zaterdag 23 februari 2008

Six degrees of separation

In zijn korte verhaal "Ketenen" introduceerde de Hongaarse schrijver Frigyes Karinthy in 1929 voor het eerst de theorie van de “zes graden van scheiding”. Het idee is simpel: tussen twee willekeurig gekozen mensen op de wereld kan een keten gevormd worden die deze twee mensen verbindt door mensen die elkaar kennen. Dus de eerste persoon kent iemand (persoonlijk), die weer iemand kent, enzovoorts, tot we bij de tweede persoon aanbeland zijn. Nu dacht deze schrijver Karinthy dat zo'n keten bij elk willekeurig tweetal uit maximaal 6 personen zou bestaan (dus via 5 tussenpersonen kent iedereen iedereen).

Nu willen we natuurlijk graag weten of het realistisch is om te denken dat iedereen elkaar via 6 stappen kent! Om daar achter te komen moet je de verbanden tussen mensen gaan modelleren. Je gaat dus een algemeen model maken van hoeveel mensen iedereen gemiddeld kent, dus hoe groot zijn of haar vriendenkring is. Vervolgens kun je bekijken hoe groot de “tweede vriendenkring” is, dus hoeveel mensen iemand indirect kent via zijn of haar vrienden. Probeer nu een functie te vinden die in termen van de n beschrijft hoeveel vrienden iemand heeft in zijn n-de vriendenkring. Je wilt dus een functie f(n) vinden. En als de theorie dan klopt, zou dus gemiddeld een zesdegraads vriendenkring de hele wereld moeten bestrijken: f(6)= de wereldpopulatie (die kun je gemakkelijk googelen).

Bron : http://www.rug.nl/fwn/informatievoor/scholieren/betasteunpunt/onderwerp/wiskundeonderwerpen/six%20degrees

vrijdag 22 februari 2008

An inconvenient truth

Regie: Davis Guggenheim
Script en presentatie: Al Gore
100 min. / USA / 2006



Wie ooit ‘The Day After Tomorrow' heeft gezien wist het al lang, en nu komt voormalig vice-president Al Gore het ons bevestigen: het broeikaseffect is niet om mee te lachen. Gore was de rechterhand van Bill Clinton toen die in het Witte Huis zat, maar verloor het presidentschap van de VS aan de twijfelachtige praktijken van George W. Bush in 2000. Sindsdien heeft hij de halve wereld afgereisd als ecokrijger, met een gepassioneerde toespraak over de gevaren van de globale opwarming. Geholpen door een uitgebreide diashow, met statistieken, foto's en filmpjes, probeert hij zijn publiek duidelijk te maken wat de gevolgen kunnen zijn van de steeds toenemende CO2-productie die we veroorzaken. Manhattan dat onder water loopt, zodat enkel de toorts van het vrijheidsbeeld nog net boven de oppervlakte komt, zoals in ‘The Day After Tomorrow'? Zo gek vergezocht blijkt dat beeld niet eens te zijn.

Het discours dat Gore houdt is niet zo nieuw, voor wie de laatste jaren een beetje heeft opgelet. De koolstofdioxide die we met onze industrie en onze wagens de lucht inpompen verhindert de infrarode straling van het zonlicht om de atmosfeer te verlaten - de hitte blijft hangen in plaats van weg te kaatsen, met als gevolg hogere temperaturen op aarde. ‘De warmste tien jaar sinds mensenheugnis vonden allemaal plaats tijdens de laatste veertien jaar,' legt Gore uit. Eén gevolg daarvan is dat de poolkappen smelten, wat rampzalige overstromingen tot gevolg zal hebben. Een ander dat de zeeën opwarmen, wat indirect aanleiding geeft tot orkanen en tropische stormen - we krijgen beelden te zien van de ravage die orkaan Katrina een jaar geleden aanrichtte, een windhoos die gaandeweg toenam in kracht, dankzij de warme oceaantemperaturen. Nog een gevolg is dat de verhoogde hitte het vocht uit de bodem trekt, met desastreuze droogtes in bepaalde delen van Afrika en Zuid-Amerika tot gevolg. Tijdens één van de meest memorabele momenten in Gores betoog, zien we op een wereldkaart hoe verschillende landen worden verzwolgen door het water na het smelten van de ijskappen. India, grote delen van Azië, maar ook Nederland, Florida en New York zullen grotendeels ophouden te bestaan. We zien hoe het groen op de kaart langzaam blauw wordt terwijl Gore ons een beeld aanbiedt dat fascinerend is in al z'n gruwelijkheid: "Beeld je in wat voor chaos enkele duizenden vluchtelingen al betekenen. En beeld je dan in dat je met 100 miljoen vluchtelingen zit."

Voor iedereen die een beetje het nieuws volgt en wil begrijpen, is dit in feite niets nieuws: we weten dat het milieu totaal aan het flippen is (kijk maar naar de zomer die we in 2006 net gehad hebben: een maand stikkende hitte, een maand niets dan regen, gevolgd door nog twee weken hitte) en we weten dat wij ervoor verantwoordelijk zijn. Maar hey, zo'n bezinezuipend slagschip waar tien mensen gemakkelijk in kunnen kamperen rijdt gewoon lekker, dus waarom niet? Oké, we rijden er meestal op ons eentje in, maar toch... Iedereen schijnt te weten dat het radicaal fout aan het lopen is, maar niemand schijnt echt happig te zijn om er iets aan te doen. "Dit is een politieke kwestie," zegt Gore, en je kunt hem moeilijk ongelijk geven. Momenteel is er in de VS een president aan de macht die verkozen werd dankzij de steun van de olielobby - het is geen toeval dat diezelfde president vervolgens grijnzend z'n reet veegt aan de Kyoto-overeenkomst en zijn landgenoten verzekert dat ze absoluut geen schrik moeten hebben om in milieu-onvriendelijke, immens veel verbruikende wagens te blijven rijden. Mensen die beweren dat hij daarmee een o zo kleine fout maakt, worden afgedaan als links-liberale, paniek zaaiende geitenwollensokken. Daar sta je dan, wanneer het grootste, meest vervuilende land ter wereld officieel weigert te erkennen dat er een globale crisis op til staat.

Dat alles wordt door Al Gore uitgelegd op een opvallend heldere, welbespraakte manier. De man stond tijdens de presidentsverkiezingen min of meer bekend als een houten klaas die moeilijk contact kon leggen met een groot publiek, maar hier toont hij zich een overtuigend redenaar. ‘An Inconvenient Truth' is in principe weinig meer dan een registratie van zijn toespraak en slide show, maar de lucide manier waarop Gore zijn betoog levert is voldoende om er tot het einde je aandacht helemaal bij te houden. Hij gebruikt humor met wisselend succes (niet al zijn grapjes komen even goed over), maar hij kent zijn onderwerp overduidelijk door en door en wat hij te zeggen heeft klinkt altijd zinnig, logisch, helder geformuleerd en brandend relevant. Anderhalf uur lang voor een groot projectiescherm staan praten over het klimaat en het milieu zónder je publiek te vervelen, da's een prestatie.

Het zijn de scènes tussendoor die de film toch een beetje aan kracht doen inboeten: op gezette tijden tussen Gores speech krijgen we kortere scènes te zien waarin de eco warrior terug naar zijn ouderlijk huis gaat, herinneringen ophaalt aan het ongeluk dat zijn zoontje ooit had of waarin wordt teruggekeerd naar zijn verkiezingsnederlaag in 2000. Die tussenstukjes zijn duidelijk bedoeld om "de mens Al Gore" naar voren te brengen, zodat de film niet louter een opeensomming van wetenschappelijke feiten wordt. De bedoeling is best, maar in de praktijk kijk je ernaar als een onnodige afleiding van het echte onderwerp.

