar fascineerde, de dertiende eeuw.. Het werd Het verloren labyrint. “Ik ben dol op geschiedenis. Dat heb ik van mijn ouders die archeologen waren en die me leerden dat zelfs ogenschijnlijk lelijke of onbeduidende voorwerpen de meest boeiende verhalen konden vertellen. Maar de echte inspiratie voor Het verloren labyrint kwam toen mijn man en ik een huis kochten in het Franse Carcassonne. Het was een schitterende Middeleeuwse stad. Het hele gebied rond de stad ademde de sfeer van het verleden. Maar pas tien jaar gelden kwam het keerpunt toen ik Montsegur bezocht, een dorp aan de voet van de Pyreneeën. Toen ik daar in de sneeuw een berg beklom, kreeg ik plotseling visieoenen van een middeleeuwse vrouw die op de stadsmuren stond. In mijn visoen was het zo rond het jaar 1244. Toen wist ik ook dat het verhaal waar ik zo lang over liep te dubben, een graalverhaal moest zijn. Ik had toen andere projecten lopen, dus ik kon niet meteen aan de slag. Maar als je het bij elkaar optelt ben ik toch zeker zes jaar bezig geweest aan het researchen, plotten en schrijven van Het verloren labyrint. Ik heb bergen beklommen, ben van dorp naar dorp gewandeld, heb grotten bezocht, ben in oude kerken en kathedralen geweest en heb zelfs zwaardvechtlessen gevolgd om me emotioneel in te leven in mijn karakters.”

Katharen
“En omdat ik besloten had dat de katharen een grote rol zouden spelen in mijn roman heb ik maanden in bibliotheken en op internet doorgebracht om alles te weten te komen over de rol die de religie toen speelde. Ik heb boeken gelezen over de militaire geschiedenis van toen en heb vrijwel elk museum in Zuidwest Frankrijk bezocht om de kostuums uit die tijd te bestuderen. De sleutel bij research is dat je niet weet wat je zoekt tot je het vindt, zoals het feit dat de Inquisitie in 1233 in zuidwest Frankrijk in het leven werd geroepen om zich te bevrijden van de katharen. Terwijl ik dacht dat het de Spanjaarden waren die ongeveer een eeuw later de Inquisitie hadden bedacht. Zo zie je maar. Zonder research geen boek.”















Carcassonne
Het klinkt zo vanzelfsprekend, een huis in Carcassonne kopen, maar hoe komt een Engels echtpaar in die streek terecht? “Mijn man, die schrijver en vertaler is, heeft een tijd in Frankrijk gewoond. In Parijs maar ook in andere gebieden. Hij kent het land, is er erg op gesteld en dat is er de oorzaak van dat we besloten een optrekje in Frankrijk aan te schaffen. Een vriend van mijn schoonmoeder had een makelaarskantoor en die had wat huizen in de buurt van Carcassonne. Ik moet zeggen dat ik, toen ik daar voor het eerst kwam, op slag verliefd werd op de omgeving. Het is daar een woest landschap met bergen, meren, rivieren en van die luchten met snel voortdrijvende wolken. En in de verte die authentiek middeleeuwse stad Carcassonne. Door oorlogen i de 13e eeuw is een groot deel van de gebouwen verwoest en de ruines zijn daar nog steeds stille getuigen van. Je waant je echt terug in de tijd. Al met al de ideale voedingsbodem voor Het verloren labyrint dat zich in die streek afspeelt.”

Cultuur & muziek
Cultuur speelt een grote rol in Het verloren labyrint, maar ook in Kate Mosse’s nieuwste boek De vergeten tombe. Heel verklaarbaar, vind zijzelf. “Van jongs af aan heb ik gemusiceerd. Van mijn 9e tot mijn 18e was ik stapelgek op klassieke muziek en spendeerde ik het merendeel van mijn tijd in orkesten. Muziek was mijn leven. Geen popmuziek overigens. Ik was een heel ijverig meisje dat van studeren hield. Daarnaast speelde ik heel verdienstelijk viool. Maar toen ik een jaar of zestien was, besefte ik dat ik niet goed genoeg was om er de rest van mijn leven op een behoorlijk niveau mijn geld mee te verdienen. Het was een grote mate van zelfkennis waar ik tot op de dag van vandaag blij mee ben. Ik kreeg namelijk alle steun van mijn ouders en leraren om verder te gaan. Maar ik weet dat ik nooit een briljante soliste geworden zou zijn. Wellicht goed genoeg voor een orkest, maar meer ook niet. Wie zal het zeggen. Maar ik ben altijd dol op muziek gebleven. Die liefde vind je terug in De vergeten tombe in de persoon van de moderne jonge vrouw Meredith die in het heden onderzoek doet naar de muziek van Claude Debussy. Ik heb nog steeds bij bepaalde klassieke stukken dat de haren in mijn nek recht overeind gaan staan. Ik kan er emotioneel erg door geroerd raken. Ik waan me dan terug in mijn jeugd toen ikzelf in een orkest zat. Vreemd he? Dertig jaar later heb ik nog steeds nostalgische gevoelens naar de tijd dat ikzelf die prachtige muziek mocht spelen. Als schrijfster gebruik je die gevoelens natuurlijk. Datzelfde heb ik met kunst. Ik ben geen grote kunstkenner, maar ik vind het idee dat schilderijen of prenten mensen van nu nog evenzeer kunnen beroeren als in de tijd dat ze gemaakt werden heel bijzonder. Prenten kunnen hele verhalen vertellen. De symboliek, uitgebeeld in natuur, een dier, een mens, een voorwerp of een combinatie daarvan vertellen in ren enkel ogenblik sneller een compleet verhaal dan ik in meerdere pagina’s kan weergeven. Boeken van vroeger zijn door het archaïsch taalgebruik nauwelijks meer te begrijpen, maar dat geldt niet voor muziek en schilderijen. Die zijn nog even begrijpelijk als vroeger. In De vergeten tombe, heb ik een tijd beschreven waarin Kunst en muziek een allesoverheersende rol speelden.”


Edgar Allan Poe
In De vergeten tombe spelen twee verhaallijnen door elkaar. Een verhaal speelt zich af in 1891 , te beginnen in Parijs waar de 17 jarige Leonie en haar broer geconfronteerd worden met gewelddadig oproer in de Opera. Zij gaan vervolgens naar het Zuidfranse Rennes-le-Chateau. Het verhaal wordt afgewisseld met het verhaal van de Amerikaanse jonge vrouw Meredith die voor een studie naar de componist Caude Debussy afreist naar Parijs en vervolgens naar het hedendaagse Rennes-les-bains. Moordende hebzucht, eeuwenoude geheimen en spookachtige muziek zijn de leidmotieven in het intrigerende verhaal. Ook worden er tussen neus en lippen door wat grappige wetenswaardigheden beschreven. Zo zou
Claude Debussy de verhalen van Edgar Allan Poe op muziek hebben willen zetten. Kate Mosse glundert oprecht. “Jazker, het gaat om de verhalen The Fall of the House of Usher en The Devil in the Belfry. Verrassend he? Zo was het voor mij ook een verrassing dat de Franse schrijver Beaudelaire Engels heeft geleerd met als enige reden om Edgar Allan Poe te kunnen lezen. Dat is het leuke van research. Je stuit op dingen waar je geen notie van had. Toen ik het leven van Claude Debussy onderzocht, wat mijn hoofdpersoon Meredith later in mijn boek zou doen, stuitte ik op dit gegeven. Ik bewonder Claude Debussy enorm. Toen ik jong was speelde ik zijn muziek waardeloos. Ik ging als een razende Roeland met zijn muziek aan de haal, terwijl ik het heel simpel had moeten houden. Maar goed, als je 18 bent lees je geen biografieën, dus ik wist niets van de man. Ik heb hem wel een rol gegeven in mijn boek. Een kleine rol, want hij mocht het verhaal niet in de weg lopen. Maar Debussy was een ideale persoon om het heden met het verleden te verbinden, waardoor ik mijn verhaallijnen mooi ineen kon laten vloeien. Toen ik mijn research deed, ontdekte ik dat hij niet zozeer in het occulte geïnteresseerd was, maar dat hij zijn creatieve inspiratie zocht in dingen die niet alledaags waren. Daarom heeft hij geprobeerd Allan Poe op muziek te zetten. Maar deaar is hij nooit in geslaagd.”.

Zware druk
Wie zo’n gigantisch succes heeft als Kate Mosse met haar Labyrint, moet een sterk gestel hebben om opnieuw de kwaliteit te behalen van haar vorige boek. “Een opvolger schrijven van een succesroman is een probleem, een prettig probleem, maar toch. Het succes van
Het verloren labyrint kwam volledig uit de lucht vallen. Elke keer dat ik hoorde dat het in weer een ander land een succes was geworden, en het is in 37 talen vertaald, voelde ik me de hemel te rijk. Maar dit keer werd er van me verwacht dat ik een boek zou schrijven dat opnieuw een bestseller zou worden. Het gekke is dat ik nu het meest zenuwachtig over de reactie van lezers, omdat de sfeer van De vergeten tombe compleet anders is dan die van Het verloren labyrint. Het is uiteraard opnieuw een boek dat ik dolgraag wilde schrijven, maar ik wil niemand teleurstellen. Ik ben bang dat de lezers hetzelfde boek, maar dan in andere woorden willen lezen. Gelukkig heb ik dat gevoel niet gehad tijdens het schrijven. Als ik schrijf, ben ik met mijn gedachten niet bij mijn uitgever of mijn publiek. Dan denk ik alleen maar of mijn personages wel genoeg leven of dat mijn verhaallijnen wel logisch zijn en dat ik moet oppassen dat ik niet teveel clichés’s gebruik. Kijk, ik heb voor Het verloren labyrint veel meer tijd gehad dan voor De vergeten tombe. Er was toen geen druk. Ik heb alle tijd genomen die ik dacht dat ik nodig had om er een goed verhaal van te maken. Ik heb er ook ruim zes jaar over gedaan. Die tijd gunde mijn uitgever me nu niet.”

Eeuwen vol problemen

Het verloren Labyrint speelde zich af in de 13e eeuw. De vergeten tombe speelt zich af in de 19e eeuw en in de 21 eeuw. “Als ik mag afgaan op dat wat veel mensen me nu schrijven, mag ik concluderen dat de mensen de 19e eeuw leuker vinden dan de middeleeuwen uit Het verloren Labyrint.
Het is herkenbaarder, het verleden ligt dichterbij. Ik vond beide eeuwen even interessant. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de 13e eeuw en ook door het einde van de 19e eeuw. Mijn boeken sluiten dus perfect aan bij mijn favoriete interesses. Beide tijdvakken, beide eeuwen waren een tijd van onrust, een tijd die veranderingen in zich droegen. Iedereen denkt aan Parijs als aan de stad van de liefde, die prachtige stad vol cultuur en geschiedenis, maar diezelfde stad heeft heel wat bloedbaden meegemaakt. Het was aan het eind van de 19e eeuw een gevaarlijke stad om te leven. Mensen waren onzeker over wat hun te wachten stond. Als een romanschrijfster Is het heerlijk om een dergelijke tijd als achtergrond te gebruiken. De mensen waren toen anders. Als schrijver van historische romans moet je de geschiedenis respecteren, dus moet je de karakters beschrijven tegen de achtergrond van hun eigen tijd.
Als je vrouwen in het historische context zet, dan moeten ze zich ook gedragen zoals vrouwen in die tijd deden. Ze moeten zich aan de etiquette houden. Mijn 17-jarige hoofdpersoon Leonie is zelfstandig, zelfbewust maar ook heel erg verwend. Naarmate het verhaal vordert, blijkt ze toch ook een goed meisje te zijn. Als schrijfster ben ik dol op haar, maar als ik haar in de werkelijkheid in levende lijve was tegengekomen, zou ik haar een vreselijk kind hebben gevonden. Dat is het voorrecht van een schrijver. Ik kan personages moduleren.”

