zaterdag 10 november 2007

Le Poison


Le vin sait revêtir le plus sordide bouge
D'un luxe miraculeux,
Et fait surgir plus d'un portique fabuleux
Dans l'or de sa vapeur rouge,
Comme un soleil couchant dans un ciel nébuleux.

L'opium agrandit ce qui n'a pas de bornes,
Allonge l'illimité,
Approfondit le temps, creuse la volupté,
Et de plaisirs noirs et mornes
Remplit l'âme au delà de sa capacité.

Tout cela ne vaut pas le poison qui découle
De tes yeux, de tes yeux verts,
Lacs où mon âme tremble et se voit à l'envers...
Mes songes viennent en foule
Pour se désaltérer à ces gouffres amers.

Tout cela ne vaut pas le terrible prodige
De ta salive qui mord,
Qui plonge dans l'oubli mon âme sans remord,
Et, charriant le vertige,
La roule défaillante aux rives de la mort!

-- Charles Baudelaire, Spleen et idéal - Édouard Manet, Le buveur d'absinthe

De Groene Fee

Absint is een (doorgaans groene) sterke drank op basis van anijs, absintalsem (Artemisia absinthium), venkel en een aantal aanvullende kruiden.

Absinthe Bourgeois
Affiche Absinthe Bourgeois, 1902

Het werd voor het eerst op grote schaal commercieel geproduceerd door Henri-Louis Pernod, die in 1805 het huis Pernod Fils stichtte. Hoewel van oorsprong een volksdrank, werd absint in de negentiende eeuw vooral populair onder kunstenaars, die het de bijnaam De Groene Fee gaven. De Fee zou een belangrijke bron van artistieke inspiratie zijn. Deze veronderstelling heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythe rond de psychoactieve effecten van absint. Vincent van Gogh zou er zijn gele periode aan te danken hebben, en Ernest Hemingway zou zijn For Whom the Bell Tolls onder invloed van Spaanse absint geschreven hebben.

Enkele andere beroemde absintdrinkers zijn Charles Baudelaire, Guy de Maupassant, Édouard Manet, Oscar Wilde en Paul Verlaine.


Bron : http://www.groenefee.nl/index


Zotte Morgen

de nacht sluipt weg de lucht verbleekt
de schimmen vluchten zwijgend
en aan de verre horizon
begint de zon te stijgen
en daar trekt uit de nevel op
de klaarte van de dageraad
met in zijn schoot geborgen
de zotte morgen

de stad ontwaakt de eerste trein
breekt door de stilte en op zijn
signaal begint de wildedans der dwazen
de mens kruipt uit zijn ledikant
denkt aan zijn werk en met zijn krant
ijlt hij nog halfslaperig door de straten
de wereld herneemt zijn zotte zorgen
het ritme van de zotte morgen

nu kleurt de einder rood en valt
de kou zacht door de ramen
de stilte vlucht voor al't lawaai
dat opstijgt uit de straten
en daar is dan de morgen weer
een schaterlach en elke keer
verdrijft hij zonder schromen
de nacht de dromen

de stad wordt wild en auto's razen
door zijn poorten en de laatste
rust wordt uit zijn schuilhoek gedreven
vogels vluchten vol verdriet
uit zijn torens want hun lied
wordt nu door niemand meer begrepen
mensen lopen naast elkaar
een verre groet een stil gebaar
want alles wordt nu door de tijd gemeten
de wereld herneemt zijn zotte morgen
het ritme van de zotte morgen

maar't land zelf slaapt zijn roes nog uit
diep onder't loof verscholen
hier komt geen mens of geen geluid
d'oneindige rust verstoren
terwijl de stad nu raast en schreeuwt
de morgen zijn bevelen geeft
wordt hier bij't ochtendgloren
de dag geboren

en ook de kinderen en de dwazen
blijven tussen de rozen slapen
ver en veilig geborgen
voor het ritme van de zotte morgen


Jef Vanuytsel

Paris s'éveille

Il est cinq heures...


Je suis le dauphin de la place Dauphine
Et la place Blanche a mauvaise mine
Les camions sont pleins de lait
Les balayeurs sont pleins de balais

Il est cinq heures
Paris s'éveille
Paris s'éveille

Les travestis vont se raser
Les stripteaseuses sont rhabillées
Les traversins sont écrasés
Les amoureux sont fatigués

Il est cinq heures
Paris s'éveille
Paris s'éveille

Le café est dans les tasses
Les cafés nettoient leurs glaces
Et sur le boulevard Montparnasse
La gare n'est plus qu'une carcasse

Il est cinq heures
Paris s'éveille
Paris s'éveille

Les banlieusards sont dans les gares
A la Villette on tranche le lard
Paris by night, regagne les cars
Les boulangers font des bâtards