Wie deze recensie al tot hier heeft gelezen, zal waarschijnlijk geïnteresseerd genoeg zijn om ook te gaan kijken. De traditionele genoegens van een goeie film vind je hier niet: dit is geen hersenloos entertainment, het biedt geen ontspanning, je kunt er niet met je vriendinnetje naartoe om te gaan zitten muilen op de achterste rij, en tenzij je écht een fanatiek zwemmer bent, kan ik me ook niet voorstellen dat je er gelukkig buitenkomt. Wat je wel krijgt, is een intens fascinerende blik op een mogelijke toekomst - één die we nog kunnen vermijden als we daar maar voldoende inzicht en lef voor hebben. ‘An Inconvenient Truth' is een wake up call, zeker voor het slag Amerikanen dat nog steeds denkt dat het terrorisme de grootste bedreiging is die hen parten speelt. Of de prent ook effectief resultaat zal bereiken is een andere vraag, maar niet voor de eerste keer in de laatste jaren, vraag je je na het kijken toch af hoe anders de wereld er nu zou hebben uitgezien als het in 2000 anders was afgelopen, daar in Florida.

Bron : http://www.digg.be/movie.php?id=1166

Global warming


Gemiddelde mondiale temperatuur 1856-2007.

Gemiddelde mondiale temperatuur 1856-2007.

Verandering temperatuur t.o.v. periode 1940-1980.

Verandering temperatuur t.o.v. periode 1940-1980.

De concentratie CO2 is sinds de industriële revolutie explosief toegenomen.

De concentratie CO2 is sinds de industriële revolutie explosief toegenomen.

Activiteit van de zon.

Activiteit van de zon.

Verandering in de stralingsforcering (bijdrage aan het broeikaseffect) tussen 1750 en 2005.

Verandering in de stralingsforcering (bijdrage aan het broeikaseffect) tussen 1750 en 2005.

Bijdrage van verschillende factoren aan de opwarming van de Aarde.

Bijdrage van verschillende factoren aan de opwarming van de Aarde.

Tussen 1900 en 2000 is de zeespiegel 18,5 cm gestegen.

Tussen 1900 en 2000 is de zeespiegel 18,5 cm gestegen.

Gemiddelde temperatuur in De Bilt sinds 1706. Bron: KNMI

Gemiddelde temperatuur in De Bilt sinds 1706. Bron: KNMI

Een verandering van de temperatuur heeft een significante invloed op de broedperiode van de kievit in Friesland.

Een verandering van de temperatuur heeft een significante invloed op de broedperiode van de kievit in Friesland.


De opwarming van de Aarde (ook wel versterkt broeikaseffect of global warming genoemd) beschrijft het fenomeen waarbij een stijging van de gemiddelde temperatuur van de Aarde waargenomen wordt. Sinds het begin van de twintigste eeuw is de gemiddelde temperatuur met ongeveer 0,74°C gestegen. Het is zeer waarschijnlijk dat deze temperatuurstijging wordt veroorzaakt door menselijke activiteiten: door het verbranden van fossiele brandstoffen, ontbossing en bepaalde industriële en landbouwactiviteiten stijgt de concentratie aan broeikasgassen in de aardatmosfeer. Modelberekeningen geven aan dat de temperatuur met 1,4°C tot 6,4°C stijgt tussen 1990 en 2100. Met name temperatuurstijgingen van meer dan 2°C zouden grote veranderingen met zich meebrengen voor mens en milieu, door zeespiegelstijging, toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag en andere effecten.[1]

Stand van de wetenschap

Alle relevante wetenschappelijke artikelen over de opwarming van de Aarde die zijn gepubliceerd tot 2007 worden beschreven in het rapport van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat ingesteld is door de Verenigde Naties om de huidige wetenschappelijke, technische en sociaal-economische kennis aangaande de opwarming van de Aarde te beoordelen en samen te vatten. Om de vijf à zes jaar brengt het IPCC een rapport uit. Het vierde en meest recente rapport is in de loop van 2007 voltooid. Dit rapport stelt dat "het zeer waarschijnlijk is dat het grootste deel van de opwarming van de laatste 50 jaren kan worden toegeschreven aan menselijke activiteit". Tevens stelt dit rapport dat de opwarming van de Aarde "onmiskenbaar" aan de gang is.[1]

Het is ingewikkeld om de precieze temperatuurverandering vast te stellen. Voor 1860 werden temperatuurmetingen niet systematisch uitgevoerd en zijn vanwege het gebrek aan technische hulpmiddelen en de beperkte geografische spreiding onnauwkeurig. Metingen van de historische aardtemperatuur worden daarom gedaan aan de hand van secundaire effecten, zoals de jaarringen van bomen, de ontwikkeling van koraal en de resten van gassen in ijs op Antarctica. Deze afgeleide metingen zijn echter onnauwkeuriger dan de moderne temperatuurmetingen, en dus is het moeilijk vast te stellen of de temperatuur nu significant hoger is dan 1000 jaar geleden.[2] Het is wel duidelijk dat in de afgelopen 100 jaar de temperatuur met zo'n 0,74°C is toegenomen.[1]

Er wordt gebruik gemaakt van modellen die zijn opgesteld om de verdere stijging van de temperatuur en de grootte van de invloed van de mens daarop te bepalen. De klimaatscenario's geven aan dat de temperaturen met 1,4°C tot 6,4°C zullen stijgen tussen 1990 en 2100, vooral afhankelijk van de socio-economische scenario's die de toekomstige broeikasgasemissies berekenen.

  • Voor het zogenaamde "low emission scenario"[3] is de verwachte temperatuurstijging rond 1,8°C ergens tussen 1,4 en 2,9°C.
  • Voor het zogenaamde "high emission scenario"[4] is de verwachte temperatuurstijging 4,0°C ergens tussen 2,4 en 6,4°C.

Verklaringen

Het IPCC concludeert in zijn rapport van 2007 dat de opwarming sinds de industriële revolutie vooral het gevolg is van de uitstoot van broeikasgassen als kooldioxide (CO2) en methaan (CH4). De grootse onzekerheden komen van fijn stof en de invloed van wolken (zie nevenstaande figuur). De concentraties van die gassen in de atmosfeer zijn momenteel de hoogste in minstens 650.000 jaar. De toename is grotendeels het gevolg van menselijk handelen, vooral verbranding van fossiele brandstoffen (inclusief de onbedoelde kolenbranden in China), productie van cement en glas, maar ook door landbouw, veeteelt en verandering van landgebruik, vooral ontbossing. Er zijn ook andere bijdragen aan de opwarming, zoals geologische cycli, zonne-activiteit en vulkanisme, maar deze zijn relatief (zeer) klein.[1] De emissies van CO2 door vulkanen zijn veel lager dan antropogene emissies[5] en het aantal zonnevlekken correleert sinds 1950 redelijk met temperatuurfluctuaties, maar in de eerste helft van de 20ste eeuw is juist sprake van een anticorrelatie.[6][7]

Er zijn wetenschappers die kritiek hebben op deze conclusies. Zij stellen bijvoorbeeld dat het IPCC data verkeerd interpreteert, de aarde helemaal niet opwarmt, dat de oorzaak niet goed aan te duiden is, dat de onzekerheden veel groter zijn dan dat het IPCC aangeeft, of dat de zon een belangrijke rol speelt. Geen van de geopperde alternatieve verklaringen voor de opwarming van de Aarde[8] is tot nu in staat geweest de gemeten temperatuurstijging sinds 1900 te verklaren. Geoloog Salomon Kroonenberg relativeert de IPCC-conclusies, omdat volgens hem over 10.000 jaar het interglaciaal afloopt en de aarde dan sowieso weer afkoelt. Hij stelt dat we beter kunnen investeren in hogere dijken dan in het terugdringen van broeikasgasemissies. Zie de links-sectie voor een verwijzing naar een samenvatting van de controverse rondom de opwarming van de Aarde.