Sterke vrouwen
De twee hoofdpersonen in De vergeten tombe leven in verschillende eeuwen (Leonie in 1891 en Meredith i 2007. Het zijn beiden sterke vrouwen. Het ligt voor de hand dat Kate Mosse aan een van de twee tijdens het sschrijven het meeste plezier heeft beleefd. “ Ik heb een natuurlijke affectie voor mijn jonge karakters, waarschijnlijk omdat ik de moeder van teenagers ben. Ik heb een heleboel meisjes van 17 die mijn huis in en uitlopen. Ze hebben dus mijn onvoorwaardelijke sympathie. Dat gezegd hebbende, moet ik toegeven dat de andere hoofdpersoon Meredith, die onderzoek doet naar de componist Claude Debussy heel dicht bij me staat. In het verleden heb ik in niet veel van mezelf in mijn romanpersonages gestopt.Maar ditmaal zit er vrij veel van mezelf in Meredith. Haar temperament is niet hetzelfde, maar haar nieuwsgierigheid, haar belangstelling voor cultuur en muziek heeft ze met mij gemeen. Toen ik haar door Parijs lief lopen en naar de gebouwen met hun monumentale geschiedenis zag kijken, was het alsof k naast haar liep. Hopende om de stemmen uit het verleden te horen. Ik wilde dat Meredith zou slagen en dat ze gelukkig zou worden. Leonie heb ik meer van buitenaf beschreven, zoals een moeder de verrichtingen van haar kind gadeslaat, met alle emoties die daarbij horen natuurlijk, maar toch van buitenaf. Met Meredith kon ik me vereenzelvigen. Haar beschrijf ik dus van binnenuit. Ik wilde een verhaal vertellen waar mijn lezers zich mee konden vereenzelvigen en dat betekent dat ik aansprekende personages heb gemaakt. Dat is ook heel belangrijk voor mezelf, want ik breng een behoorlijke tijd van mijn leven met mijn karakters door. Als ik constant met een onsympathiek personage opgezadeld zou zitten, zou de depressiviteit op de loer liggen.”

Paris vous parle
“Hoewel mijn verhalen worden bepaald door de handelingen van mijn karakters, begint een verhaal voor mij bij de plaats waar alles zich afspeelt. Locatie en landschap zijn voor mij bijna even belangrijk als de personages. Het allerprilste begin van een verhaal vat post in mijn hoofd nadat ik bepaalde plekken heb gezien en daar een bepaald gevoel bij heb gekregen, zoals bij Carcassonne en Parijs. Ik ben zowel dol op wandelen in de natuur als op wandelen in de stad en ik raak gebiologeerd door allerlei details, een fraaie deur, een smeedijzeren hek, de ruwe of fraaie stenen van een huis. Parijs was voor mij de ideale achtergrond voor het begi van mijn boek. Ik ken Parijs niet zo heel erg goed, maar het is een stad die veel voor me betekent omdat ik mijn man er heb leren kennen. Dus al mijn associaties met Parijs hebben betrekking op hem en het is een romantische stad. Ik heb er met hem rondgezworven, om de haverklap een cafeetje induikend voor een stuk stokbrood en een glas wijn. In De vergeten tombe wilde ik dolgraag over het Parijs schrijven zoals ik het heb gevoeld en meegemaakt. Ik wist van tevoren niet of het me zou lukken om dat emotionele beeld ook goed onder woorden te brengen, maar ik heb wel het idee dat het me gelukt is om Leonie en Anatole in een geloofwaardige en sfeervolle setting te laten figureren. Parijs was een groot cultureel Mekka en een buitengewone stad waar artiesten en gewone mensen nauw met elkaar optrokken. Maar toch was het in de 19e eeuw een gevaarlijke stad. Veel mannen liepen gewapend rond, er werden ongelooflijke veel straatovervallen gepleegd, Die sfeer, plus het onberedeneerbare geloof in geesten en spirituele zaken wilde ik beschrijven.”


Tarot
In De vergeten tombe wordt de Amerikaanse Meredith op straat aangesproken door een jong meisje dat Meredith vraagt of zij haar toekomst wil laten voorspellen door middel van Tarotkaarten. Als Meredith uiteindelijk haar kaart laat leggen, constateert ze tot haar schrik dat de afgebeelde vrouw op de La Justice kaart grote overeenkomsten vertoont met haar eigen uiterlijk. De combinatie met andere kaarten jaagt haar de stuipen op het lijf. Uit het boek wordt niet duidelijk of Kate Mosse nu wel of niet gelooft in de voorspelende waarde van de kaarten. “Ik ben blij dat je niet hebt kunnen ontdekken of ik er echt in geloof. Ik ben in Tarot geïnteresseerd sinds ik de James Bond film heb gezien met Jane Seymour als mooie kaartlezeres. En in die film was het een mooi bindend onderdeel in het verhaal. In de film gelooft Solitaire (Jane Seymour) dat haar kaarten de toekomst voorspellen. Dat heb ik niet, maar ik vind het wel bijzonder dat veel mensen heel erg ambivalent zijn ten opzichte van Tarotkaarten. Ze geloven er niet in, maar tegelijkertijd zijn ze bang voor de doodssymbolen op de kaarten omdat ze toch wel eens ongeluk zouden kunnen brengen. Ik moet zeggen dat ik diezelfde reactie heb. Hoe kan dat? Ik heb mezelf die vraag meerdere malen gesteld. Hoe kan het dat ik me niet op mijn gemak voel als ik die symbolen zie terwijl ik niet in hun voorspellende waarde geloof. Het is onlogisch. Maar als schrijver heb je gelukkig de luxe dat soort vragen ter discussie te stellen zonder dat je ze hoeft te beantwoorden. Ik ben niet bijgelovig. Ik geloof dat we allemaal de kracht hebben om ons leven zelf vorm te geven. Maar tegelijkertijd weet je maar nooit. Om de Tarot scène emotioneel correct te kunnen beschrijven ben ik zelf ook naar een Tarotlezer geweest. Vreemd genoeg sloeg mijn hart op hol toen ik bepaalde kaarten zag. Ik had mezelf niet onder controle.
Datzelfde fenomeen zie je bij Meredith als zij in Parijs naar de kaartlezeres gaat. Zij is zichzelf niet. Daarom weet je later ook niet of zij en geest in het bos ziet of niet. Ze kan haar waarnemingsvermogen niet vertrouwen. En de lezers natuurlijk ook niet.”

Spookverhalen
“Maar, voor alle volledigheid, het verhaal gaat niet alleen over Tarot, het gaat ook over geestverhalen. Ik wilde dat de lezer zich onbehaaglijk zou gaan voelen. Mijn doel was een spannend 19e eeuws spookverhaal te schrijven. Ik wil de lezer laten huiveren. Ik denk dat me dat gelukt is want tijdens het schrijven van het boek zat ik zelf af en toe ook te rillen. Ik ben dol op het vertellen van verhalen. Iedereen heeft behoefte aan verhalen. Het is een behoefte die nooit overgaat. Het leuke is dat de spannendste verhalen die verhalen zijn die over ongrijpbare dingen gaan. Dat er meer tussen hemel en aarde is, weten we allemaal, Dat heb k met mijn boek ook willen benadrukken. Mijn verhalen kunnen iets bovennatuurlijks beschrijven, iets angstigs zonder altijd antwoord te hoeven geven op vragen. Als volwassenen hebben we leren accepteren dat niet overal een antwoord op is. Dat geldt ook voor de vraag of spoken bestaan. Hier aan tafel weten jij en ik dat ze niet bestaan, maar stel je bent alleen thuis, het is donker, je hebt kaarsen aan, de wind giert om het huis en je hoort plotseling verdachte geluiden, weet je dan nog zo zeker dat ze niet bestaan?”

Bron: http://www.crimezone.nl/4-P270974/6-P270974/1-F270974/

zaterdag 6 september 2008

Gabrielle d'Estrées

Gabrielle d'Estrées (Montlouis-sur-Loire, ca. 1571 – Parijs, 10 april 1599), hertogin van Beaufort en Verneuil, markiezin van Monceaux, was een maîtresse van koning Hendrik IV van Frankrijk.

Op twintigjarige leeftijd werd Gabrielle de minnares van de Franse koning en in 1595 werd haar huwelijk met M. de Liancourt ontbonden, waarna Hendrik haar de titel “Markiezin van Monceaux” verleende. Ondanks dat Hendrik officieel getrouwd was met Margaretha van Valois, was de relatie tussen Hendrik en Gabrielle algemeen bekend en verschenen ze regelmatig samen in het openbaar. Als de twee niet samen waren, schreven ze elkaar vaak brieven. Ze hielden beiden erg van paardrijden en jagen op het platteland rond Parijs. Zeven jaar lang had Gabrielle de rol van Hendriks echtgenote. Ze kreeg drie kinderen van hem, die hij ook vrijwillig erkende en de titel “Hertog van Vendôme” gaf. In deze positie had ze veel invloed op Hendrik en wist ze hem er bijvoorbeeld van te overtuigen zich van het protestantisme naar het katholicisme te bekeren.

In 1597 kocht Hendrik het Hertogdom van Beaufort voor Gabrielle. Nadat Hendrik toestemming had gevraagd aan paus Clemens VIII om te scheiden en te hertrouwen, gaf hij Gabrielle in maart 1599 een verlovingsring. In april van dat jaar kreeg koning Hendrik, die op dat moment op het koninklijke Kasteel van Fontainebleau was, het bericht dat Gabrielle ernstig ziek was geworden tijdens de bevalling. Terwijl hij onderweg was naar Gabrielle, kreeg hij op 10 april 1599 het bericht van haar dood. Gabrielle kreeg de begrafenis van een koningin: haar kist werd in een processie van prinsen, prinsessen en leden van de adel naar de Saint-Denisbasiliek gebracht. Daar werd een begrafenismis gehouden, waarna ze begraven werd in de Abbaye Notre-Dame-la-Royale de Maubuisson, Saint-Ouen-l'Aumône (Val-d'Oise, Île-de-France).

Na haar dood werd een boek genaamd “Mémoires secrets de Gabrielle d’Estrée” gepubliceerd; men veronderstelt dat het door één van haar vrienden is geschreven.


Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gabrielle d'Estrées

woensdag 3 september 2008

De hand van de schilder


Fascinerende reconstructie van een geschilderd mysterie

Wolfram Fleischhauer (Karlsruhe,1961) zag in 1987 in het Louvre in Parijs “Gabrielle d’Estrees en een van haar zusters”. Gebiologeerd door het raadselachtige schilderij deed hij jarenlang research. In de Bibliotheek van Brussel stuitte hij op uniek materiaal dat honderden jaren oud was. De neerslag van Fleischhauer’s speurtocht is te vinden in zijn eerste histothriller De hand van de schilder.