Il est cinq heures
Paris s'éveille
Paris s'éveille

La tour Eiffel a froid aux pieds
L'Arc de Triomphe est ranimé
Et l'Obélisque est bien dressé
Entre la nuit et la journée

Il est cinq heures
Paris s'éveille
Paris s'éveille

Les journaux sont imprimés
Les ouvriers sont déprimés
Les gens se lèvent, ils sont brimés
C'est l'heure où je vais me coucher

Il est cinq heures
Paris se lève
Il est cinq heures
Je n'ai pas sommeil

Jacques Dutronc

vrijdag 9 november 2007

La Belle Epoque

La Belle Époque is een benaming voor de periode 1890-1914 uit de Franse geschiedenis. De naam werd geboren na de Eerste Wereldoorlog, toen men getraumatiseerd door de slachtingen met nostalgie terugkeek op een schijnbaar gouden tijdperk vóór het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin onbezorgdheid en grote ontdekkingen Frankrijk in de ban hielden.

In de periode 1890-1914 brak in Frankrijk op alle terreinen een élan vital aan, waarin de industrie opbloeide, de techniek grote schreden zette en de cultuur bloeide. Frankrijk voelde zich het middelpunt van de wereld. In 1889 vond in Parijs de wereldtentoonstelling plaats, met de Eiffeltoren als symbool van de technische vooruitgang. De eerste vliegtuigen, de bicyclette, de eerste auto’s en Tour de France deden de aandacht voor techniek en sport toenemen. Daarnaast breidde het koloniale imperium zich uit, zodat Frankrijk zich weer een herboren natie voelde na de nederlaag in de Frans-Pruisische oorlog. Op cultureel gebied vallen de opkomst van de filmindustrie en fotografie op, evenals nieuwe kunstvormen als het impressionisme ( zie illustratie Claude Monet ) en Art Nouveau.

De Belle Époque markeerde tevens het ontstaan van cabaret en de dans can-can, die zeer populair was in de Parijse nachtclub Moulin Rouge. Met de opkomst van nieuwe ontwikkelingen in techniek en wetenschap, ontstond namelijk ook vertwijfeling. De rol van geloof en morele waarden werden in vraag gesteld. Vrijheid leek onbeperkt, en prostitutie, losbandigheid, en verslaving waren niet langer taboe. Voorbeelden hiervan zijn de fascinatie voor o.a. absint, en de aandacht voor het nachtleven in de werken van o.a. Toulouse-Lautrec

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Belle

Chat Noir


Toulouse Lautrec

L'Albatros

Souvent, pour s'amuser, les hommes d'équipage
Prennent des
albatros, vastes oiseaux des mers,
Qui suivent,
indolents compagnons de voyage,
Le navire glissant sur les gouffres amers.

A peine les ont-ils déposés sur les planches,
Que ces rois de l'
azur, maladroits et honteux,
Laissent piteusement leurs grandes ailes blanches
Comme des
avirons traîner à côté d'eux.

Ce voyageur ailé, comme il est gauche et
veule !
Lui, naguère si
Ses ailes de géant l'empêchent de marcher.beau, qu'il est comique et laid !
L'un agace son bec avec un
brûle-gueule,
L'autre mime, en boitant, l'infirme qui volait !

Le Poète est semblable au prince des nuées
Qui hante la tempête et se rit de l'archer ;
Exilé sur le sol au milieu des
huées,


Spleen et Idéal, II - Les fleurs du mal

Beaudelaire


Les fleurs du mal

Baudelaire is het stralende middelpunt van de negentiende-eeuwse poëzie. In zijn roemruchte 'Les fleurs du mal' paart hij de vormvastheid van het classicisme aan de thema's van de zwarte romantiek en heeft hij de bron geslagen voor latere stromingen als decadentisme, symbolisme en modernisme.

'Les fleurs du mal' markeert tevens de overgang van de romantische naar de moderne dichtkunst, het is het laatste klassieke dichtwerk dat algemeen invloed heeft uitgeoefend op de Europese literatuur en beeldende kunsten. En nog is deze invloed herkenbaar. De moderne sensatie immers die Baudelaire heeft beschreven is het karakteristiek geworden van de twintigste-eeuwse mens: verscheurdheid en verveling, zelfpijniging en melancholie, een overheersend besef van verlies. Het zijn enkel de zintuiglijke indrukken, de vluchtige momenten, geuren, een gebaar of een glimp die het verlangen losmaken of de herinnering opwekken aan de schoonheid of het ideaal.