Verwachte effecten

De belangrijkste gevolgen van klimaatverandering (opwarming) zijn in laaggelegen tropische en droge tropische gebieden, en vooral in de poolgebieden nu al zichtbaar. Met name ontwikkelingslanden zijn kwetsbaar voor klimaatverandering, omdat zij minder mogelijkheden hebben voor adaptatie. In de komende 50 à 100 jaar treden de volgende verschijnselen op:[1]

  • Stijging van het zeeniveau (over de vorige eeuw geschat op 1 à 2 mm per jaar, 3 mm per jaar sinds 1992). Het aantal mensen dat getroffen wordt door overstromingen toenemen van 13 naar 94 miljoen per jaar;
  • Afname in landbouw productiviteit: dit wordt verwacht in gebieden waar droogte door klimaatverandering toeneemt, zoals in het Midden-Oosten en India;
  • Toename van extreme weersomstandigheden en verandering van neerslagpatronen. In Nederland verwacht het KNMI een toename van de neerslag in de winter, wat gevolgen heeft voor de waterafvoer van infrastructuur en riolering;
  • Verspreiding van ziekten zoals malaria;
  • Aantasting van ecosystemen: klimaatverandering gaat samen met de verschuiving van klimaatzones. De biodiversiteit op Aarde verandert: soorten die in koudere gebieden beter gedijen zullen in aantal afnemen bij opwarming en soorten die warmere klimaten prefereren zullen in aantal afnemen bij afkoeling. Biomen, specifieke geografische gebieden met karakteristieke soorten, zullen van plaats of van grootte veranderen.[9] Sommige planten en dieren kunnen zich niet snel genoeg aanpassen, waardoor ze met uitsterven worden bedreigd.
  • Klimaatverandering kan op een aantal plaatsen leiden tot meer droogte, wat kan leiden tot meer bosbranden en woestijnvorming.;
  • Zoetwatertekort: een groot gedeelte van de wereldbevolking leeft in landen waar een tekort is aan schoon drinkwater. Klimaatverandering kan het watertekort in diverse regio's, zoals het Midden-Oosten, de Sahel en Australië, groter maken; Voor andere gebieden kan er een gunstig effect optreden: in sommige klimaatscenario's wordt in Noord Afrika een toename van neerslag voorspeld.
  • Vernietiging van het koraalrif, al is dit technisch gezien een rechtstreeks gevolg van de toename van CO2 en de daarmee samenhangende verzuring van het zeewater;
  • Opwarming van de Noordelijke IJszee waardoor er minder Krill hierin kan leven met als gevolg dat de populatie van Blauwe vinvis terugloopt. Het ijs op de noordpool zal verwijnen in de zomer, waarschijnlijk voor 2050, mogelijk al in 2013;[10][11]
  • Het terugtrekken van gletsjers en het verdwijnen van skigebieden;
  • Afname van de ozonlaag.

Er zijn ook mogelijke positieve effecten, zoals een verhoging van de productiviteit in de landbouw in bepaalde gebieden. Door terugtrekking van ijs komen natuurlijke grondstoffen bij de polen vrij voor ontginning. De Noordwestelijke Doorvaart in Canada komt in de toekomst vrij, waardoor schepen aan de noordkant om het Amerikaanse continent kunnen varen. De verwachte gemiddelde toename van neerslag kan zowel negatieve als positieve gevolgen voor de leefomgeving tot gevolg hebben.

Nederland en België

Hoewel ontwikkelingslanden het meest kwetsbaar zijn, zullen ook Nederland en België te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering. Het KNMI heeft in 2006 vier klimaatscenario's opgesteld. De G-scenario's (G van gematigd) gaan uit van 1°C toename van de gemiddelde temperatuur in 2050 ten opzichte van 1990, en de W-scenario's (W van warm) van 2°C. Klimaatmodellen zijn niet eenduidig over de windrichting in het toekomstig klimaat in noordwest Europa. Sommige voorzien een verandering van de overheersende windrichting. Daarmee is rekening gehouden in de G+ en W+ scenario's. In deze '+'-scenario's zijn de winters natter en de zomers droger.[12]

Een toename van neerslag zal ook gevolgen hebben voor de rivieren. De Rijn kan veranderen van een smeltwaterrivier in een regenrivier met hogere piekafvoeren. Deze rivier zal dan ’s winters meer en zomers juist minder water afvoeren. Om schade te voorkomen moet het ruimtegebruik daarop worden afgestemd. Verder heeft de stijging van de zeespiegel niet alleen gevolgen voor de kustbescherming, maar ook voor de landbouw (verzilting) en voor de Waddenzee.

Ecosystemen veranderen omdat door de veranderende externe omstandigheden bepaalde dier- en plantensoorten zich beter, of juist minder goed, kunnen handhaven. Een toename van uitheemse dier- en plantensoorten (exoten) valt te verwachten, voorbeelden hiervan zijn de eikenprocessierups en de wespspin.

De noordpool tussen 1990 en 1999

Het onderstaande filmpje (links) en de beide plaatjes laten de ontwikkeling van het ijs zien op de noordpool. Door seizoensinvloeden verandert het ijsoppervlak voortdurend: in de winter neemt het ijsoppervlak toe en in de zomer smelt een groot deel weer weg. De trend is dat het ijsoppervlak in de zomer steeds kleiner wordt. Het landijs op Groenland is slecht zichtbaar en wordt niet zichtbaar beïnvloed op het filmpje.



Opwarming van de Aarde


Maatregelen tegen de opwarming van de Aarde

Deelnemers (in groen) aan het Kyotoprotocol in 2005.

Deelnemers (in groen) aan het Kyotoprotocol in 2005.

Het meest recente rapport van de IPCC stelt, dat het wenselijk is, te zorgen dat de opwarming van de Aarde beperkt blijft tot zo'n 2°C. Hierboven kunnen ernstige problemen ontstaan, zoals het smelten van de ijskap op Groenland, tekorten aan water voor miljarden en een aantasting van de mondiale voedselproductie. Hiervoor zou de uitstoot van broeikasgassen in 2050 teruggebracht moeten worden tot 15% van de huidige uitstoot. Bij een evenwichtige verdeling over de wereldbevolking, aangenomen dat die niet zou stijgen, komt dit neer op 0,537 ton CO2 per persoon per jaar. Dit zou betekenen, dat Nederland zijn uitstoot met 96,8% moet terugbrengen. Het is duidelijk dat hier een behoorlijke omwenteling voor nodig is. In de politiek worden lagere doelen gesteld dan de vermindering die volgens het IPCC nodig is.

In 1992 werd in Rio de Janeiro het "Raamverdrag Klimaatverandering" van de Verenigde Naties gesloten, meestal genoemd het "Klimaatverdrag". De doelstelling hiervan is: "het stabiliseren van de concentratie broeikasgassen in de dampkring op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen." Nederland is één van de 177 landen die in de eerste helft van de jaren negentig het Klimaatverdrag hebben goedgekeurd.

Het Kyotoprotocol werd in 1997 aangenomen als aanvulling op het Klimaatverdrag. Industrielanden hebben afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008 - 2012 gemiddeld met 5 procent te verminderen ten opzichte van het niveau in 1990. Per land gelden andere verminderingspercentages. De vermindering geldt voor de gassen kooldioxide (CO2), dat bij verbranding van fossiele brandstof als kolen, aardolie en aardgas en ook biobrandstof als hout, methanol en biodiesel vrijkomt, methaan (CH4) dat bij veeteelt vrijkomt, stikstofdioxide (NO2) dat bij verbranding op hoge temperatuur in auto's en in branders ontstaat en een aantal fluorverbindingen zoals (HFK's, PFK's en SF6) die gebruikt worden ik koelkasten, diepvriezers, airconditioning, spuitbussen en elektrische apparatuur.

Nederland heeft het Kyotoprotocol goedgekeurd in 2002[13]. Instemming van andere industrielanden buiten de Europese Unie was nodig om het Kyotoprotocol in werking te laten treden. Dit gebeurde 3 maanden nadat tenminste 55 landen het protocol hadden ondertekend die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ten minste 55 procent van de totale CO2-uitstoot van de industrielanden in 1992. Op 16 februari 2005 om 05:00 GMT (90 dagen na de ondertekening door Rusland) is het Kyoto-protocol officieel in werking getreden. Dit betekent voor Nederland dat het nu verplicht is om, in de periode 2008 - 2012, 6 procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990. Deze verminderingsverplichting is vastgelegd in de Uitvoeringsnota klimaatbeleid (2000). De Nederlandse overheid heeft diverse stimuleringsregelingen geïntroduceerd om deze doelstelling te bereiken.

Voor België geldt een verminderingsverplichting van 7,5 procent.

Het Kyotoprotocol voorziet wel in een emissiehandel. Industriële landen als Nederland en België mogen in plaats van hun eigen uitstoot te verminderen ook geld geven aan andere landen die onder hun toegestane uitstoot blijven. Dit wordt omschreven als "schone lucht kopen".