De ik-persoon in De hand van de schilder is Andreas Michelis, docent Amerikaanse literatuur. Hij is gefascineerd door het schilderij ‘Gabrielle d’Estrees en een van haar zusters’. Hij wil er alles over weten. Het toeval schiet te hulp. Michelis’ vriend Nicolas Koszinski vindt in een oude drukkerij delen van een 19e eeuws manuscript waarin de levens-geschiedenis wordt verteld van de onbekende schilder Vignac, die het schilderij in 1598 gemaakt zou hebben. Bovendien wordt er melding gemaakt van een geheimzinnige brand die het huis waar Vignac woonde in de as legde en waar zich een opgehangen man in bleek te bevinden. Michelis gaat op zoek naar de historische feiten en de betekenis ervan voor het schilderij. Het lijkt erop of Vignac in zijn meesterwerk de oplossing heeft verwerkt van een 400 jaar oud raadsel dat betrekking heeft op de relatie tussen koning Hendrik IV van Frankrijk en zijn maîtresse Gabrielle d’Estrees die op haar 26e jaar onder raadselachtige omstandigheden stierf.

De hand van de schilder is het best te omschrijven als een nauwgezette reconstructie van de gebeurtenissen aan en rond het hof van koning Hendrik IV en Gabrielle, aan het einde van de 16e eeuw. Alsmede een reconstructie van de rol die de armlastige geniale schilder Vignac in het geheel speelde. Doel: de ontstaansgeschiedenis van het schilderij in een kader plaatsen en de betekenis ervan kunnen duiden. Fleischhauer geeft een gedetailleerd en ontluisterend beeld van Frankrijk met haar moeizame Europese verhoudingen, botsende religies, felle burgeroorlogen, hongersnood onder de bevolking, politieke huwelijken, intriges en verraad aan het hof. Een moeilijke tijd dus voor de getrouwde Hendrik IV en zijn staatkundig onmogelijke liefde voor Gabrielle, de moeder van zijn drie kinderen.

Wolfram Fleischhauer trekt een scala aan romantechnieken uit de ladekast om zijn speurtocht naar het verleden vorm te geven. Het verhaal begint in de tegenwoordige tijd met de ik-persoon Andreas Michelis, maar het brandpunt verlegt zich al snel naar de 16e eeuw, via het 19e eeuwse manuscript van zijn vriend Koszinski. Het biedt Fleischhauer de mogelijkheid om onbeperkt te putten uit de in het manuscript opgenomen brieven, politieverhoren en getuigen-verklaringen van vroeger. Vanuit een wisselend perspectief komen er steeds andere personages aan het woord met nieuwe informatie en tal van nieuwe intrigerende raadsels. Het is een overzichtelijke en prettige manier om een verhaal zich op een natuurlijke wijze te laten ontrollen en om bovendien de spanning steeds meer op te voeren. En spanning en raadsels zijn er volop. Want is Gabrielle echt vergiftigd? Is er een verrader aan het hof? Wat is de geheimzinnige boodschap op het schilderij? Wie is de vermoorde man in het afgebrande huis?

Fleischhauer is een verhalenverteller en romancier pur sang. Een rasverteller die de lezer vanaf het begin weet te boeien en ook weet vast te houden. Heden en verleden, waarheid en verdichtsel, romantiek en realiteit, Kunst en koningshuis, vloeien naadloos in elkaar over. Plot en spanningsboog zijn met de grootste zorg neergezet in een reconstructie die zich laat lezen als een gedramatiseerde documentaire. Boeiend, sfeervol en prikkelend mysterieus. De hand van de schilder is een weergaloos debuut van een schrijver die begint op een niveau waar andere bestsellerauteurs niet eens zullen eindigen. Absoluut top.

Bron:http://www.crimezone.nl

dinsdag 13 mei 2008

Dead man walking

Er zit een scène in ‘Dead Man Walking’, waarin Sean Penn als ter dood veroordeelde Matthew Poncelet, bezoek krijgt van een advocaat die hem zal helpen met zijn beroep. ‘We moeten die rechtbank doen inzien dat je geen beest bent, maar een mens. Een beest kun je zo afmaken, maar een mens doden is al heel wat moeilijker.’ Ik geloof dat dat zinnetje wel zo ongeveer de kern uitmaakt van wat ‘Dead Man Walking’ presteert als film: dit is het verhaal van een genadeloze crimineel die zit waar hij thuishoort, achter de tralies. Er wordt geen enkel excuus verzonnen om zijn misdaden goed te praten, mààr ondanks dat feit, is hij wél nog steeds een mens, met twee broers die er altijd stilletjes bijzitten wanneer we hen zien, en een moeder die continu hysterisch huilt om wat er van haar zoon geworden is. Tim Robbins, die hier z’n tweede film regisseert, na ‘Bob Roberts’, slaagt erin om een moordenaar te humaniseren, zonder zijn misdaden te verontschuldigen. Hij maakt een anti-doodstraffilm zonder sympathie te vragen voor de ter dood veroordeelde. Nu, tien jaar later, staat de film er nog steeds als een krachtig pleidooi voor menselijkheid in de rechtspraak – niet dat het veel heeft uitgehaald, maar een mens kan toch maar proberen.

Sean Penn speelt Matthew Poncelet, een gevangene op death row die een aantal jaar geleden twee tieners vermoordde. Hij roept de hulp in van een non, zuster Helen Prejean (Susan Sarandon), aanvankelijk om hem bij te staan met wettelijke hulp voor z’n beroep, daarna enkel nog om hem bij te staan. Wanneer de laatste legale mogelijkheden tot genade zijn uitgeput, rest er Poncelet en Prejean niets anders meer dan te wachten op de executiedatum.

De perceptie die we hebben van mensen, de manier waarop we hen bekijken, vormt een belangrijk thema in ‘Dead Man Walking’. Matthew Poncelet is een moordenaar, dat is een gegeven, hij is tuig. Maar wat is hij nog méér dan dat? Zuster Prejean bezoekt hem voor de eerste keer in de naïeve veronderstelling dat dit niet meer zal worden dan een vriendelijk bezoekje aan een gevangene die wat geruststellende woorden wil horen – ze houdt zich bezig met sociaal werk in de achtergestelde wijken van New Orleans, dus kan dit er nog wel bij. Maar dan krijgt ze meteen de vraag in het gezicht gesmeten of ze hem wil helpen met zijn zaak, en alles wordt opeens anders. Het verschil tussen de staat die Poncelet ter dood veroordeelde en zuster Prejean, is dat zij hem blijft zien als een mens – zij het dan een slecht mens – terwijl de overheid hem ziet als een gevaarlijk, onmenselijk creatuur dat moet worden opgeruimd. Tijdens één van de krachtigste scènes in de film gaat Prejean op bezoek bij de ouders van één van Poncelets slachtoffers. ‘Ik geloof niet dat een mens even slecht is als z’n ergste daad,’ zegt ze. De vader antwoordt: ‘Dat is geen mens, dat is een beest.’ Perceptie is alles.

En op dezelfde manier is zuster Prejean, zoals ze gespeeld wordt door Susan Sarandon, niet de klassieke non uit katholieke gruwelverhalen: ze draagt geen habijt, ze leeft tussen de mensen in plaats van tussen kloostermuren en al bij al horen we haar maar weinig over God en Jezus praten. Bij haar eerste bezoek aan de gevangenis, krijgt ze van zowel de kapelaan als van Poncelet zelf opmerkingen te slikken dat ze “er niet uitziet als een non”. Hoe moet je er eigenlijk uitzien om een non te zijn? ‘Dead Man Walking’ is een film die ons voorbij die gebruikelijke percepties voert, die nuances aanbrengt in een discussie die over het algemeen maar al te sloganesk gevoerd wordt. “Oog om oog. Gerechtigheid. Waarom zouden we genade moeten hebben voor iemand die zelf geen genade had voor z’n slachtoffers?” Allemaal gemakkelijk gezegd, tot je met zo iemand begint te praten en merkt dat al die platitudes niets doen om de complexiteit van een menselijk wezen te vatten.

Het is belangrijk dat Robbins nooit naar de sympathie van het publiek hengelt – hij levert geen eenzijdig portret van een ter dood veroordeelde die het eigenlijk allemaal niet zo kwaad bedoeld had. Matthew Poncelet deugt simpelweg voor geen meter - zelfs aan het einde van de film, wanneer zijn executie nadert, maakt de regisseur continu gebruik van korte flash-backs naar de avond van de moorden. De misdaden die Poncelet gepleegd heeft, hangen als een onrustige geest over de hele film. Helemaal aan het einde, terwijl Poncelet op de tafel ligt om z’n fatale injecties te krijgen, zien we in het glas dat de executiekamer scheidt van de kamer voor de toeschouwers, een vage reflectie van de beide dode kinderen. Het is een subtiel momentje, maar je kunt de slachtoffers heel even zien terwijl hun moordenaar wordt afgemaakt. De samenleving is een betere plek zónder hem, dat lijdt geen twijfel, maar is het daarom nodig om hem te doden?

Sean Penn en Susan Sarandon dragen met verve de hele film – een goot deel van de prent bestaat uit scènes waarin de twee tegenover elkaar zitten en praten, meer niet. Om dat boeiend te houden, moet je als acteerduo een zeer nauwkeurig ritme opbouwen, je moet weten hoe je je acteerprestatie moet timen. Wanneer ga je wat intenser spelen, wanneer speel je meer intern en geef je de gelegenheid aan je tegenspeler om het zware werk op te knappen? Het lijkt eenvoudig – goed acteerwerk lijkt altijd eenvoudig – maar dat is het niet. Penn heeft natuurlijk een meer opzichtige rol. Hij is het die aan het einde huilend, met een pamper aan z’n kont en papieren sloffen aan z’n voeten, naar de executiekamer gevoerd wordt – je moet niet echt geloven in de mythe van de o zo gevoelige, artistieke acteur om te beseffen dat als je dat soort scènes moet spelen, je als acteur diép moet gaan, je moet die emoties érgens halen. Maar Penn zet nooit een stap verkeerd.

Tim Robbins had van ‘Dead Man Walking’ een polemiek kunnen maken, maar door de beide partijen aan het woord te laten en vooral door zijn hoofdpersonage niet op te hemelen, vermijdt hij in die val te trappen. Wat we wél krijgen, is een genuanceerde visie, die begrip kan opbrengen voor de enorme woede van de overlevenden, maar ondertussen toch de vraag stelt hoe we een samenleving beschaafd kunnen noemen wanneer we criminelen straffen met een nieuwe misdaad, een moord met een andere moord.

Bron:http://www.digg.be/movie.php?id=816

maandag 12 mei 2008

Dead man talking


Heeft een mens recht op een misser? Natuurlijk. Heeft een regisseur recht op een slechte film? Zeker. En die heeft veteraan Alan Parker, zestig inmiddels, met The Life of David Gale te pakken. Het death row-drama waar zoveel van verwacht werd (en zelfs een Gouden Beer-nominatie kreeg in Berlijn) blijkt een miskleun van jewelste. Pijnlijk voor zo'n gerespecteerde regisseur als Parker, maar het is niet anders. Zelfs Kevin Spacey en Kate Winslet kunnen de meubelen niet redden.

The Life of David Gale: het klinkt als de verfilming van een waar gebeurd verhaal, maar dat is de film niet. Charles Randolph, een professor filosofie in Wenen, verzon het en Warner Bros. was er vol van. Tot het project in development hell belandde, en uiteindelijk via Saturn Film, de productiemaatschappij van niemand minder dan Nicolas Cage, bij Universal Pictures terecht kwam. Een kolfje naar de hand van Alan Parker, zo dacht men. De oerdegelijke Brit, met zeventien films in dertig jaar geen veelfilmer, zou wel het juiste evenwicht vinden waarop deze film moest balanceren. The Life of David Gale moest immers een thriller én een aanklacht tegen de doodstraf tegelijk worden. Maar dat liep wel even anders.