Bron : http://boeken.vpro.nl/boeken


donderdag 8 november 2007

Gewijde van Dampierre


Gewijde van Dampierre (ca. 1226 - Compiègne 7 maart 1305), graaf van Vlaanderen (1278-1305) en markgraaf van Namen (1263-1298), tweede zoon van Willem van Dampierre en Margaretha van Constantinopel, werd na de dood (1251) van zijn oudere broer Willem van Dampierre de erfopvolger in het graafschap Vlaanderen.
Bij de troonsbestijging van Filips IV de Schone (1285) begonnen de moeilijkheden tussen Vlaanderen en Frankrijk. Gwijde zocht steun bij de Engelse koning Eduard I, zegde zijn leentrouw aan de Franse koning op en sloot een militair verbond met Engeland (1297). De openlijke strijd tussen Gwijde en Filips nam hierdoor een aanvang. Vlaanderen werd door de Franse koning bezet (jan.-mei 1300) en nadien geannexeerd. Gwijde gaf zich met zijn oudste twee zonen, Robrecht van Béthune en Willem van Crèvecoeur, gevangen. Deze gebeurtenissen waren mede oorzaak van de Brugse Metten en de Guldensporenslag in 1302. Gwijde overleed in gevangenschap te Compiègne en werd door zijn kinderen begraven in de abdij van Flines.

Bron:http://www.worldexplorer.be/gwijde_van_dampierre.htm

Fragment : De Leeuw van Vlaanderen



De leeuw van Vlaanderen

De Leeuw van Vlaanderen (oorspronkelijk: De Leeuw van Vlaenderen) is een historisch boek geschreven door de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience in 1838. Het boek vertelt het verhaal over de Guldensporenslag in 1302. Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van het boek na het zien van het schilderij De Groeningeslag van Nicaise De Keyser.

In De leeuw van Vlaanderen beschrijft Conscience de Guldensporenslag die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Béthune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Conscience werd vaak verweten dat hij in zijn boek een loopje nam met de geschiedenis. Zo verschijnt Robrecht III van Béthune in het boek als redder van het Vlaamse leger op het slagveld terwijl hij in werkelijkheid in Franse gevangenschap verbleef. Conscience had nochtans een twintigtal historische bronnen geraadpleegd, de plaats van de slag zelf verkend en deskundigen in middeleeuwse geschiedenis om advies gevraagd. Hij liet zich echter misleiden door foutieve informatie die hij in middeleeuwse kronieken aantrof.

Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen kreeg Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in 20ste eeuw en daarna.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Leeuw_van_Vlaanderen

woensdag 7 november 2007

Staircase to heaven ...

The long and winding road ...

.
The long and winding road
That leads to your door
Will never disappear
Ive seen that road before
It always leads me her
Lead me to you door

The wild and windy night
That the rain washed away
Has left a pool of tears
Crying for the day
Why leave me standing here
Let me know the way

Many times Ive been alone
And many times Ive cried
Any way youll never know
The many ways Ive tried

But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door

But still they lead me back
To the long winding road
You left me standing here
A long long time ago
Dont leave me waiting here
Lead me to your door
...

The Beatles

dinsdag 6 november 2007

Odyssea

Een schip vaart uit
Het ploegt de zee
Veld van eindeloos elysee
en zeemansgraf
- slechts charon haalt zijn gram -

Sirenen in het riet
en zwart basalt staketsel
Waar was de was om te voorkomen?

Alleen een meeuw zeilt
- ontieglijk eindeloos -
Dit schip voorbij

Helaas, immer strijkt het zeil


dodenschip

the ferryman of the dead


Charon, in Greek mythology, is the ferryman of the dead. The souls of the deceased are brought to him by Hermes, and Charon ferries them across the river Acheron. He only accepts the dead which are buried or burned with the proper rites, and if they pay him an obolus (coin) for their passage. For that reason a corpse had always an obolus 1 placed under the tongue.Those who cannot afford the passage, or are not admitted by Charon, are doomed to wander on the banks of the Styx for a hundred years. Living persons who wish to go to the underworld need a golden bough obtained from the Cumaean Sibyl. Charon is the son of Erebus and Nyx. He is depicted as an sulky old man, or as a winged demon carrying a double hammer. He is similar to the Etruscan (Charun).

Bron : http://www.pantheon.org/articles/c/charon.html


maandag 5 november 2007

flight of the phoenix ... part 1

Vertrouwen beyond compare…


Kan ik even met je dromen

samen – zomaar overdag - in bed

van ginds ver weg

- geen kinderen vandaag -

- we praten even bij -

tot diep onder het laken geboren

van leven, liefde heel intiem

spontaan tot heel intens

- we houden van elkaar -

en alles wordt ons nu gestolen –

in liefde alles toegedekt

wat niet meer hoeft gezegd in woorden

Ik ken je huid

de plooi die mij verleidt

jij mijn ziel

getormenteerd

In zachte kussens vers gespreid

De dag doet dromen ...