Australië en de Verenigde Staten hebben het Kyoto-protocol wel ondertekend, maar niet geratificeerd, en zullen zich er dus niet aan houden. Landen als China en India doen wel mee, maar het protocol heeft voor hen geen sterke verplichting voor een vermindering. Inmiddels heeft ook Australië het Kyoto-protocol ondertekend.

De landen die zijn aangesloten bij het Kyoto-protocol weten dat deze vermindering pas een eerste begin is: de wereldwijde uitstoot zal uiteindelijk met zo'n 60% omlaag moeten. De Europese Unie heeft het voortouw genomen en in maart 2007 afgesproken de uitstoot met nog eens 20% te verminderen in 2020, en mogelijk met 30% als andere landen, zoals de VS, meedoen. Eind 2006 en begin 2007 hebben de Verenigde Staten uiteindelijk ook publiekelijk erkend te zullen moeten gaan werken aan het minder belasten van het milieu en het minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Waarschijnlijk heeft de documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore bijgedragen aan de toename van het klimaatbewustzijn van de samenleving.

In 2007 is onder leiding van de Verenigde Naties een conferentie gehouden over het klimaat in Bali, Indonesië. Doel hiervan was voor de wereld om een vervolg op het Kyoto-protocol uit te werken. Deze klimaatconferentie is niet geheel mislukt, maar was ook geen succes. Er is vastgesteld dat een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen noodzakelijk is. Er zijn echter geen concrete doelen of data afgesproken. De bedoeling is dat er wordt gewerkt naar een nieuw klimaatverdrag in 2009. Een conferentie in Honolulu, die buiten de VN om door de Verenigde Staten waren georganiseerd, leidde begin 2008 niet tot bindende afspraken.

Het effect van maatregelen wordt in ernstige mate verminderd door de economische groei in opkomende economieën, zoals China en India. Door de toegenomen vraag naar energie in deze landen neemt ook de uitstoot van broeikasgassen toe. Bovendien zijn de nieuwe energiecentrales hier in veel gevallen kolencentrales, die een hogere uitstoot hebben dan centrales die werken op bijvoorbeeld gas of kernenergie. Politiek gezien is de situatie ook zeer lastig doordat de uitstoot per hoofd van de bevolking in China nog altijd bijna 3 keer zo laag ligt als in Nederland.[14]

Zelfs als vergaande uitstootverminderingen plaatsvinden zal het klimaat toch veranderen. Naast uitstootverminderingsbeleid is er daarom ook adaptatiebeleid nodig.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Opwarming_van_de_Aarde


donderdag 21 februari 2008

De ark

1 Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.

2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

3 Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.

4 Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.

5 En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.

6 Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.

schilderij van Jan Brueghel de Oudere: De dieren gaan aan boord van de Ark van Noach

7 Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.

8 Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,

9 Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.

10 En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.

11 In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op den zeventienden dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.

12 En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.

13 Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;

14 Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.

15 En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.

16 En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.


17 En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.

18 En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.

19 En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den gansen hemel zijn, bedekt werden.

20 Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.

21 En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.

22 Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.

23 Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.

24 En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.



Bron : http://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/7.html

woensdag 20 februari 2008

A brief history of time


This book was the first of Hawking's that I read, and still my favourite. If you haven't read it yet, I heartily recommend it. Below is the flap cover text from the hardback:Stephen W. Hawking has achieved international prominence as one of the great minds of the twentieth century. Now, for the first time, he has written a popul ar work exploring the outer limits of our knowledge of astrophysics and the nature of time and the universe.


The result is a truly enlightening book: a classic introduction to today's most important scientific ideas about the cosmos, and a unique opportunity to experience the intellect of one of the most imaginative, influential thinkers of our age.

From the vantage point of the wheelchair where he has spent the last twenty years trapped by Lou Gehrig's disease, Professor Hawking himself has transformed our view of the universe. His groundbreaking research into black holes offers clues to that elusive moment when the universe was born. Now, in the incisive style which is his trademark, Professor Hawking shows us how mankind's "world picture" has evolved from the time of Aristotle through the 1915 breakthrough of Albert Einstein, to the exciting ideas of today's prominent young physicists.

Was there a beginning of time? Will there be an end? Is the universe infinite? or does it have boundaries? With these fundamental questions in mind, Hawking reviews the great theories of the cosmos -- and all the puzzles, paradoxes and contradictions still unresolved. With great care he explains Galileo's and Newton's discoveries. Next he takes us step-by-step throught Einstein's general theory of relativity (which concerns the extraordinarily vast) and then moves on to the other great theory of our century, quantum mechanics (which concerns the extraordinarily tiny). And last, he expores the worldwide effort to combin the two into a single quantum theory of gravity, the unified theory, which should resolve all the mysteries left unsolved -- and he tells why he believes that momentous discovery is not far off.

Professor Hawking also travels into the exotic realms of deep space, distant galaxies, black holes, quarks, GUTs, particles with "flavors" and "spin, " antimatter, the "arrows of time" -- and intrigues us with their unexpected implications. He reveals the unsettling possibilities of time running backward when an expanding universe collapses, a universe with as many as eleven dimensions, a theory of a "no boundary" universe that may replace the big bang theory and a God who may be increasingly fenced in by the new discoveries -- who may be the prime mover in the creation of it all.

A BRIEF HISTORY OF TIME is a landmark book written for those of us who prefer words to equations. Told by an extraordinary contributor to the ideas of humankind, this is the story of the ultimate quest for knowledge, the ongoing search for the secrets at the heart of time and space.

Includes a great introduction by Carl Sagan.




Bron : http://www.psyclops.com/hawking/


dinsdag 19 februari 2008

Stephen Hawking

Stephen Hawking is een Brits wis- en natuurkundige. Ondanks het feit dat hij verlamd is en communiceert via een spraakcomputer, wordt hij beschouwd als een van de grootste wetenschappers van de twintigste eeuw. Zo is Hawking de ontdekker van de hawkingstraling die ervoor zorgt dat zwarte gaten uiteindelijk verdampen. Bij het grote publiek is hij echter bekend als de schrijver van 'A brief history of Time', zijn bestseller. Dit populair weteschappelijk boek werd in tientallen talen vertaald en werd miljoenen keren verkocht.

Hawking

Hawkings leven

Stephen Hawking werd geboren op 8 januari 1942, precies 300 jaar na de sterfdag van de bekende natuurkundige Galileo Galilei. Zijn ouders, Frank Hawking en Isobel, woonden oorspronkelijk in het Noorden van Londen maar door de bombardementen tijdens de twee wereldoorlog moesten ze verhuizen naar Oxford. Dit komt omdat de Engelsen een akkoord hadden gesloten met de Duitsers om Oxford (en enkele andere steden) niet te bombarderen als de Engelsen op hun beurt ook enkele Duitse steden spaarden. Stephens moeder keerde terug naar Londen toen hij slechts twee weken oud was. In 1950 vond Hawkings vader een nieuwe job aan het Instituut voor Medisch Onderzoek in Mill Hill. Hierdoor verhuisde het hele gezien naar Saint Albans.

Oorspronkelijk ging Stephen Hawking naar een meisjesschool, waar ook jongens geaccepteerd werd. Enkele jaren later veranderde hij van school, deze keer ging hij naar een jongensschool. Zijn vader wou persee dat de jonge Stephen ging studeren aan het Westminster Publicer School, aangezien dat een school met een hoog aanzien was. Dit kon echter niet doorgaan omdat Stephen ziek werd tijdens de examens. Daarom moest hij verder studeren in de school, waar hij trouwens niet echt populair was. Deze meeste vonden die magere jongen maar een vreemde kerel. Hij luisterde naar klassieke muziek en niet naar pop, hij bedacht zeer complexe bordspellen, hij was geïnteresseerd in de wis- en natuurkunde. Hierdoor had Stephen Hawking maar een paar vrienden gedurende zijn jeugd.