In het begin van de film heeft David Gale (Kevin Spacey) nog 72 uur te leven, voor hij in Texas de dodelijke injectie krijgt wegens verkrachting van en moord op een collega. Journaliste Bitsey Bloom (Kate Winslet) krijgt drie keer twee uur de kans om met hem te spreken. Aan haar vertelt Gale het verhaal van zijn leven. In lang uitgestreken flashbacks krijgen we Gale als een bevlogen professor filosofie te zien, wiens huwelijk echter op de klippen is gelopen. Gale blijkt ook een notoir drankorgel te zijn, en voert samen met zijn collega Constance Harraway (Laura Linney) een hevige strijd tegen de doodstraf. Wanneer Gale door een studente ten onrechte van verkrachting beschuldigd wordt en zijn job verliest, gaat het bergaf met hem. Zijn leven bereikt een absoluut dieptepunt wanneer hij beschuldigd wordt van verkrachting van en moord op Constance.

De vraag die ons de hele film lang bezighoudt is natuurlijk of David Gale schuldig is of niet en of Bitsey de doodstraf kan uitstellen. Door die spanningsboog tot in de allerlaatste minuten te rekken, krijgt The Life of David Gale thrillerachtige allures, spannende autoritten, verborgen videocassettes en een duister figuur met cowboyhoed incluis. Vreemd genoeg wil de film tegelijkertijd een aanklacht zijn tégen de doodstraf, maar wanneer we na 130 minuten eindelijk weten hoe de vork aan de steel zit (en geloof ons, het einde komt als een verrassing), blijkt dat de film een wel heel erg twijfelachtige moraal meegeeft. Wellicht hebben de makers het allemaal goed bedoeld, maar de knullig in elkaar gestoken boodschap komt erg vreemd over.

Het probleem met The Life of David Gale is dat dit een film is die teveel tegelijk wil vertellen, maar Randolph en Parker weten niet hoe dit aan te pakken. Dat zorgt vaak voor een enorm contrast tussen de verschillende scènes. De interviewsessies tussen Bitsey en David bijvoorbeeld verlopen heel koel en afstandelijk, terwijl we David tijdens de flashbacks (als lesgever, met zijn zoontje, tijdens tv-optredens) als een hartelijk en gepassioneerd personage leren kennen. De vaak filosofische tirades die David tijdens de gesprekken dan weer afsteekt, steken schril af tegen de pseudo-spanning die opgewekt wordt wanneer Bitsey op zoek gaat naar de ware toedracht.

Dat zorgt ervoor dat The Life of David Gale eigenlijk een rommelige film is, een amalgaam van stijlen en genres, die jammer genoeg de acteurs mee de dieperik in sleurt. Voor de rol van David Gale waren eerst George Clooney en Nicolas Cage in beeld, maar toen die afhaakten sprong Kevin Spacey op de kar. Spacey is een van de meest getalenteerde acteurs op deze aardbol, maar brengt hier geen eenheid in zijn personage. Het ene moment vinden we hem erg sympathiek, een andere keer krijgen we medelijden met hem, dan weer roept zijn gedrag alleen maar onbegrip op. Een knap uitgediept personage dus? Nee, allesbehalve, en Spacey weet jammer genoeg niet wat hij ermee aan moet. Kate Winslet, cute as ever, loopt zich een hele film de longen uit het lijf als journaliste, maar ook zij maakt wel erg rare bokkensprongen en evolueert in no time van bitch tot softie.

Een goede film steunt op een goed idee, een briljante vondst, een geweldige theorie, maar The Life of David Gale blijft enkel steken in clichés. We beperken ons hier tot slechts twee voorbeelden. Primo: het personage van Zack, de stagiair die met Bitsey op stap moet, fungeert alleen maar als praatpaal, zodat zij aan hem (en aan de kijker) haar ideeën en theorieën kan uitleggen. Een beginnersfout die Alan Parker toch wel had moeten kunnen omzeilen. Secundo: op een gegeven moment duikt in de film een schimmig personage met een cowboyhoed op, die Bitsey en Zack overal blijkt te volgen. Hoe dom moet je als kijker zijn om niet meteen in te zien dat híj op de een of andere manier de sleutel tot de oplossing in handen heeft? Een mooi staaltje van onderschatting van het bioscooppubliek. En zo zouden we nog wel een tijdje verder kunnen gaan.

Het is altijd heel erg jammer wanneer een film niet aan de verwachtingen kan voldoen, niet in het minst voor de kijker. Dat zelfs het Amerikaanse publiek zoveel onzin niet pikte en de prent na een dikke maand in release nog geen 20 miljoen dollar opbracht, zegt al genoeg. The Life of David Gale is een puzzel, maar Alan Parker was blijkbaar zo druk in de weer met het steeds verschuiven van de stukjes, dat hij het eindbeeld totaal uit het oog verloor. Wanneer hij na meer dan 2 uur het laatste gaatje dichtschuift, kan je het geheel alleen maar met ongeloof aanschouwen.

Bron:http://www.moviegids.be/index.cfm/91655

The life of David Gale



[ cover The Life of David Gale ]


David Gale (Kevin Spacey) is een professor die met veel overtuiging de Amerikaanse studenten aan de Universiteit wat wijzer maakt op het vlak van filososofie. Wanneer een laatkomer hem na de les nog wenst te spreken en hem verzekert alles, werkelijk alles te willen doen voor genoeg goeie punten op het einde van de opleiding, heb je de openingsscéne van deze nieuwe Alan Parker-thriller te pakken, die meteen ook verband houdt met wat zich later zal afspelen in de film. David is een (voorbeeldig ?) huisvader die niet vies is van een feestje, zelfs niet indien daar studenten van hem op afkomen. Inbegrepen de onwaarschijnlijk knappe, oogverblindende en vooral onweerstaanbare Berlin (Rhona Mitra uit "Get Carter"). Die heeft er weinig moeite mee om David op te geilen in een "toevallige" ontmoeting in de toiletten, de rest laat zich raden (de positiewijziging hierbij daarentegen niet...).

David Gale is een verwoed tegenstander van de doodstraf en gaat niets of niemand uit de weg om zijn ideeën hierover duidelijk te maken. Zelfs een televisie-interview met de gouverneur van Texas, zelf een fervent voorstander van de 'death penalty' weet hij dank zij een goede voorbereiding in zijn media-voordeel om te buigen. Tot hem gevraagd wordt één naam op te geven van iemand die ooit werd geëxecuteerd en onschuldig was en hij deze stelling ook kan bewijzen... Precies hier stokt het gesprek, onder de ogen van Constance, een mede-activiste van "Death watch" die het allemaal live kan volgen in de studio en met lede ogen aanziet hoe David deze belangrijke confrontatie verliest voor een enorm kijkerspubliek... Gale krijgt de gelegenheid niet om een tegenoffensief op te starten tegen de politicus want wordt een tijd later opgepakt en beschuldigd van verkrachting en moord. Het slachtoffer ? Constance Harraway... Enkel de doodstraf kan volgens het Amerikaanse rechtssysteem deze misdaad vergelden en David mag een overall met de veelbetekenende letters "DR" aantrekken. De executie-datum is gekend. Drie dagen hiervoor geeft hij toelating aan Bitsey Bloom (Kate Winslet) voor drie interviews van twee uur elk. Hij hoopt op deze manier zijn verhaal te kunnen doen, Bitsey realiseert zich al snel dat er heel wat meer aan de hand is dan een ter dood veroordeelde die nog eens met de pers wil praten...

Na het zien van "The life of David Gale" blijkt dat regisseur Alan Parker een goeie keuze maakte uit het aanbod van de 200 scenario's die hem jaarlijks worden toegestuurd. De uitvoering van de doodstraf in Amerika is omstreden en dat wist scenarist Charles Randolph (zelf een professor in filosofie) ook maar al te goed. Randolph zelf is ook afkomstig uit Texas en het is geen toeval dat precies hij dit scenario schreef : in 2002 werden de helft van de Amerikaanse doodstraffen uitgevoerd in Texas, tijdens de opnames van de film wachtten maar liefst 454 veroordeelden op een exacte datum van hun executie... Het verhaal van "The life of David Gale" mag dan ficitief zijn m.b.t. de feiten, de verdachte, enz., wat te zien is in de film is het resultaat van de voorbereidingen van de filmmakers en de research die men hierrond deed. Toen de Public Relations verantwoordelijke (!) voor de gevangenis in Huntsville, Walker County in het Oosten van Texas destijds een "nothing to hide" rondleiding gaf aan Parker & co was hij voor hen geen onbekende meer en had men hem al gezien in talrijke documentaires rond de DR-problematiek. "The life of David Gale" is een goeie thriller, alhoewel een grootheid als Kevin Spacey toch wel een stuk onder zijn niveau blijft. Wanneer beetje bij beetje duidelijk wordt waar het David Gale eigenlijk om te doen is/was, begint een spannende race tegen de klok met een afloop die wij dan weer weten te appreciëren. De onderliggende boodschap van deze langspeelfilm is ook al iets om over na te denken. En daar zal het de filmmakers voor een stuk toch ook wel om te doen zijn geweest...

Bron: http://www.filmfreak.be/index.php?module=filmfreak&func=viewpub&tid=1&pid=18

zondag 11 mei 2008

Paars provençaals












Paars provençaals

kleurt dit veld

lavendelblauw

de heuvel


Rood

staan papavers

papavérsrood te wezen


Ik droom

van Gogh

- heertje van Gauguin -

de zon in helgeel strakke vegen

een brasserie

café de nuit

de luifel tegen welke regen


Paultje nergens te bespeuren?

Vincent,

vreemd mij om het even

mag ik toch je oortje even lenen?


vrijdag 9 mei 2008

De rechtvaardige rechters





Gent, 1432... In de Vydkapel van de Sint Baafskathedraal wordt het altaarstuk het Lam Gods onthuld - een toppunt van christelijke mystiek dat door de eeuwen heen een magische aantrekkingskracht zal uitoefenen op wie de eiken panelen van dit veelluik bekijkt.

Gent, april 1934... Eén van de panelen van het wereldberoemde altaarstuk van de gebroeders Van Eyck, de Rechtvaardige Rechters, verdwijnt spoorloos. Een zekere D.U.A. neemt contact op met het bisdom. Hij kan bewijzen dat hij het onschatbare kunstwerk in zijn bezit heeft en vraagt een losgeld van één miljoen frank. Het bisdom aarzelt om de som te betalen; het gerecht stapelt de ene blunder op de andere en slaagt er niet in de dief of de dieven op tesporen. Er komt een hele correspondentie tot stand tussen het bisdom en de anonieme afperser, zonder enig tastbaar resultaat.