Na zijn middelbare studies ging Stephen Hawking studeren in Oxford. Oorspronkelijk wilde Frank Hawking dat hij geneeskunde ging studeren, net als zijn vader. Stephen zag dit helemaal niet zitten dus zochten ze voor een compromis. Uiteindelijk werd dit chemie, gecombineerd met wis- en natuurkunde. Hij deed als 17-jarige student het ingangsexamen aan de universiteit waar hij makkelijk in slaagde. In die tijd stelde de natuurkundecursus in Oxford niet veel voor (zo zegt hij zelf), dus moestten Stephen en zijn medestudenten niet hard werken voor hoge punten. Na zijn studies in Oxford ging Stephen Hawking werken in Cambridge, bij het departement toegepaste wiskunde. Hij kwam daar onder de hoede van Dennis Sciama, hoewel dit niet Hawkings eerste keuze was. Oorspronkelijk had hij liever Fred Hoyle gehad, vader van de Steady State-theorie (de tegenhanger van de oerknaltheorie). Uiteindelijk bleek Sciama geen slechte keuze te zijn, aangezien Hoyle bijna constant in het buitenland verbleef en zo dus weinig aandacht kon besteden aan zijn studenten.

Stephen Hawking trouwde in het jaar 1963 met Jane Wilde. In 1967 werd hun eerste zoon geboren Robert, en in 1970 kwam er nog een dochtertje bij, Lucy. Hun tweede zoon, Timothy, werd geboren in het jaar 1979. Nadat Hawking zijn doctoraat behaalde werd hem een beurs aangeboden om te gaan werken als onderzoeker in Caius, Cambridge. In 1977 werd hij professor 'Gravitationele natuurkunde' en later ook Lucasian professor in de Wiskunde. Deze laatste titel had ook Isaac Newton, de ontdekker van onder andere de zwaartekrachtstheorie.

Ziekte

Tijdens Stephen Hawkings laatste dagen in Oxford merkte hij dat hij steeds onhandiger begon te worden. Op een bepaald moment viel hij zelfs gewoon van de trap. Hierna ging hij naar een huisdokter, maar deze vond niets abnormaal. De dokter zond hem door naar een ziekenhuis waar hij twee weken lang grondig werd onderzocht. Uiteindelijk -vonden de dokters het probleem, Stephen leed aan Amytrofe Laterale Sclerose (ALS), ook wel bekend onder de naam Lou Gehrich-syndroom. Dit is een ongeneeslijke ziekte die zenuwcellen aantast zodat heel het lichaam verlamd geraakt. Gelukkig is er één ding dat niet wordt aangetast, namelijk de hersenen.

Tegen het einde van zijn studies in Oxford liep Stephen reeds rond met een wandelstok. Iets later belandde hij ook in een rolstoel. Daardoor moestten hij en zijn vrouw Jane verhuizen naar een flat zonder trappen, aangezien Stephen deze niet meer kon gebruiken. Tot 1979 slaagde Jane Hawking er in om Stephen te verzorgen, maar daarna moest er een verpleegster worden ingehuurd.
Tijdens een natuurkundige congres in Genève, in 1985, liep Stephen een longonsteking op. Hierdoor moest er een snede worden gemaakt in zijn luchtpijp. na deze ingreep moest hij met machines in leven worden gehouden èn was hij zijn stem kwijt. De verantwoordelijke artsen raadden Jane aan om Stephen te laten sterven, maar dit weigerede ze. Uiteindelijk kwamen ze door deze lange, moeizame periode maar hij kon op geen enkele vlotte manier communiceren. De engiste manier was door zijn wenkbrouwen te bewegen wanneer Jane (of iemand anders) de juiste letter aanwees op een bord.

Toen een zekere Walt Woltosz hoorde van Stephens problemen stuurde hij hem een computerprogramma op waarmee hij kon schrijven door zijn ogen te bewegen. Deze woorden kon hij laten uitspreken door een spraakcomputer, met een licht Amerikaans accent. 'A brief history of Time' is onder andere met deze computer geschreven. In 1990 schiedden Stephen Hawking en Jane, omdat ze de druk van het verzorgen niet meer aan kon. Vijf jaar later, in 1995, hertrouwde Stephen met Elaine Mason. Momenteel heeft Stephen 24 uur per dag verzorging nodig, maar ondanks dit alles wordt hij nog steeds beschouwd als een van de grootste natuurkundigen aller tijden.

Wetenschappelijk werk

Stephen Hawking, gespecialiseerd in gravitationele natuurkunde, is een export op het gebied van zwarte gaten, ook wel singulariteiten genoemd. Het fenomeen singulariteit volgde al snel uit de algemene relativiteitstheorie, maar velen beschouwden het als een onrealistisch neveneffect. Het was Hawking, samen met de wiskundige Roger Penrose, die de wetenschappelijke wereld van het bestaan van singulariteiten kon overtuigen. Zo ontdekten Hawking en Penrose samen dat de oerknal, onvermijdelijk, gepaard ging met een singulariteit. Een andere belangrijke ontdekking was de zogenaamde hawkingstraling, veroorzaakt door virtuele deeltjes. Deze zorgen ervoor dat zwarte gaten langzaam massa verliezen of 'verdampen'.

Bij 'het gewone volk' is Stephen Hawking bekend als auteur van de bestseller 'a brief history of time' waarin hij de toenmalige stand van zaken in de natuurkunde beschreef. Dit boek werd in tientallen talen vertaald en werd miljoenen keren verkocht. Enkele jaren geleden schreef Hawking een vervolg, 'The universe in a nutshell', waarin hij de moelijkere aspecten van a brief history of time verduidelijkt (waaronder de relativiteitstheorieën).


Bron http://www.spacepage.be/content/view/2089/186/

maandag 18 februari 2008

Grootste Belg

Mercator tekende kaarten. Brel bezeilde de wereldzeeën. Pater Damiaan verzorgde de melaatsen. Brel bezong les amputés du coeur. Paul Jansen vond medicijnen uit. Brel vloog de zieken naar het ziekenhuis. Conscience schreef De leeuw van Vlaanderen. Brel schreef Le plat pays. Daens vocht voor algemeen meervoudig stemrecht. Brel ging windmolens te lijf. Vesalius ontleedde het lichaam. Brel tekende de ziel. Ambiorix verdedigde Vlaanderen tegen de Romeinen. Brel veroverde Parijs op de Fransen. Merckx won de Tour. Brel gaf 300 concerten op een jaar op 4 pakjes per dag. Rubens schilderde vrouwen. Brel baisait.

Jacques BrelEr kan er maar een de grootste zijn. Ik zou dan kunnen zeggen: laat het díe Belg zijn die zijn meesterwerk op één long heeft volgezongen omdat hij de andere in rook had laten opgaan. Of: laat het die Belg zijn die het Franse chanson vernieuwd heeft. Laat díe Belg winnen die ambras kreeg met de Flaminganten. Die de Brusselse Bourgeoisie en daarmee zichzelf uitlachte. Laat 't de Belg zijn die zich naast Gauguin liet begraven. Laat het de man zijn wier laatste minnares en eerste vrouw mekaar snikkend in de armen vielen bij zijn dood. Laat het de performer zijn die voor elk optreden overgaf van de zenuwen, maar dan wel de Olympia op de knieën kreeg.

Zo kan ik u nog wel meer vertellen over Brel.

Ik zou dan bijvoorbeeld ook zeggen: laat het de sukkel zijn van Les Bonbons. De romanticus van Ne me quitte pas. De krachtpatser van Le port d'Amsterdam. De vriend van Jef. De dromer van L'homme de la Mancha. Het jongetje van Mon père disait.
“En zo heeft hij er nog een paar honderd geschreven,” zou ik daar dan nonchalant aan kunnen toevoegen — en ik zou niet eens liegen.

Laat mij eenvoudig volstaan met te zeggen dat Brel de schrijver is van Orly. En dat hij de enige was die het nog kon zingen ook.