Dendermonde, november 1934… Arseen Goedertier is een alomgerespecteerd wisselagent uit Wetteren. Hij is koster geweest van de Sint Gertrudiskerk van Wetteren; hij is een niet onverdienstelijk zondagsschilder; hij heeft ooit een revolutionair vliegtuigmodel ontworpen en hij houdt zich in zijn vrije tijd bezig met het oplossen van kunstdiefstallen. Als voorman van de Katholieke Volkspartij spreekt hij nu op een politieke meeting. Maar dan krijgt hij een hartaanval en wordt naar het huis van zijn schoonbroer gebracht, waar hij op zijn sterfbed aan een boezemvriend en partijgenoot verklaart dat hij alleen weet waar de Rechtvaardige Rechters zich bevinden. Het dossier van heel die zaak moet men bij hem thuis zoeken. Hij wil daar nog iets aan toevoegen, maar dan geeft hij de geest…

Bij Goedertier thuis worden niet alleen de dubbels van de brieven van D.U.A. gevonden, maar ook enkele schetsen, voorzien van afmetingen, en een paar sleutels. Met deze aanwijzingen in de hand zoeken professionele- en amateurdetectives, journalisten, helderzienden, fantasten en kunstminnaars al bijna driekwart eeuw vruchteloos naar de Rechtvaardige Rechters…

Op basis van een aantal aanwijzingen in de brieven die de mysterieuze D.U.A. naar het bisdom stuurde en van een aantal uitspraken die Goedertier heeft gedaan toen de roof nog voorpaginanieuws was, zoeken de meeste speurders de spoorloze Rechtvaardige Rechters in de Sint Baafs zelf of in de onmiddellijke nabijheid van de kathedraal, op een plek die 'voor het publiek toegankelijk is, gebonden aanopenings- en sluitingsuren'.

In het dossier dat bij Goedertier thuis werd aangetroffen, bevond zich ook het klad van een brief die Goedertier nooit naar het bisdom heeft verstuurd, en die eindigt op een raadselachtige reeks punten en cijfers. Onderzoekers zijn het erover eens dat Arseen Goedertier hierin geëxperimenteerd heeft met een code, geïnspireerd door zijn favoriete detectiveroman L’Aiguille Creuse (vertaald als Het geheim van Arsène Lupin). Deze roman – één van de vele die Maurice Leblanc geschreven heeft rond de figuur van de geniale gentleman-gangster Arsène Lupin – handelt over kunstdiefstallen. Op de plaats van de misdaad laat Arsène Lupin een raadseltje achter. Wie erin slaagt de code te breken, zal naar de bergplaats van de gestolen kunstwerken geleid worden...

Ziehier het uitgangspunt voor het crimi stadsspel Waar zijn de Rechtvaardige Rechters gebleven? waarvan het scenario werd geschreven en dat wordt begeleid door specialist terzake Patrick Bernauw. In 1991 publiceerde hij al de bestseller Mysteries van het Lam Gods rond deze kwestie, die wel eens het Vlaamse Monster van Loch Ness wordt genoemd.

* Patrick Bernauw schreef nog een succesvolle jeugdroman over de kwestie, die na drie drukken ook integraal op het web te vinden is, en samen met Freek Neirynck en Guy Didelez een toneelstuk, een "gerechtelijke farce", eveneens hier te vinden. In het najaar van 2006 verschijnt van Patrick Bernauw de nieuwe thriller over het mysterie van Vlaanderen: Het Bloed van het Lam.


Bron:http://rechters.blogspot.com/2006/05/nieuw-boek-van-patrick-bernauw-over.html

maandag 28 april 2008

De Tempeliers


De Tempelorde is de oudste ridderorde, met wortels die teruggaan tot kort na de verovering van Jeruzalem door de kruisvaarders in 1099. Om de toevloed van pelgrims in goede banen te leiden, werden kanunniken in het Heilig Graf geïnstalleerd. Zij bekommerden zich om de zielenzorg van deze kruisvaarders, terwijl de al bestaande orde van het Hospitaal van Sint Jan, de medische verzorging van de pelgrims voor haar rekening nam. Naast deze religieuze en caritatieve poten, onstond er geleidelijk aan ook een militaire tak, die zich in 1120 zou losscheuren. De tempelorde was geboren. Deze ridders legden een drievoudige gelofte af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid en leefden volgens een regel, die tijdens het concilie van Troyes (Frankrijk) zou aangepast worden naar de noden en de behoeften van het front in het Midden-Oosten. De abt van Clairvaux, zette zijn schouders onder het project, dat snel en veel bijval kreeg aan beide zijden van de Middellandse Zee. De steun van de adel in vooral Vlaanderen en Frankrijk is opmerkelijk en verklaart waarom de orde er zo snel kon groeien. Vanaf de tweede kruistocht in 1147, speelden de tempelridders echt mee op het slagveld in het Heilig Land. Het aantal bezittingen in het Westen groeide exponentieel, maar was vanaf het begin van de XIIIe eeuw niet meer voldoende om de stijgende kosten van het oorlogsvoeren te dragen. De slag bij Hattin in 1187 en het verlies van Jeruzalem was een keerpunt in de Tempeliersgeschiedenis. Nadat de laatste belangrijke Europese vorst, Richard Leeuwenhart, het Heilig Land had verlaten, stonden de ridderorden er steeds meer alleen voor. Door de desinteresse van de bevolking in het Westen en de onmacht van de twistzieke baronnen in de Levant, stevenden de kruisvaardersstaatjes regelrecht op de afgrond af. De tempeliers waren enkel verantwoording verschuldigd aan de Paus en acteerden in het Heilig Land als soevereine vorsten. Vanaf de XIIIe eeuw, waren militaire campagnes zonder de Tempeliers of Hospitaalridders volstrekt onmogelijk geworden. Dit in schril contrast tot het Westen, waar de Tempelridders zich steeds vaker als leenmannen moesten schikken naar de wil van de lokale vorsten, met inbegrip van het leveren van troepen bij oorlog. In 1291, na de val Akko, werden de laatste Tempeliersburchten ontruimd en trok de orde zich terug in Cyprus. In tegenstelling tot de Hospitaalridders en de Duitse Orde, waren de Tempeliers er niet in geslaagd een eigen staatje uit te bouwen. Toen de laatste meester, Jacques de Molay, in 1307 in Frankrijk aankwam, greep de Franse koning Filips IV de Schone zijn kans. Hij liet alle ordeleden in zijn rijk arresteren op beschuldiging van ketterij.

J. Hosten, 2007.

Bron: http://www.tempeliers.be/tempeliers_algemeen.html



woensdag 12 maart 2008

Literaire schat in Mechelen

Literaire schat in Mechelen

De aan stukken gesneden perkamenten boekrol die ter versteviging in een omslag van de Mechelse stadsrekeningen werd geplakt

De aan stukken gesneden perkamenten boekrol die ter versteviging in een omslag van de Mechelse stadsrekeningen werd geplakt


MECHELEN - Op een perkamenten boekrol die verstopt zat in een omslag van de Mechelse stadsrekeningen werd een middeleeuws gedicht gevonden dat aan experimentele poëzie doet denken. Het is een literaire vondst van eerste orde.

Van onze redacteur



De vondst van een middeleeuws gedicht in Mechelen is te danken aan een vroeg voorbeeld van recyclage. Een boekbinder die in de vijftiende eeuw omslagen voor de Mechelse stadsrekeningen moest maken, gebruikte daarvoor perkamenten boekrollen met middeleeuwse teksten die toch niet meer gelezen werden. De boekbinder verknipte de rollen en lijmde de stukken aan elkaar. Zo kreeg hij stevige omslagen, geschikt om de registers van de stad in te bewaren.

In de jaren tachtig werd in het Mechelse Stadsarchief al een stuk van een boekrol gevonden, toen zo'n omslag losgeraakt was. Op dat moment merkte men dat er literaire teksten op stonden. Dat zette de Nederlandse literatuurhistoricus Remco Sleiderink (Hogeschool-Universiteit Brussel) ertoe aan de omslagen van andere vijftiende-eeuwse stadsrekeningen in Mechelen te onderzoeken. Wat tot opzienbarende vondsten leidde.

De belangrijkste ontdekking is een verknipte perkamenten rol van anderhalve meter. Het document wordt door Herman Mulder, een boekhistoricus van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, omstreeks 1325 gedateerd. Het is een van de vroegste literaire rollen die bewaard bleven.

Er staat een wonderlijk gedicht van ruim tweehonderd verzen op, vol erotische dubbelzinnigheden en politieke allusies. Zowel de Duitse keizer als de Franse koning worden erin vermeld. Als een onverbeterlijke speelvogel zet de auteur de lezer voortdurend op het verkeerde been. Je zou denken aan nonsenspoëzie, ware het niet dat de onbekende dichter de lezer uitdrukkelijk uitdaagt om de betekenis van zijn verzen te doorgronden: 'proeft of ghijs te vroeder sijt' (zie maar of je er wijs uit wordt).

Hongersnood

'Het begin van de veertiende eeuw was in West-Europa een bewogen periode', zegt Remco Sleiderink. 'Oogsten mislukten door aanhoudend slecht weer, er was hongersnood en er braken epidemieën uit. De kroniekschrijver Lodewijk van Velthem vermeldt dat het op Pinksteren 1315 een jaar lang begon te regenen. In het hertogdom Brabant stierf een derde van de bevolking. Bovendien was er een tijdlang geen paus en rezen er opvolgingsproblemen in Frankrijk en in het Duitse keizerrijk.'

Het absurd aandoende gedicht op de Mechelse rol weerspiegelt volgens de literatuurhistoricus de verbijstering en de onrust die dit alles teweegbracht. Bij heel wat mensen leefde de verwachting dat het einde der tijden nabij was.

'De auteur van het Mechelse gedicht moet een intellectueel geweest zijn die goed vertrouwd was met de Franse cultuur en politiek', zegt Sleiderink. 'Opvallend is de anti-Franse teneur van de tekst. De dichter evoceert een maatschappij in ontbinding en doet dat met raadselachtige beelden. Hij heeft het bijvoorbeeld over een varken dat spint en over een ijsbeer die de mis leest voor het hondje van de koster.'

Sleiderink herkent ook verwijzingen naar toenmalige schandalen aan de Europese vorstenhoven. Tot nu toe zijn echter slechts 66 verzen geanalyseerd. Nog 150 verzen moeten worden bestudeerd. Wellicht leidt dat tot een beter inzicht in de betekenis van het gedicht.

'Deze ontdekking zet Mechelen in literair opzicht op de kaart', stelt Sleiderink. 'Men kent uit deze periode Jan van Ruusbroec die met Brussel geassocieerd wordt, Jan van Boendale die in Antwerpen werkte en Lodewijk van Velthem uit de omgeving van Leuven. Wellicht moeten we daar een Mechels hoofdstuk aan toevoegen.'

Een tweede belangrijke vondst bestaat uit vierhonderd verzen van de ridderroman Jonathas en Rosafiere. De Mechelse versie is bijna een eeuw ouder dan het tot nu toe oudste bekende fragment van de roman, dat in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam wordt bewaard. Door de vondst moet de interpretatie van deze roman vol echo's van de kruistochten, incest en miraculeuze wendingen worden herzien.

Restauratie

De ontdekking van de middeleeuwse handschriften is een gebeurtenis voor het Mechelse archief. De eerste zorg is de restauratie van deze unieke stukken. Daarvoor werd de specialiste Lieve Watteeuw aangesproken.

De stadsarchivaris Willy Van de Vijver hoopt dat de vondst de rijkdom van de Mechelse archieven beter bekend zal maken. Er worden documenten bewaard van de twaalfde eeuw tot vandaag.

Het Stadsarchief bezit ook het Koorboek van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Het is een meesterwerk van de miniatuurschilderkunst en een schatkamer van de Vlaamse polyfonie. Vorig jaar werd het als een topstuk van de Vlaamse Gemeenschap erkend.