Orly

Jacques Brel

Ils sont plus de deux mille
Et je ne vois qu`eux deux
La pluie les a soudés
Semble-t-il l`un à l`autre
Ils sont plus de deux mille
Et je ne vois qu`eux deux
Et je les sais qui parlent
Il doit lui dire: je t`aime
Elle doit lui dire: je t`aime
Je crois qu`ils sont en train
De ne rien se promettre
C`est deux-là sont trop maigres
Pour être malhonnêtes

Ils sont plus de deux mille
Et je ne vois qu`eux deux
Et brusquement ils pleurent
Ils pleurent à gros bouillons
Tout entourésqu`ils sont
D`adipeux en sueur
Et de bouffeurs d`espoir
Qui les montrent du nez
Mais ces deux déchirés
Superbes de chagrin
Abandonnent aux chiens
L`exploir de les juger

Mais la vie ne fait pas de cadeau!
Et nom de dieu!
C`est triste Orly le dimanche
Avec ou sans Bécaud

Et maintenant ils pleurent
Je veux dire tous les deux
Tout à l`heure c`était lui
Lorsque je disais il
Tout encastrés qu`ils sont
Ils n`entendent plus rien
Que les sanglots de l`autre
Et puis infiniment
Comme deux corps qui prient
Infiniment lentement ces deux corps
Se séparent et en se séparant
Ces deux corps se déchirent
Et je vous jure qu`ils crient
Et puis ils se reprennent
Redeviennent un seul
Redeviennent le feu
Et puis se redéchirent
Se tiennent par les yeux
Et puis en reculant
Comme la mer se retire
Ils consomment l`adieu
Ils bavent quelques mots
Agitent une vague main
Et brusquement ils fuient
Fuient sans se retourner
Et puis il disparaît
Bouffé par l`escalier

La vie ne fait pas de cadeau!
Et nom de dieu!
C`est triste Orly le dimanche
Avec ou sans Bécaud

Et puis il disparaît
Bouffé par l`escalier
Et elle elle reste là
Coeur en croix bouche ouverte
Sans un cri sans un mot
Elle connaît sa mort
Elle vient de la croiser
Voilà qu`elle se retourne
Et se retourne encore
Ses bras vont jusqu`a terre
Ça y est elle a mille ans
La porte est refermée
La voilà sans lumière
Elle tourne sur elle-même
Et déjà elle sait
Qu`elle tournera toujours
Elle a perdu des hommes
Mais là elle perd l`amour
L`amour le lui a dit
Revoilà l`inutile
Elle vivra ses projets
Qui ne feront qu`attendre
La revoilà fragile
Avant que d`être à vendre
Je suis là je le suis
Je n`ose rien pour elle
Que la foule grignote
Comme un quelconque fruit

Omdat de meester het zelf toch zoveel beter zegt.


Bron :http://druppels.be/oudedruppels/2005/11/jacques_brel_de_grootste_belg.shtml


zondag 17 februari 2008

Le plat pays












Jacques Brel
LE PLAT PAYS
1962



Avec la mer du Nord pour dernier terrain vague
Et des vagues de dunes pour arrêter les vagues
Et de vagues rochers que les marées dépassent
Et qui ont à jamais le coeur à marée basse
Avec infiniment de brumes à venir
Avec le vent de l'est écoutez-le tenir
Le plat pays qui est le mien

Avec des cathédrales pour uniques montagnes
Et de noirs clochers comme mâts de cocagne
Où des diables en pierre décrochent les nuages
Avec le fil des jours pour unique voyage
Et des chemins de pluies pour unique bonsoir
Avec le vent d'ouest écoutez-le vouloir
Le plat pays qui est le mien

Avec un ciel si bas qu'un canal s'est perdu
Avec un ciel si bas qu'il fait l'humilité
Avec un ciel si gris qu'un canal s'est pendu
Avec un ciel si gris qu'il faut lui pardonner
Avec le vent du nord qui vient s'écarteler
Avec le vent du nord écoutez-le craquer
Le plat pays qui est le mien

Avec de l'Italie qui descendrait l'Escaut
Avec Frida la blonde quand elle devient Margot
Quand les fils de novembre nous reviennent en mai
Quand la plaine est fumante et tremble sous juillet
Quand le vent est au rire quand le vent est au blé
Quand le vent est au sud écoutez-le chanter
Le plat pays qui est le mien.

Herfsttij der middeleeuwen - Huizinga

.


Hoofdstuk II, DE ZUCHT NAAR SCHOONER LEVEN

Iedere tijd smacht naar een schoonere wereld. Hoe dieper de wanhoop en verslagenheid over het verwarde heden, des te inniger dat smachten. In het laatst der middeleeuwen is de grondtoon van het leven die van bittere zwaarmoedigheid. De toon van moedige levensvreugde en van het vertrouwen in kracht tot groote daden, zooals die klinkt door de geschiedenis der Renaissance en door die der Verlichting, wordt in de Fransch-Bourgondische sfeer der vijftiende eeuw nauwelijks gehoord. Is die samenleving dan werkelijk ongelukkiger geweest dan andere? Men zou het soms gelooven. Waar men zoekt in de overlevering van dien tijd: de geschiedschrijvers, de dichters, de sermoenen en godsdienstige tractaten, en evengoed de oorkonden, er is haast niet anders in bezonken dan de herinnering aan twist, haat en boosaardigheid, hebzucht, woestheid en ellende. Men vraagt zich af: heeft die tijd geen andere vreugden gekend dan die uit wreedheid, hoogmoed en onmatigheid, is daar nergens zachte blijdschap en rustig levensgeluk? Het is waar, elke tijd laat in de overlevering meer sporen na van zijn leed dan van zijn geluk. Het zijn de rampen, die historie worden. Een onberedeneerde overtuiging zegt ons, dat de som van alle levensgeluk en blijde vreugde en zoete rust, welke den menschen ooit beschoren is, in het eene tijdperk niet veel kan verschillen van het andere. En de glans van het laat-middeleeuwsche geluk is ook niet geheel vergaan: het herleeft nog in het volkslied, in de muziek, in de stille verschieten van het landschap en de ernstige aangezichten van het portret.

Doch hier is het verschil: terwijl de achttiende eeuw en de Renaissance de geluksstemming ook jubelend hebben uitgesproken, en het leven en de wereld luid hebben geprezen, ziet de Bourgondische tijd, zich zelf en de wereld beschouwend, schier enkel leed en vertwijfeling. Neem als de uiting van het Renaissance-gevoel Ulrich von Hutten's enthousiasten uitroep: O saeculum, o literae! juvat vivere! Of wel deze enkele regels van Poliziano, waarin de heerlijkheid van christelijk geloof en heidensch geluk in één jubeltoon samensmelten:

"Vergine rilucente
Per te sola si sente
Quanto bene è nel mondo"64.

Die stemming is aan het Fransche leven van de veertiende en vijftiende eeuw nog vreemd. Het zijn niet alleen zij, die zich voorgoed van de wereld hebben afgewend, maar de kroniekschrijvers en modedichters der hoven, die altijd weer de afgeleefdheid der wereld beklagen en vertwijfelen aan vrede en gerechtigheid. Niemand heeft zoo eindeloos de klacht herhaald, dat alle goede dingen de wereld verlaten hebben, als Eustache Deschamps.

"Temps de doleur et de temptacion,
Aages de plour, d'envie et de tourment,
Temps de langour et de dampnacion,
Aages meneur près du definement,

Temps plains d'orreur qui tout fait faussement,
Aages menteur, plain d'orgueil et d'envie,
Temps sanz honeur et sanz vray jugement,
Aage en tristour qui abrege la vie"65.

In dien toon heeft hij zijn balladen bij tientallen gedicht, eentonige, matte variaties op één dof thema. Er moet toch wel een sterke zwaarmoedigheid onder de hoogere standen hebben geheerscht, dat de adel zijn brooddichter dat geluid zoo dikwijls deed herhalen.

"Toute léesse deffaut,
Tous cueurs ont prins par assaut
Tristesse et merencolie"66.

Jean Meschinot zingt drie kwart eeuw later dan Deschamps nog in volkomen denzelfden toon.

"O miserable et très dolente vie!...
La guerre avons, mortalité, famine;
Le froid, le chaud, le jour, la nuit nous mine;
Puces, cirons et tant d'autre vermine
Nous guerroyent. Bref, miserere domine
Noz meschans corps, dont le vivre est très court."

Ook deze spreekt steeds weer de bittere overtuiging uit, dat alles slecht gaat in de wereld: gerechtigheid is zoek, de grooten plunderen de kleinen, en de kleinen elkander. Zijn hypochondrie brengt hem zelfs, naar zijn zeggen, tot den rand van den zelfmoord. Hij beschrijft zich zelf:

"Et je, le pouvre escrivain,
Au cueur triste, faible et vain,
Voyant de chascun le dueil,
Soucy me tient en sa main;
Toujours les larmes à l'oeil,
Rien fors mourir je ne vueil"67.