Bron: http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=5U1P7KN9

woensdag 27 februari 2008

El camino de Santiago


Ben ik vandaag
- Joepie ! -
mezelf niet meer,
maar uitgetreden;
de mens voorgoed
- Aha, zei Duizendfloot -
gedag gezegd
collectief in waanzin
as usual platgetreden;
langs helverlicht wegen
Mac en Pizza Hut vermeden
om naakt te zijn en te beginnen
als Paultje in Miavoye-Anthée
en El camino ik te gaan
te voet
- zonder brommer ook in naam -
tot Santiago in Compostella:
mijn eigenste solootje
pelgrim-zijn
- het kind in mij
op de duozit
mooi meegenomen -

Is het nog ver, papa
zo zonder beertje?

dinsdag 26 februari 2008

Santiago de Compostela


Santiago de Compostela in het noordwesten van Spanje is samen met Jeruzalem en Rome een van de belangrijkste christelijke bedevaartoorden.
De geschiedenis van de pelgrimage naar Compostela gaat veel verder terug. De symbolen van de Camino; de St.Jacobsschelp en het zwaardkruis, de lagarto, duiden op een niet christelijke vruchtbaarheidsrite. Al voor onze christelijke jaartelling marcheerden Romeinse legioenen naar Fi(ni)sterre, 'het eind van de wereld', aan de kust van de dood om daar de zon in de onderwereld te zien wegzakken.
Ook nu nog lopen de 'hardcore' pelgrims door naar deze plaats aan de kust. En nog steeds wordt door hen bij zonsondergang het eeuwenoud keltisch ritueel van water, vuur en aarde uitgevoerd.

St. Jacobus: Legende en Tradities

Sint Jacobus, Jacobus de Meerdere of Santiago is de nationale heilige van Spanje. Hij geldt als een van belangrijkste apostelen. Maar ondanks zijn belangrijke status is er in de Bijbel weinig over hem te vinden. Buiten Spanje is hij voornamelijk bekend vanwege de pelgrimage. Zijn symbolen zijn de sint jacobsschelp en het zwaardkruis.
Er zijn aanwijzingen, dat de traditie van de pelgrimage naar de plek, waar Santiago begraven zou zijn, is veel ouder dan de christelijke geschiedenis. Vooral de plaats Fisterre, Finisterre of het eind van de wereld, duikt op als de magische plek waar de wereld ophoudt en de onderwereld begint. Het ligt aan de kust, die ook wel de kust van de dood genoemd wordt. Nu vanwege de grote kans op schipbreuk, toen om een andere reden.

Het is veilig om te beweren, dat Santiago in oorsprong niet christelijk was. De meeste christelijke tradities zijn ouder als het christendom. In voor-christelijke tijden was het altijd al traditie om op bepaalde tijden in het jaar de stamgod rond te dragen. Meestal gebeurde dit in jaargetijden die belangrijk waren voor de oogst of vruchtbaarheid. Deze gewoonte vindt zijn navolging nog steeds in de vele christelijke proccessies in het voor- en najaar.
Ook andere tradities in Spanje zijn direct te herleiden naar deze vruchtbaarheidsriten. Het meest in het oog springend is de nationale sport; het stierenvechten. Maar ook een feest als Sanfermin in Pamplona; het rennen voor de stieren.

Maar ook andere bronnen verhalen over de traditie van de pelgrimage. Van de romeinse legioenen van Caius Brutus wordt verteld dat ze naar Fisterre zijn gemarcheerd. Vanaf de kaap hebben zij vol ontzag de zon gezien, die langzaam in de onderwereld wegzakte. Ongetwijfeld zullen ook zij de oude keltische riten van aarde, water en vuur hebben uitgevoerd. Hierbij wordt het haar geknipt, wordt in de zee gebaad en wordt iets persoonlijks uit hun verleden verbrandt bij zonsondergang. Dit alles wordt vandaag de dag nog steeds door sommige pelgrims gedaan.

De legionairs aanbaden de zwaardgod Mithras en kenden de egyptiese Serapis, de grote genezer die ook weer Jupiter en dus Pluto de onderwereld god was. In de voor-christelijke geschiedenis waren er diverse goden verbonden met de pelgrimage naar finisterre. Zij waren bekend onder andere namen als dondergod, gids en beschermer door het dodenrijk. Funkties die nu Santiago, zij het onder de christelijke naam, nog steeds vervult.

Het meest in het oog springend symbool van de pelgrimage naar Santiago de Compostela is de Sint Jacobsschelp. Het wordt gebruikt als voornaamste ornament op alle gebouwen langs de Camino. Nu is de schelp het symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel en is bekend als symbool van geboorte of wedergeboorte. Het is daarom dat Venus hieruit opstijgt in het schilderij 'De Geboorte van Venus' van Botticelli. Het is een symbool van een voorchristelijke vruchtbaarheidsrite, dat net als zoveel heidense symbolen en riten door de katholieke kerk zijn overgenomen. Om dit symbool over te nemen moest Santaigo, volgens de legende, iemand terug doen komen van de dood. Iets wat Santiago in de geest van zijn heidense alter-ego wel diverse malen doet. Dit keer redde hij een ruiter die verdronken was in zee. Toen deze terugkwam uit de zee was hij overdekt met de schelpen. Via deze constructie werd de schelp toch het symbool van pelgrimage naar Galicië.
Ook het andere symbool van Santiago het zwaardkruis, bekend onder zijn voorchristelijke naam lagarto of hagedis, verbonden met vruchtbaarheid en van kuisheid.

Uit al deze niet-christelijke symbolen en mythen is Santiago en de pelgrimage ontstaan. Hij is nog steeds de heilige beschermer die te paard zijn gelovigen beschermd. De pelgrimage is nog steeds een reis naar persoonlijke inzicht. De reis die nog steeds een metafoor is voor het leven. Santiago is nog steeds de gids, die op het eind van de reis op de pelgrim wacht.

St. Jacobus en de Bijbel

In het algemeen wordt geloofd dat de Sint Jacob, Santiago, in Spanje gepreekt heeft. Hier zou de Maagd van de Zuil aan hem verschenen zijn. Hij was een van de apostelen en had samen met zijn broer de bijnaam Boanerges (Zonen van de Donder). Op zijn terugkeer in Palestina werd hij door Herodus Agrippa onthoofd. Zijn volgelingen namen zijn lichaam via de haven Joppa naar Galicie, waar ze hem aan de voet van de Libredon begroeven. Als gevolg van oorlogen en ontvolking raakte deze christelijke bedevaartsplaats vergetelheid.
(naar: Irieense Kronieken)

Samen met zijn broer Johannes en met Petrus vormt Jacob de Meerdere de top drie van de apostelen. Hij was aanwezig bij de gedaanteverwisseling, toen Jezus in een kolom van licht veranderde. Hij was in Getsemane toen Jezus vroeg om "de beker aan hem voorbij te laten gaan..".

Jacobus en zijn broer Johannes waren de twee onafscheidelijke neefjes van Christus. Hun vader Zebedee was getrouwd met Salome, de zus van de maagd Maria. Zij had geld en was een van de sponsors van Christus. Zij was de geldschietster van het laatste avondmaal. Met haar vraag om haar zonen een goede plek te geven in het Hemelse rijk komt ze over als zo'n typische ambitieuze moeder, die voortdurend probeert haar zonen in de schijnwerpers te zetten.

Ook niet echt gunstig is het beeld dat de bijbel van Jacobus en zijn broertje schetst. Op een bepaald moment, als Christus geconfronteerd wordt met een stel sceptici, roepen de twee om het hardst dat ze op zijn bevel hen wel eens met hemelvuur zullen vernietigen. (Lucas 9:5) Jezus antwoordt hierop dat hij niet gekomen is om "mensenlevens te vernietigen, maar ze om ze te redden." Het is na deze gebeurtenis, dat Jezus hen de Donderzonen, Boanerges, noemt.
Met enig ironie waarschijnlijk, het wordt tenslotte gezegd door dezelfde persoon, die ooit op een bruiloft alle water in wijn veranderde.

Een andere keer nemen ze Jezus C. apart om zich te verzekeren van de beste plekjes in de hemel. Ze willen links en rechts van hem zitten. (Marcus10:38) De sarcasme van zijn vraag: "Kunt gij dan uit mijn beker drinken?" ontgaat hen, als ze antwoorden: "Kunnen we!"
Jezus redt de situatie door te zeggen, dat het niet aan hem is om die plaatsen te vergeven.

De andere apostelen waren niet echt dol op de twee. Ze waren de neefjes van Jezus. Hun moeder had geld. En ze waren echte strooplikkers. Maar als de apostelen dus horen wat de neefjes nu weer hebben geprobeerd zakt hun toch al niet zo geweldige populariteit naar een nieuw dieptepunt.
(Marcus 10:41)

St. Jacobus en Galicië

Santiago de Compostela ligt in Galicie in het Noord-Westen van Spanje. Door het regenachtige klimaat en weelderig groene landschap doet het meer aan Ierland, Bretagne of de Hebriden denken dan aan Spanje. Het landschap heeft ook dezelfde mystiek. De inwoners zijn Keltische komaf. Het is een hardwerkend en ondernemend volk, dat zowel figuren als Franco als ook Fidel Castro heeft voortgebracht. En net als hun keltische broedervolken spelen ze doedelzak en drinken ze appelcider. De stam van de naam Galicië is dezelfde als van Wales(Gales) of het Iers, Gaelic.
Galicië is het enige gebied in Spanje wat nooit bezet is geweest door de Moren. En het is ook vanuit hier dat de Reconquista, de herovering van Spanje door de christenen op de Moren, is begonnen.

Pelgrims

"Te vaak maak je beslissingen in dit leven, waar je maar gedeeltelijk achter staat. En ook in de beslissingen, die hieruit volgen, kun je je maar gedeeltelijk vinden. Hieruit volgen dan weer andere beslissingen waarin je jezezelf niet meer in vindt. Totdat je op een dag wakker wordt en jezelf niet meer kunt vinden. Dan pak je de spullen die belangrijk zijn en je gaat op weg. Totdat je jezelf weer tegen komt. En dan spreek je jezelf eens streng toe."
(Aboriginal verklaring voor de Walkabout)

Een pelgrimage is een tocht naar een plek van spiritueel belang met de bedoeling om inzicht te verwerven. Niet het einddoel, maar de weg ernaar toe, is hiervoor de manier.

De moderne pelgrim lijkt een contradictie; een anachronisme. Een verouderd symbool uit een halfvergeten tijd. Maar het idee gaat klaarblijkelijk dieper. Elke tijdsperiode, elke cultuur en elke godsdienst op deze aarde is bekend met het idee van de pelgrimage.

Het pelgrim-zijn wordt aanvaard als een fase in het leven. Een fase zoals andere stadia in het leven: die van kind, leerling, krijger, echtgenoot en vader/moeder. Het is de fase, waarin al het door de jaren heen vergaarde materiele opzij geschoven wordt voor inzicht over het leven en de dood; van oudsher het terrein van de religie.

In de christelijke wereld werden pelgrims vernoemd naar de drie belangrijkste plaatsen van pelgimage: Romeiri voor hen die naar Rome gingen en Palmeiri voor degenen die naar Jeruzalem gingen. Degenen die naar de Tombe van Heilige Jacob in Compostela gingen werden Peregrinos genoemd. Letterlijk: 'zij die door het veld gaan'.

Ooit was het de pelgrim, die onbekend was met het land, waar hij doorheen trok.
Nu zijn 't het land en zijn bewoners, die onbekend zijn met het begrip van pelgrim.

Kaarten en gidsen houden de moderne pelgrim op de goede weg. De palster, de pelgrimsstaf, is vervangen door de telescopische wandelstok uit ruimtevaartmetaal. Kunstoffen houden de pelgrim droger, koeler en warmer dan de pelgrim uit de middeleeuwen kon voorstellen. Wat blijft is de pelgrim en zijn weg, de Camino. Een weg, die niemand anders, dan de pelgrim kan gaan. Maar de weg, de Camino, is gebleven.

Ultreya e Suseya

"Westwaarts en Houdt vol"

Elk jaar gaan vele duizenden pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. Zowel te voet, te paard als op de fiets wordt op weg gegaan. Dit zijn door de katholieke kerk erkende manieren van pelgrimage. Om te kwalificeren als pelgrim moet op zijn mist 100 km te voet of 200 km te paard of op de fiets worden afgelegd.

Veruit de meeste pelgrims lopen alleen de vereiste honderd kilometer. Dit zijn bijna allemaal echte gelovigen. Zij beginnen meestal in Ponteferrada. Dit geeft hen dan recht op een Compostela. Dat op zijn beurt weer recht geeft op strafvermindering na de dood.

Anderen beginnen hun pelgrimsweg vanaf de franse Pyreneën in St. Jean Pied-de-Port of in de spaanse Pyreneën bij de Abdij van Roncevalles. Ze maken gebruik van het uitstekende net van refugio's en volgen de befaamde gele pijlen, die de route markeren. Als ze alles, de volle 800 kilometer, lopen, kan Santiago de Compostela in ongeveer 4 weken worden bereikt. Sommige pelgrims lopen alleen gedeeltes of slaan gedeeltes van de Camino over. Dit wordt trampa genoemd.

Een tot de verbeelding sprekende groep zijn de lange afstands-wandelaars. Zij vertrekken net als de pelgrims van vroeger te voet vanuit hun woonplaats. Voor langere tijd laten zij de vertrouwdheid en de gemakken van thuis achter zich. Geen kranten, radio of televisie en alleen zichzelf als gezelschap.

Net als de pelgrims van toen ervaren zij de ontberingen. Niet alleen de vanzelfsprekende fysieke, maar ook de geestelijke ongemakken zoals eenzaamheid en gevoelens van uitzichtloosheid.

Het Heilig Jaar

Een jaar is een Heilig Jaar, wanneer de naamdag van de apostel St. Jacob op een zondag valt. Dit gebeurt elke 6-5-6 en 11 jaar. In het tweede millennium was 1999 het laatste jaar.

Bron : http://web.inter.nl.net/users/fkosters/achtergrond.htm

De koolstof-14 dateringsmethode

  • De koolstof-14 dateringsmethode is bruikbaar voor objecten tot circa 60 duizend jaar oud.
  • De methode is gebaseerd op het radioactieve verval van koolstof-14, ook wel geschreven als C-14
  • Voor objecten ouder dan 50 tot 60 duizend jaar zijn er alternatieven gebaseerd op het verval van kalium-40, uranium-235, uranium-238, thorium-232 en anderen met een lange halveringstijd

Iedereen heeft wel eens gelezen over fascinerende archeologische ontdekkingen. Er vindt een opgraving plaats, allerlei interessante objecten worden opgegraven, waarna een archeoloog triomfantelijk vertelt dat een botje ongeveer 5000 jaar oud is. Maar hoe weet die man dat?

Soms zijn er historische aanwijzingen zoals een bepaalde bouwstijl van een grafmonument, of een inscriptie in steen of ander materiaal. Maar als dat alles niet voldoende overtuigend is, is er gelukkig nog de natuurkunde. Die biedt ons de zogenoemde koolstof-14 methode waarmee objecten tot een ouderdom van ongeveer 60 duizend jaar nog betrouwbaar kunnen worden gedateerd, als ze van biologische oorsprong zijn. Dus plantenresten, botten, kleding, hout en dergelijke kunnen ermee worden gedateerd.

De bron van koolstof-14 (C-14): Straling uit de ruimte
Iedere dag komt er kosmische straling, straling uit de ruimte in de atmosfeer van de Aarde terecht. Daar kunnen we niets aan doen. Iedereen op deze planeet wordt per uur een paar honderdduizend keer geraakt door kosmische straling. Het gebeurt ook wel dat de kosmische straling botst met een deeltje in de atmosfeer. Wanneer een atoom in de atmosfeer zo geraakt wordt, kan er een secondaire straling vrij komen in de vorm van een klein deeltje, een energierijk neutron. Dit neutron kan op zijn beurt weer botsen met een stikstof atoom. Zoals bekend bestaat de lucht om ons heen ongeveer voor 80% uit stikstof. Na zo'n botsing met een stikstofatoom kan een stikstof-15 atoom ontstaan (bevat 7 protonen en 8 neutronen). Dit radioatieve atoom vervalt weer tot koolstof-14 (6 protonen, 8 neutronen) en een waterstof atoom (1 proton, nul neutronen). C-14 is radioactief, met een halveringstijd van 5730 jaar.
Belangrijk is te onthouden dat C-14 continu aangemaakt wordt via een hele reeks processen, die door de kosmische straling in gang worden gehouden.

Koolstof-14 zit in alle levende wezens
De C-14 die uit kosmische straling is ontstaan, reageert met zuurstof en vormt kooldioxide, wat ook wel koolzuurgas wordt genoemd. Dit gas wordt door planten opgenomen in het fotosynthese proces. Mensen en en dieren eten planten en nemen dus indirect ook kooldioxide op, met het radioactieve C-14.
Van alle soorten koolstof op de Aarde komt het 'normale' koolstof, koolstof-12 (C-12), het meeste voor. C-12 is niet radioactief. Het radioactieve C-14 vormt maar een hele kleine fractie van alle koolstof op de wereld, maar het is wel te meten in de lucht en in alle levende wezens.
Zoals alle radioactieve elementen vervalt koolstof-14 (C-14) en heeft een zogenoemde halveringstijd van ongeveer 5730 jaar. Als je een paar gram C-14 hebt, en je wacht 5730 jaar, dan is de helft vervallen en dus niet meer radioactief.
De verhouding C-12 tot C-14 in de lucht is constant en is dat ook in alle levende wezens. De C-14 atomen vervallen wel, maar ze worden steeds weer vervangen door nieuwe C-14 die door de kosmische straling wordt aangemaakt.

Het dateren, een formule
Zodra een levend wezen sterft, houdt het op met koolstof op te nemen. De verhouding C-12 tot C-14 op dat moment is het zelfde als voor ieder levend wezen, maar de C-14 vervalt en wordt niet meer vervangen. De C-14 vervalt met halveringstijd 5730 jaar, terwijl de hoeveelheid C-12 gelijk blijft. door nu naar de verhouding van C-12 tot C-14 te kijken en dat te vergelijken met de verhouding in een levend wezen, is het mogelijk de ouderdom (t) van het te dateren object (bot, stuk hout etc.) vrij nauwkeurig te bepalen.
Een formule hiervoor is:

t = ln (Nt/No) x t1/2 / (-0.693)

Hierin is ln de natuurlijke logaritme, Nt/No is het percentage koolstof-14 in het monster vergeleken met de hoeveelheid die in levend weefsel wordt aangetroffen en t1/2 is de halfveringstijd van C-14 (5730 jaar).

Stel je hebt een fossiel dat maar 10 procent C-14 bevat van wat een levend exemplaar zou moeten bevatten, dan is de ouderdom als volgt te berekenen:

t = ln (0.10) x 5730 / (-0.693) jaar

t = (-2.303) x 5730 / (-0.693) jaar

t = 19040 jaar oud

Dateren van héél oude objecten
De halveringstijd van C-14 is ongeveer 5730 jaar. Voor objecten ouder dan ongeveer 60 duizend jaar is deze methode niet goed te gebruiken, de hoeveelheid C-14 is dan erg klein geworden. Echter in deze gevallen kan men andere stoffen voor de analyse gebruiken met veel grotere halveringstijden. Het principe blijft dan het zelfde. Voorbeelden van een bruikbaar element is kalium-40 dat ook in ons lichaam voorkomt (halveringstijd 1,3 miljard jaar).

Waar wordt C-14 datering in Nederland gedaan?
"Vroeger" werd de zogenoemde koolstof-14 (C-14) datering op diverse plaatsen in Nederland uitgevoerd, ondermeer in Petten bij NRG (destijds ECN-Nucleair). De C-14 datering is echter een bewerkelijke en dus dure zaak, die alleen rendabel voor bedrijven is als er voldoende daterings-opdrachten zijn. Omdat deze opdrachten niet zo talrijk zijn, zijn veel universiteiten en bedrijven zoals NRG gestopt met de dateringen.

Er is in ieder geval nog 1 plek waar men in Nederland terecht kan voor C-14 datering:
Het centrum voor koolstofdateringen is tegenwoordig de Rijks Universiteit van Groningen. Het Centrum voor IsotopenOnderzoek (CIO) van de universiteit heeft bovendien bijgedragen aan de ontwikkeling van deze methode. Het adres van het CIO is:
Nijenborgh 4, 9747 AG Groningen, tel 050-3634760, fax 3634738


Webadres: www.cio.phys.rug.nl

maandag 25 februari 2008

Nostradamus


Nostradamus: origineel portret door zijn zoon César

Nostradamus: origineel portret door zijn zoon César

Nostradamus, Latijn voor Michel de Nostredame (Saint-Rémy-de-Provence, 14 december 1503 – Salon-de-Provence, 2 juli 1566) is mogelijk de bekendste ziener die de Westerse wereld heeft gekend.

Volgens kenners heeft hij de Wereldoorlogen, Hitler, Napoleon, het Communisme, terrorisme in Europa en vele andere zaken voorspeld. Het belangrijkste wat ons nog te wachten zou staan is de komst van Chiren. Dit zou een Europeaan zijn, mogelijk een Fransman, die langdurige wereldvrede zou brengen. Volgens sceptici zijn de uitspraken van Nostradamus veel te vaag en kan men met gemak een om het even welke interpretatie aan geven die past in de hedendaagse situatie, wat volgens die sceptici ook voortdurend gebeurt.

Zijn voorspellingen

De Centuriën van Les Propheties

Nostradamus...Encores mon filz que j'aye inseré le nom de prophete, je ne me veux atribuer tiltre de si haulte sublimite...Voorwoord aan César, 1555
Nostradamus

...Encores mon filz que j'aye inseré le nom de prophete, je ne me veux atribuer tiltre de si haulte sublimite...

Voorwoord aan César, 1555

Faam verwierf Nostradamus door de publicatie van zijn voorspellingen in Les Propheties, waarvan de eerste editie verscheen in 1555. De populariteit bleef door de eeuwen heen bestaan en er zijn vrijwel continu herdrukken verschenen. Ook tegenwoordig verschijnen er in het Nederlands (inclusief vertalingen) nog vrijwel jaarlijks nieuwe edities met interpretaties van zijn geschriften.

De bekendste vertolkers van de afgelopen decennia zijn De Fontbrune (sr. en jr.), John Hogue[1], Erica Cheetham en Dolores Cannon; de eerste drie op basis van interpretatie en geschiedkundig onderzoek en Cannon via hypnotische regressie en reïncarnatietherapie.