Alle uitingen van de levensstemming der aanzienlijken bevestigen de sentimenteele behoefte aan een zwarten dos der ziel. Bijna iedereen komt getuigen, dat hij niets dan ellende heeft gezien, en dat nog erger te wachten staat, dat hij den afgelegden levensweg niet zou willen teruggaan. "Moi douloreux homme, né en eclipse de ténèbres es espesses bruynes de lamentation", aldus dient Chastellain zich aan68. "Tant a souffert La Marche" heeft de hofpoëet en kroniekschrijver van Karel den Stoute zich tot devies gekozen; een bitteren smaak vindt hij aan 't leven, en zijn portret vertoont ons die morose trekken, welke op zooveel beeltenissen van dien tijd onzen blik boeien69.

Schijnt er een leven zoo vervuld van aardschen hoogmoed en pralende genotzucht, en zoo bekroond met welslagen als dat van Philips den Goede? Toch schuilt ook daaronder de levensmoeheid van den tijd. Als hem de dood van zijn eenjarig zoontje wordt bericht, zegt hij: "had het God behaagd, dat ik ook zoo jong gestorven ware, ik zou mij wel gelukkig achten"70.

Is het niet opmerkelijk, dat in dezen tijd in het woord melancholie de beteekenissen van droefgeestigheid, ernstig nadenken en fantazie ineen vloeien? Zoozeer scheen elke ernstige bezigheid van den geest in het sombere te moeten overzweven. Froissart zegt van Philips van Artevelde, die nadenkt over een pas ontvangen tijding: "quant il eut merancoliet une espasse, il s'avisa que il rescriproit aus commissaires dou roi de France" enz. Deschamps zegt van iets, wat in leelijkheid de verbeelding te boven gaat: geen schilder is zoo "merencolieux", dat hij het zou kunnen schilderen71.

In het pessimisme van deze verzadigden, ontgoochelden, vermoeiden is een religieus element, doch slechts een gering. Door hun levensmoeheid speelt zeker ook de verwachting van het naderend einde der wereld, die door de bloeiend herleefde volksprediking der bedelorden overal met versche dreiging en verhoogde kleur van verbeelding in het gemoed was gestort. De duistere en verwarde tijden, de chronische oorlogsellende waren wel geschikt, die gedachte te versterken. Er schijnt in de laatste jaren der veertiende eeuw een volksgeloof te zijn geweest, dat sedert het groote schisma niemand meer in het paradijs was opgenomen72. De afkeer van den ijdelen schijn van het hofleven maakte van zelf rijp, om de wereld vaarwel te zeggen. Toch is die stemming van depressie, zooals bijna al die vorstendienaars en hovelingen haar uiten, nauwelijks van godsdienstig gehalte. Op zijn hoogst hebben de godsdienstige voorstellingen wat kleur afgegeven op een vlak van eenvoudige levensmoeheid. Het is de zucht, om het leven en de wereld te smaden, die van wezenlijk godsdienstig besef ver afstaat. De wereld, zegt Deschamps, is als een kindsche grijsaard; eerst was hij onschuldig, toen wijs langen tijd, rechtvaardig, deugdzaam en dapper:

"Or est laches, chetis et molz,
Vieulx, convoiteus et mal parlant:
Je ne voy que foles et folz ...
La fin s'approche, en verité ...
Tout va mal" ...73

Het is niet alleen levensmoeheid maar ook levensbangheid, het terugschrikken voor het leven om de onvermijdelijke smarten, die het begeleiden, de houding van den geest, die in het Boeddhisme de basis der levensbeschouwing uitmaakt: bange afkeer van de moeiten van het dagelijksch leven, vrees en afschuw voor zorg, ziekte en ouderdom. Deze levensbangheid deelen de geblaseerden met hen, die nooit voor de verlokkingen der wereld bezweken waren, omdat zij altijd het leven geschuwd hadden.


...


Bron: http://nl.wikisource.org/wiki/Herfsttij_der_Middeleeuwen/Hoofdstuk_I


zaterdag 16 februari 2008

Laat mij ...


Laat mij verworden tot een kind

met sikkelmaan en sterren

gespijkerd op het firmament

en schaatsen mijn kille dromen

Kom mee

- de echo van een sprookjesprins -

en kijk niet om:

Sodom en Gomorra

der volwassenheid die lonkt elk kind



vrijdag 15 februari 2008

Blade Runner


Regie: Ridley Scott
Scenario: Hampton Fancher, David Peoples
Met: Harrison Ford, Rutger Hauer, Sean Young, Edward James Olmos, Daryl Hannah, M. Emmet Walsh, Joe Turkel e.a.

112 min. / USA / 1982

In een recent onderzoek uitgevoerd bij wetenschappers, werd Ridley Scotts ‘Blade Runner’ uitgeroepen tot de beste SF-film ooit gemaakt, met Kubricks ‘2001: A Space Odyssey’ als nipte tweede. ‘Blade Runner’ is tijdens de voorbije twintig jaar inderdaad gecanoniseerd als één van de grote prestaties in het genre – mensen hebben dit een visionaire prent genoemd, een meesterwerk. Een klassieker. Maar soms moet je als criticus ook al eens tegendraads durven doen – wat mij betreft is ‘Blade Runner’ een visueel pareltje, dat me inhoudelijk echter steenkoud achterlaat. Het is ontegensprekelijk een belangrijke film, waarover heel wat te vertellen valt, en z’n opname in een reeks besprekingen van klassiekers is daarmee meer dan gerechtvaardigd, denk ik. Maar ik heb de film nu vier keer bekeken en telkens opnieuw merk ik dat ik zit te proberen om ‘m beter te vinden dan eigenlijk het geval is. Omdat ‘Blade Runner’ zo’n immense reputatie heeft, zit ik te zoeken naar goeie dingen, naar dingen waar ik positief over kan spreken. Maar m’n spontane reactie is er één van afstandelijke bewondering voor de visuele pracht en praal. Waarna ik op m’n horloge kijk.

Het jaar is 2019 – de Tyrell Corporation is een machtige industriële gigant die zogenaamde “replica’s” produceert, humanoïde robots die bestemd zijn voor slavenarbeid op gekoloniseerde planeten. Aangezien de replica’s in staat zijn tot reële emoties en intellectueel superieur zijn aan eender welk mens, raken sommigen onder hen hun leven als slaaf echter beu, en wanneer er robots in opstand komen, moeten de “blade runners” in gang schieten, speciale agenten gespecialiseerd in het opsporen en uitschakelen van replica’s. Harrison Ford is Deckard, een blade runner die in de eerste plaats gespecialiseerd is in het mistroostig voor zich uit staren in een café naar keuze in continu regenachtig Los Angeles. Wanneer vijf replica’s, onder leiding van Roy (Rutger Hauer), onstnappen van de planeet waarop ze werkten en koers zetten naar aarde, wordt hij erbij geroepen om hen tegen te houden.


Het was George Lucas die in 1977, met zijn ‘Star Wars’, het concept van de ‘used future’ initiëerde – science fiction waarin de futuristische sets, rekwisieten en kostuums, eruit zagen alsof ze allemaal al een tijdje hadden moeten meegaan. Ridley Scott nam dat idee al over in ‘Alien’ in ’79, en in ‘Blade Runner’ voert hij het principe in rechte lijn door. Geen blinkende nieuwe wagens, geen hypercompacte, superefficiënte technologische snufjes, niets van dat alles. In de toekomst is het nog steeds evenzeer behelpen als nu – auto’s kunnen dan wel vliegen, maar in de eerste plaats zouden ze eens gewassen moeten worden. Technologische vooruitgang heeft primair gezorgd voor nóg grotere, onpersoonlijke wolkenkrabbers waarin mensen als sardientjes op elkaar gepakt zitten, voor nóg grotere reclamepanelen (de product placement in ‘Blade Runner’ neemt hallucinante proporties aan) of, zoals in het geval van de replica’s zelf, voor nóg grotere veiligheidsproblemen. De toekomst van ‘Blade Runner’ bevat eigenlijk nauwelijks vooruitgang. Alleen modernisering.