De eerste volledige, Nederlandse vertaling werd geschreven door prof. dr. mr. H. Houwens Post onder het pseudoniem "mr. dr. W.L. Vreede" in 1941. Deze vertaling is tot aan het eind van de 20e eeuw een belangrijk standaardwerk gebleven voor Nostradamus-onderzoekers.

Les Propheties bestaat uit 10 'Centuriën. Later zijn er nog twee Centuriën gevonden, Centurie 11 en 12, die niet geheel compleet zijn en waarvan de echtheid wordt betwist. De meeste Centuriën bestaan uit 100 kwatrijnen, ofwel vierregelige verzen. Dit is niet het geval bij Centurie 7, 11 en 12; een reden hiervoor heeft Nostradamus niet achtergelaten. De periode van de voorspellingen begint vanaf het moment dat Nostradamus zijn visioenen kreeg in 1524 en eindigt in het jaar 3797. Nostradamus noemt dit jaartal in zijn begeleidende brief aan zijn zoon, César. Een tweede begeleidende brief richtte Nostradamus aan de toenmalige koning van Frankrijk, Hendrik II van Navarra.

Nostradamus beschrijft heel veel pausen, wat voor onderzoekers vaak een reden was ze naast de voorspellingen van Malachias te leggen. Die liet een voorspelling na van alle toekomstige pausen sindsdien, in de vorm van een Latijnse omschrijving.

Centurie 1, Kwatrijn 1 Century I, Quatrain I

's Nachts gezeten voor de studie van verborgen dingen,
Alleen rustend op de bronzen zetel:
Een klein licht, dat uit de eenzaamheid ontspruit,
Doet ontluiken, wat niet als ijdel te verwerpen valt.

Estant assis de nuict secret estude,
Seul reposé sur la selle d'aerain:
Flambe exigue sortant de sollitude,
Fait prospérer qui n'est à croire vain.

Centurie 1, Kwatrijn 2 Century I, Quatrain II

Met de staf in de handen, midden in de takken geplaatst,
met het water zowel de zoom als de voeten nat.
Een gevoel van vrees en een stem trekken omhoog door de armen heen.
Goddelijke verhevenheid. Het goddelijke komt nader.

La verge en main mise au milieu de BRANCHES
De l'onde il moulle & le limbe & le pied:
Un peur & voix fremissent par les manches:
Splendeur divine. Le divin pres s'assied.

Interpretatie

De voorspellingen zijn opgesteld in cryptisch taalgebruik, met anagrammen, het gebruik van verschillende talen, waaronder Frans, Provençaals, Italiaans, Grieks en Latijn en een chaotische en a-chronologische rangschikking van de kwatrijnen. Waarschijnlijk heeft Nostradamus hiervoor gekozen om te ontkomen aan de vervolging door de Inquisitie. Hierdoor zijn er nog relatief veel verzen niet verklaard of foutief geïnterpreteerd, dan wel is nooit definitief komen vast te staan of de verzen werkelijk voorspellend zijn. Sceptici beweren zelfs dat er geen sprake van voorspelling is, maar van inlegkunde: na afloop van een gebeurtenis wordt een bijpassend kwatrijn gevonden dat ongeveer overeenkomt met de gebeurtenis.

In de loop van de eeuwen is er veel misbruik gemaakt van de voorspellingen door leiders van allerlei slag. Zo heeft bijvoorbeeld Joseph Goebbels in de Tweede Wereldoorlog voorspellingen naar Hitler toegeschreven om zo meer macht en faam te verzamelen. Alle Franse koningen en presidenten schijnen sinds de publicatie in de 16e eeuw bekend te zijn met Les Propheties.

Een ander fenomeen is de parallelle toekomst: een toekomst pakte anders uit, omdat de voorspelling bekend werd. Sceptici herkennen hierin een 'self-denying prophecy'. Een voorbeeld hiervan is Kwatrijn 11 uit Centurie 6 waar de moord op de broers Hertog en Kardinaal De Guise werd voorspeld in het jaar 1576. De voorspelling werd gekeerd, maar de moord gebeurde later toch, echter op een andere wijze en in het jaar 1588. In dat licht zou ook de aanslag van het WTC in New York verklaard worden in Kwatrijn 72 van Centurie 10, die niet in 1999 maar in 2001 plaatsvond.

Centurie 6, Kwatrijn 11 Century VI, Quatrain XI

De zeven takken zullen tot drie worden teruggebracht.
De oudsten zullen worden verrast door de dood.
Tot het plegen van een broedermoord zullen de twee worden verleid.
De samenzweerders zullen al slapend gedood worden.

Des sept rameaux à trois seront reduicts,
Les plus aisnez seront surprins par mort,
Fratricidez le deux seront seduicts,
Les coniurez en dormans seront morts.

Centurie 10, Kwatrijn 72 Century X, Quatrain LXXII

In het jaar 1999, de maand september.
Uit de hemel zal een grote koning van verschrikking komen:
Tot leven wekkend de grote Koning van Angolmois,
Ervoor erna regeert Mars gelukkig.

L'an mil neuf cens nonante neuf sept mois.
Du ciel viendra un grand Roy d'effrayeur:
Resusciter le grand Roy d'Angolmois,
Avant apres Mars regner par bon heur.

Andere publicaties

Nostradamus publiceerde zijn Présages al in 1550; dit waren verzen met 6 regels met voorspellingen die vooral de regio Provence betroffen. Deze werken zouden nooit de populariteit kennen van de Centuriën. De Présages bevatten al met al 6338 voorspellingen[2] Daarnaast gaf hij een almanak uit waarin hij prognoses gaf op het weer, de oogst, oorlogen en komeetverschijningen. Een uitgebreide, complete bibliografie van Nostradamus staat hier.

Biografie

Kinderjaren

Nostradamus' huis in Salon-de-Provence.

Nostradamus' huis in Salon-de-Provence.

Nostradamus werd geboren in Saint-Rémy-de-Provence in het zuiden van Frankrijk op 14 december 1503. Het huis waarvan wordt aangenomen dat hij daar is geboren, bestaat nog steeds.

Michel de Nostredame was één van ten minste negen kinderen van de graanhandelaar en notaris Jaume de Nostredame en Reynière de St-Rémy. Jaume was oorspronkelijk joods, maar zijn vader, Guy Gassonet, had zich bekeerd tot het katholicisme rond 1455, waarbij hij de naam Pierre de Nostredame aannam.[3]

Er is weinig anders bekend over de kindertijd van Nostradamus dan dat hij is opgevoed door zijn grootvader van moederszijde, Jean de St. Rémy[4]

Studententijd

Vanaf zijn vijftiende begon Nostradamus aan zijn bachelorstudie aan de Universiteit van Avignon. Na iets meer dan een jaar moest hij Avignon verlaten, toen de universiteit de deuren sloot vanwege de uitbraak van de zwarte dood (pest).

Na een aantal jaren gewerkt te hebben als apotheker, startte hij in 1529 met zijn doctoraalstudie Medicijnen aan de Universiteit van Montpellier. Kort daarna werd hij van de universiteit verwijderd toen werd ontdekt dat hij apotheker was geweest, hetgeen per statuut verboden was door de universiteit. Dit document[5] bevindt zich nog steeds in de bibliotheek van de faculteit[6]. Desondanks noemen veel publicisten hem wel doctor.

Na de verwijdering ging hij door met werken, waarschijnlijk als apotheker, en werd beroemd voor de ontwikkeling van de "roze pil" die naar verluidt werkte tegen de pest[7]

Huwelijk en genezende werkzaamheden

In 1531 werd Nostradamus uitgenodigd door een vooraanstaand geleerde, Julius Caesar Scaliger (de vader de grote taalkundige Josephus Justus Scaliger, die hoogleraar in Leiden zou worden), om naar Agen te komen. Hier trouwde hij met een vrouw, waarschijnlijk Henriëtte d'Encausse, die hem twee kinderen baarde[8]. In 1534 overleden zijn vrouw en kinderen; verondersteld wordt dat de dood veroorzaakt werd door pest. Hierop begon hij opnieuw te reizen door Frankrijk en naar Italië.

Bij zijn terugkeer in 1545 staat hij de prominente genezer Louis Serre bij in diens gevecht tegen de grote pestuitbraak in Marseille, Salon-de-Provence en de regionale hoofdstad Aix-en-Provence. Uiteindelijk vestigde hij zich in 1547 in Salon-de-Provence en trouwde de rijke weduwe Anne Ponsarde, met wie hij zes kinderen kreeg, drie dochters en drie zonen. Tussen 1556 en 1567 verwierven hij en zijn vrouw een dertiende deel van een groot kanalisatieproject van Adam de Craponne voor de irrigatie van het grotendeels waterloze Salon en het nabijgelegen Désert de la Crau vanuit de rivier Durance.[9]

Zijn jaren vanaf zijn publicaties

Catharina de' Medici, gemalin van Koning Henri II, was een groot bewonderaar van Nostradamus. Na het lezen van zijn almanakken met toespelingen op, maar niet uitgesproken bedreigingen voor de koninklijke familie, ontbood zij hem naar Parijs om horoscopen te tekenen voor haar en haar kinderen. Tegen die tijd vreesde hij te worden onthoofd, maar voor zijn dood in 1566 had ze hem benoemd tot Raadgever en Buitengewoon Geneesheer van de Koning.

Nostradamus was al bekend bij de welgestelden in Frankrijk, toen op een dag een toernooi werd georganiseerd waar ook de oudere Koning Hendrik II aan deel zou nemen. De jonge Kapitein van zijn Schotse garde, Montgomery, kende de voorspelling van Centurie 1, Kwatrijn 35 en stond erop dat het duel tussen hem en de koning afgelast zou worden. Hendrik wilde hier niets van weten. Bij de eerste twee aanlopen kregen geen van de twee tegenstanders de andere uit het zadel. Bij de derde aanloop echter, kwam Montgomery's lans tegen de helm van het gouden harnas van Hendrik, waarbij een oog werd uitgestoken en een splinter van de lans veroorzaakte een grote wond in zijn hals. Hendrik stierf na tien dagen van folterende pijn. Beide heren hadden een leeuw in hun wapen.

Centurie 1, Kwatrijn 35 Century I, Quatrain XXXV

De jonge leeuw zal de oude overwinnen
Op het krijgsveld van een enkelvoudig duel.
In een kooi van goud worden zijn ogen doorboord.
Twee klassen; één zal erna een wrede dood sterven.

Le lyon ieune le vieux surmontera,
En champ bellique par singulier duelle,
Dans cage d'or les yeux luy crevera,
Deux classes une puis mourir mort

Tegen 1566, ontwikkelde zijn jicht zich in oedeem, ook wel waterzucht, een pijnlijk mankement dat bewegen bemoeilijkt. Eind juni maakte hij een uitgebreid testament op ter hoogte van 3444 kronen (nu omgerekend rond 250.000 euro) voor zijn vrouw tot aan haar hertrouw, zijn zonen vanaf de leeftijd van 25 en zijn dochters tot aan hun huwelijk en de aflossing van enkele kleine schulden. 's Avonds op 1 juli vertelde hij zijn secretaris Jean de Chavigny dat hij hem bij zonsopkomst niet meer levend aan zou treffen. De volgende morgen trof men hem dood aan.

Hij werd begraven in de lokale Franciscaanse kapel die nu onderdeel uitmaakt van het restaurant La Brocherie en werd herbegraven in de Collégiale St-Laurent [10] tijdens de Franse Revolutie, waar zijn graf zich tot op de dag van vandaag bevindt.



Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nostradamus