En die modernisering is vaak een genot om naar te kijken – Scott benadert ‘Blade Runner’ als een film noir, en werkt dan ook met diepe schaduwen, lichten die door luxaflexen naar binnen vallen, opkringelende rook, neonlichten, fotogeniek neerplensende regen en vaak lang aangehouden close-ups. Al die visuele motiefjes van de film noir zien we hier terug, maar dat dan gekoppeld aan special effects die voor 1982 ronduit spectaculair waren, en nu nog steeds verrassend geloofwaardig overkomen, gelet op de leeftijd van de prent. ‘Blade Runner’ is fantastisch om naar te kijken, elk beeld is een plaatje, zorgvuldig geconstrueerd door een regisseur die wéét wat compositie betekent, het in elkaar steken van een shot. Let op die vele beelden van het Tyrell gebouw. Of die finale waarin Ford aan de rand van een gebouw hangt te bengelen. Rutger Hauers memorabele vaarwel (All these moments will be lost in time, like tears in the rain...), gevolgd door een slow-motion shot van een opvliegende duif.


Dat zit dus allemaal wel goed, maar buiten een simpel schouwspel moet een film ook op het inhoudelijk niveau iets te bieden hebben dat de moeite van het vermelden waard is. ‘Blade Runner’ heeft voldoende visuele kracht om als ode aan de film noir mee te kunnen spelen met de grote jongens, maar de plot op zichzelf is uiteindelijk niet zo opmerkelijk. Deckard weet vanaf het begin hoe het verhaal in elkaar zit en hoe de betrokken replicanten eruit zien – veel detectivewerk is er van zijn kant niet vereist. Hij volgt de sporen die zichzelf aandienen en na een tijdje botst hij simpelweg op de robots die hij zoekt. Ook een romance tussen Deckard en Rachael (Sean Young), een replicante die aanvankelijk niet eens wéét dat ze geen echt persoon is, komt nogal magertjes over. Rachael werd door haar schepper gemaakt met een ingebouwd geheugen vol herinneringen aan een leven dat ze nooit heeft geleid. Voor zover zij weet, is ze een gewoon mens – tot Deckard haar koudweg meedeelt dat ze wel degelijk een replica is. Hij somt haar meest intieme jeugdherinneringen op, omdat hij weet wat Tyrell bij haar heeft geprogrammeerd. Allemaal goed en wel, dat zijn tamelijk interessante scènes, maar volgens welke logica komen we van die situatie plotseling naar één waarin Rachael in staat is om verliefd te worden op Deckard? Meer dan dat, gezien wat voor hekel Deckard heeft aan replica’s, waarom zou hij zichzelf toestaan om verliefd te worden op haar?




‘Blade Runner’ is meer een film van ideeën dan één van plot: het idee van een hevig gecommercialiseerde toekomst waarin business alles bepaalt en het concept van menselijkheid steeds verder wordt uitgehold (wat wel vaker terugkwam bij Philip K. Dick, de schrijver op wiens kortverhaal de film gebaseerd is). Wanneer wordt een machine menselijk? Waar gaat hij zich de vragen stellen: wat doe ik hier en waarom? De manier waarop de replica’s op zoek gaan naar hun schepper, is weinig meer of minder dan een zoektocht naar God, om hen die eeuwige vraag te stellen die de mensheid ook al jaar en dag dwarszit: waarom die flauwe plezante ons eigenlijk gemaakt heeft als we uiteindelijk tóch de pijp aan Maarten moeten geven. Die ideeën overleven in de film, maar de verhaalsstructuur waarin ze gegoten worden, is simpelweg niet zo uitdagend of boeiend als hij had kunnen zijn.

Bovendien laat Ridley Scott ook hier z’n gebruikelijke neiging tot bombast weer gelden, met scènes die soms bizar lang worden uitgerokken (de finale confrontatie tussen Deckard en Roy duurt twintig minuten, wat op den duur eindeloos gaat lijken) en een synth muziekscore van Vangelis die ronduit wraakroepend is. Had Scott ons nu eens in de eerste plaats personages gegeven waarvoor we iets kunnen voélen of een plot die ons iets méér werk te doen gaf om ‘m in elkaar te puzzelen, dan had dit inderdaad de visionaire film kunnen zijn die velen ‘m nu al noemen. Zoals het is, noem ik dit een interessante mislukking. Visueel interessant dan.

Bron : http://www.digg.be/movie.php?id=724

donderdag 14 februari 2008

Cimetière du Père-Lachaise

Een laan op Père Lachaise


Een laan op Père Lachaise

Ingang van de begraafplaats



Ingang van de begraafplaats

Columbarium


Columbarium

Crematorium



Crematorium

De Cimetière du Père-Lachaise is de grootste begraafplaats van Parijs. Zij is gelegen op en rondom de heuvel Champs-l'-Evêque in het 20e arrondissement.

Geschiedenis

Het terrein behoort vanaf 1626 toe aan de jezuïetenorde. François De La Chaise d'Aix, de biechtvader van Lodewijk XIV, woonde er van 1675 tot 1709. Hij stond onder zijn tijdgenoten bekend als 'Père De La Chaise'.

Het landgoed werd in 1762 verkocht om schulden van de jezuïeten te kunnen afbetalen. Na de Franse Revolutie verviel het bezit aan de stad Parijs die er in 1804 een begraafplaats van maakte met de naam 'Cimetière De l'Est'. Onder de Parijse bevolking staat de begraafplaats van meet af aan bekend als 'Cimetière du Père-Lachaise'.

In 1804 werd de opdracht voor het ontwerpen van een begraafplaats verstrekt aan de toenmalige Parijse stadsarchitect Alexandre-Théodore Brongniart, een leerling van Etienne-Louis Boullée. In die ontwerpopdracht voor de begraafplaats van Père Lachaise staat omschreven dat Brogniart rekening moet houden met de bestaande beplanting en de glooiing van het terrein. Zijn gesprekspartner vanwege het stadsbestuur is de gekende neoclassicistische architect Quatremère de Quincy (1755-1849), bovenal bekend van zijn boek De l'Imitation, een pleidooi voor het behoud van de klassieke ordes.

Bij wijze van 'reclamestunt', worden onder andere Abélard en Heloïse, Molière en La Fontaine op de locatie herbegraven. Père-Lachaise is vanaf dat moment een prestigieuze laatste rustplaats. De gegoede burgerij van Parijs laat in de jaren die volgen, geïnspireerd door de Romantische tijdgeest, menig grotesk grafmonument op het terrein verrijzen.

In de periode tot 1850 wordt de de begraafplaats vijfmaal uitgebreid. De oorspronkelijke 17 hectare van het jezuïetenlandgoed groeien in die tijd uit tot de huidige oppervlakte van 47 hectare. De begraafplaats van Père Lachaise is onmiddellijk het prototype van de extra-muros begraafplaats. In de hele Westerse wereld wordt het voorbeeld gevolgd. In diverse steden in heel Amerika worden de 'rural cemeteries' aangelegd. Mount Auburn (1831) in Boston Massachusetts is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld, het Evergreen Cemetery in Newark, New Jersey dateert van 1853 en in Engeland wordt in 1839 het beroemde Highgate Cemetery aangelegd.

Beeldhouwkunst

Beroemde voorbeelden van Romantische beeldhouwkunst zijn op Père-Lachaise te zien.

Vermeldenswaard zijn onder andere:

Graven van beroemdheden

Het graf van Honoré de Balzac

Het graf van Honoré de Balzac

Het graf van Guillaume Apollinaire

Het graf van Guillaume Apollinaire

Het graf van Gilbert Bécaud

Het graf van Gilbert Bécaud

Het graf van Edith Piaf

Het graf van Edith Piaf

Het graf van Jim Morisson

Het graf van Jim Morisson

Het graf van Jean-François Champollion

Het graf van Jean-François Champollion

Het graf van Alain Kardec

Het graf van Alain Kardec

Het graf van Édouard Branly

Het graf van Édouard Branly

Urne van Maria Callas

Urne van Maria Callas

Het graf van Marcel Proust

Het graf van Marcel Proust

Het graf van Frédéric Chopin

Het graf van Frédéric Chopin


Andere graven alfabetisch:



A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q

R - S - T - U - V - W - X Y Z

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cimeti%C3%A8re_du_P%C3%A8re-Lachaise